Streng voor migrant, genadig voor underdog

Het is goed dat minister Donner van migranten verlangt dat ze zelf in actie komen om de taal te leren en om werk te vinden, stellen Ahmed Aboutaleb en Korrie Louwes.

De Tweede Kamer spreekt morgen over de Integratienota van minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA). Die kent goede en minder goede kanten.

Het goede zit in de uitgangspunten die Donner bezigt voor zijn integratiebeleid. Hij stelt de eigen verantwoordelijkheid centraal, evenals een aantal kernwaarden van onze samenleving, zoals vrijheid, verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid, tolerantie en solidariteit. Ergens in zijn nota schrijft Donner dat het wezenlijke kenmerk van integratie is dat men de eigen toekomst en identiteit verbonden ziet met die van de gemeenschap waarvan men deel uitmaakt. Inderdaad – wie op die manier naar vraagstukken van integratie en samenleven kijkt, heeft een goed kompas in handen.

Het uitgangspunt dat nieuwkomers voortaan zelf voor hun inburgering verantwoordelijk zijn, onderschrijven wij voor honderd procent. Maar dat doen we niet met een ondertoon van ‘u zoekt het zelf maar uit’. We doen het vanuit de overtuiging dat iedere Nederlander in eerste instantie zelf er verantwoordelijk voor is iets te maken van zijn leven, om een opleiding te volgen, om een baan te vinden – om zich verdienstelijk te maken voor de samenleving waarvan hij deel uitmaakt en waaraan hij mede vorm en inkleuring geeft. Dat uitgangspunt geldt voor iedereen en dus ook voor die mensen die naar Nederland toekomen.

Donner wijst een paar keer op de migranten in onze samenleving die het goed doen. Het is mooi dat hij hun successen benoemt, maar dit heeft ook iets plichtmatigs. Wie het hele stuk leest, moet toch concluderen dat het al met al een vrij somber verhaal is. De zorg overheerst. Daarom komt de minister met een serie maatregelen. Daarbij zitten voorstellen die zeker steun verdienen, zoals de aanscherping van strafrechtelijke maatregelen tegen huwelijksdwang. Andere voorstellen getuigen eerder van goedkope retoriek, zoals het verbod op gezichtsbedekkende kleding. Zowel dit boerkaverbod als de carnavalsclausule heeft nog maar weinig te maken met de integratiepraktijk van vandaag.

Tien jaar geleden zou Donners nota veel meer indruk hebben gemaakt. Waarom zou je anno 2011 voor de zoveelste keer het achterhaalde idee van de multiculturele samenleving ritueel begraven? Het is zoals NRC Handelsblad schreef: „Leuk om nog eens aan herinnerd te worden, maar het houdt wel ergens op.”

Inderdaad – we moeten verder. De samenleving is vaak ook al veel verder. Wie spreekt met jonge allochtone ondernemers, wie luistert naar de geluiden op straat en wie rondkijkt in de collegezalen van de universiteit, die proeft veel meer positiviteit.

Dit zeggen we zonder weg te kijken. Natuurlijk zijn er zorgen. We kennen de problemen van de oude wijken, de gevoelens van onveiligheid en de spanningen die ontstaan als veel verschillende culturen samenleven in een klein gebied. Dat schuurt. Dat wringt.

We doen wat we kunnen. Als Marokkaanse of Antilliaanse jongens een winkelstraat terroriseren, treden we op. Als een man zijn vrouw slaat, al dan niet met een verwijzing naar zijn religie, leggen we die dader een huisverbod op.

Behalve die zorgen hebben we vooral ook hoop en optimisme. Kijk naar de kinderen van ongeletterde ouders die nu hoger onderwijs volgen. Die sprong vergt normaal gesproken drie generaties! Kijk naar de ambities van de tweede- en derdegeneratieallochtonen en van de nieuwkomers, naar hun motivatie om iets te maken van hun leven. Zij investeren in hun taalontwikkeling en daarmee in hun toekomst en in die van hun kinderen. We zien soms hun worstelingen, maar ook hun doorzettingsvermogen en hun overlevingsinstinct.

Niet de overheid, maar de burger zelf is primair verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt. Velen handelen daarnaar. Het moet vanzelfsprekend zijn dat wie legaal naar Nederland komt en wie hier woont, zijn best doet om te integreren, om een baan te zoeken, om een opleiding te volgen en om de taal te leren spreken. Velen doen hun best en slagen daarin. Zij komen goed terecht.

Een andere groep wil niet. Die heeft geen zin om de taal te leren en om haar best te doen. Die groep heeft in onze ogen niets te zoeken in Nederland. Waarom zou je een rijbewijs verstrekken aan iemand die de taal niet wil leren spreken? Waarom geven we een uitkering aan iemand die daardoor niet meer op zoek gaat naar een baan?

De cruciale vraag is, wat ons betreft: wat doe je met die groep die wel wil, maar niet kan, die wel de drive en de wilskracht heeft, maar het niet redt zonder – financiële – hulp van buitenaf, voor wie een integratiecursus simpelweg niet betaalbaar is? Voor hen kan en mag de overheid niet zomaar wegduiken. Dat is wel wat Donner lijkt te doen. Ook de overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid. Die groep moeten we (kunnen) blijven helpen.

Alles simpelweg aan de nieuwkomers zelf overlaten, is vragen om nieuwe problemen – vooral in deze tijd, waarin de gevolgen van de economische crisis neerslaan op deze groep burgers. Juist zij krijgen te maken met banenverlies of met korting op uitkeringen. Kan van zwakke inburgeraars worden verwacht dat ze het inburgeringstraject zelf kunnen organiseren, of kunnen betalen? Welke effecten hebben de kortingen op volwassenenonderwijs en het intrekken van geld voor taalcursussen? Donner kondigt aan dat hij wil ophouden met specifiek beleid voor diverse migrantengroepen. Hij zegt er niet bij dat hij ook het reguliere beleid uitkleedt.

Wij bepleiten een zakelijke en betrokken houding wat inburgering betreft. Iedereen die naar Nederland komt en wil meedoen, verplicht zich tot een aantal zaken. Hij kiest voor de Nederlandse samenleving, leert de Nederlandse taal spreken en stelt alles in het werk om betaalde arbeid te vinden. Dit is het ABC van de inburgering. Het betekent dat je de grondwaarden van de samenleving onderschrijft en respecteert.

Bij elke naturalisatieceremonie op het Stadhuis zeggen we dat ook: „U krijgt vandaag uw certificaat, maar u kunt het ook weigeren. Dat is uw vrije keuze. Als u het certificaat aanneemt, dan kiest u onze samenleving. Dan houdt u zich aan de regels die zijn gesteld, dan spreekt u ook Nederlands en doet u actief mee. Dat is alles. Wilt u dat niet, dan doet u dat niet – even goede vrienden, maar dan staan er elke dag vliegtuigen klaar, die u naar alle landen van de wereld kunnen brengen.”

Zo duidelijk kan het zijn.

Ahmed Aboutaleb (PvdA) is burgemeester van Rotterdam. Korrie Louwes (D66) is wethouder integratie en participatie in Rotterdam.