Nieuwe generatiestrijd? Sla gewoon je eigen geld

De bezorgdheid over het lot van jongeren na het pensioenakkoord is aandoenlijk. De verontruste ‘ouders’ en politici volgen, vermoed ik, een redenering als: pensioen is iets voor babyboomers, die krijgen nu massaal AOW, die hebben altijd goed voor zichzelf gezorgd en die hebben alle macht, om te beginnen bij de FNV en straks gaan zij geld uitgeven uit de pensioenpotten dat er niet is en resteren kruimels voor de jeugd.

Net 54 geworden sta ik, afgaand op de commentaren op het pensioenakkoord, in elk geval aan de ‘verkeerde’ kant van de volgende generatiestrijd met pensioen en AOW als inzet. De grens voor jongeren wordt gelegd bij 50 jaar.

Pensioenfondsen mogen ouderen niet beter of slechter behandelen dan jongeren, zo is wettelijk geregeld. De afgelopen twintig jaar hebben gepensioneerden hun plaats in de besturen van pensioenfondsen opgeëist om te voorkomen dat werkgevers en vakbonden zichzelf bevoordeelden met lage pensioenpremies. Dat is inmiddels praktisch onmogelijk.

Willen de jongeren zich nu ook opwerpen als waakhond? Prima. Maar dan moeten de vakbonden wel hun monopolie op vertegenwoordiging van werknemers en ouderen in besturen van grote pensioenfondsen opgeven. Dat moet minister Henk Kamp (Sociale Zaken, VVD) lukken ook al is FNV-voorzitter Agnes Jongerius zijn grootste bondgenoot. Anders blijft de generatiestrijd sluimeren.

Het kabinet laat het pensioenakkoord door het Centraal Planbureau (CPB) toetsen op een generatieconflict. In zijn eerste bevindingen beperkte het CPB zich vrijdag tot kwalitatieve opmerkingen. Voor elk wat wils. CBP voedt verzet pensioenplan, kopte de Volkskrant zaterdag (met CBP is waarschijnlijk CPB bedoeld). CPB-rapport komt als geroepen voor Jongerius, meldde NRC Weekend. Morgen praat de Tweede Kamer over het akkoord.

De CPB-cijferexercities werken depolitiserend. In plaats daarvan moet het kabinet erkennen dat het fictie is dat de werkelijkheid van pensioenen voor elke generatie dezelfde uitkomsten heeft. Het begrip generatie suggereert collectiviteit die niet bestaat. Het negeert de consequenties van individuele keuzes en ambities. Het negeert pech en geluk, of het nu gaat om lonen of beurskoersen.

Tien jaar geleden dacht toenmalig PvdA-fractieleider Ad Melkert de rest van de politiek rechts in te halen met de oproep de staatsschuld in twintig jaar af te lossen om volgende generaties niet op te zadelen met ‘onze’ zorg en AOW-lasten. Het is een argument dat in VVD en CDA-kring nog steeds werkt. Huishoudboekje op orde!

Maar dat is niet het punt. Je moet geen schulden maken die je je niet kunt permitteren. Maar de kosten van schokken, zoals crises of oorlog, en van onderhoud van de samenleving, zoals infrastructuur, worden altijd doorberekend, ook aan nieuwe generaties. De samenleving wordt, met alle lusten en lasten, elke dag doorgegeven, niet eens per generatie. Het manco van ‘generatie praten’ is: het gaat alleen over kosten en schulden, niet over de aanmerkelijk omvangrijker bezittingen en vermogens.

Gevaarlijker voor jongeren dan het pensioenakkoord zijn competentiegericht leren, twijfelachtige hbo-diploma’s, gebrekkige talenkennis en gestaag dalende investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Onderwijs en talentvorming creëren het persoonlijk kapitaal waarmee jongeren straks hun eigen geld kunnen slaan. Niet de toekomst is bedreigend, maar het hier en nu.

MENNO TAMMINGA