Unilever kan 'mondiale marktleider' zijn

En wat als de twee rivalen Unilever en Reckitt Benckiser nu eens zouden fuseren? Een scenario dat de koers van beide omhoog duwt.

Het lijkt op een proefballonnetje van een analist die even de markt wil testen. De suggestie dat Unilever en Reckitt Benckiser, twee van ’s werelds grootste producenten van huishoudelijke artikelen, beter met elkaar zouden fuseren. En toch zit er enige grond van waarheid in de analyse.

Vorige week pleitte analist Pierre Tegner van het Franse beurshuis Oddo Securities voor een samengaan van beide concerns – allebei toevallig van Brits-Nederlandse origine. Het is „de enige deal”, zo schreef hij, die een mondiale marktleider kan voortbrengen die in staat is om Procter & Gamble te verslaan. „Unilever heeft weinig andere keus als het zijn positie wil behouden in de markt voor huishoudelijke producten.”

Zijn suggestie liet de beurs niet onberoerd. De koers van Unilever, de maker van Dove-zeep en Lipton-thee, sprong afgelopen vrijdag met 1,5 procent op tot 19,7 pond (22 euro). En die van zijn rivaal Reckitt Benckiser, dat een reeks topmerken in portefeuille heeft zoals Calgonit (vaatwasblokjes), Clearasil (huidverzorging) en Durex (condooms), ging met 3,2 procent omhoog tot 33,4 pond.

Een belangrijke drempel om die fusie te realiseren is binnenkort van de baan, stelt het analistenrapport. Eind augustus vertrekt namelijk Bart Becht (54), de Nederlandse bestuursvoorzitter van Reckitt Benckiser, die altijd erg veel belang heeft gehecht aan de autonome koers van het bedrijf.

Er hangt wel een fors prijskaartje aan de fusie. Unilever zou in de logica van Oddo Securities een bod van 50 pond per aandeel moeten kunnen uitbrengen op zijn rivaal, wat diens waarde op 40 miljard pond (45 miljard euro) zou brengen – of bijna de helft meer dan wat Reckitt Benckiser op dit ogenblik waard is.

Dat is véél geld. Maar Unilever kan dat aan, aldus Oddo Securities. Een deel van de hoge overnameprijs kan terugverdiend worden met de verkoop van de farmaceutische tak van Reckitt Benckiser, die vorig jaar goed was voor een omzet van 737 miljoen pond (circa 9 procent van de groepsomzet). De verkoop van die divisie zou 3 miljard pond kunnen opleveren, aldus het rapport.

Noem het een vrijblijvende vingeroefening van een financiële analist. En zoiets hoort elke belegger uiteraard met een korreltje zout te nemen. Maar de oefening wijst wel op een aantal terechte punten. Een fusie tussen beide concerns zou inderdaad in staat zijn om de sterkte van de merkenportefeuille van Reckitt Benckiser te verenigen met de groeikracht van Unilever in opkomende landen.

De negentien zogeheten Powerbrands van Reckitt Benckiser, die nu goed zijn voor bijna 70 procent van de groepsomzet, zijn nog steeds niet op een mondiale schaal uitgerold. De benoeming van Rakesh Kapoor (52) als de opvolger van Becht, is een belangrijke – en symbolische – stap in die richting. De ervaren Indiër, die al een kwarteeuw bij Reckitt Benckiser aan de slag is, was van nabij betrokken bij de overname van de Britse drogisterijketen Boots in 2005. In één klap kreeg het concern daardoor farmaceutische topmerken als Strepsils, Clearasil en Nurofen in de portefeuille. Hij werkte vorig jaar ook actief mee aan de acquisitie van SSL International, de producent van onder meer Durex-condooms en Scholl-sandalen.

Ook bij Unilever werd recent een Indiër benoemd binnen de raad van bestuur: Harish Manwani. Hij wordt de operationele rechterhand van bestuursvoorzitter Paul Polman, die er geen geheim van maakt dat de zeep- en voedingsmiddelenfabrikant in 2020 drie kwart van zijn omzet in opkomende landen als China, India en Brazilië wil halen.

Als twee Indiërs nu eens de handen in mekaar zouden slaan? Beleggers hebben er wel oren naar, zo blijkt.