Niet eens met het KNMI, afschaffen maar!

Uitgerekend vrijdag kreeg het KNMI uit handen van prinses Laurentien nog een klimaatpenning uitgereikt. Op de website meldt het instituut trots:

‘Het HIER Klimaatbureau vindt dat het KNMI op een waardevolle wijze bijdraagt aan kennis en begrip van klimaatverandering. Het KNMI levert volgens het HIER Klimaatbureau een essentiële bijdrage aan de erkenning van oorzaak, reikwijdte en urgentie van het klimaatprobleem. Het wordt gewaardeerd dat dit niet alleen op wetenschappelijk terrein gebeurt, maar ook in informatieve en communicatieve zin waarbij het maatschappelijk debat niet wordt geschuwd.’

En vandaag pleit VVD-kamerlid René Leegte in De Telegraaf voor opheffing van het KNMI. Het instituut is volgens hem ‘klimaatpartijdig’. Ter verklaring stelt Leegte: ‘Tachtig procent van de wetenschappers van het KNMI is integer, maar 20 procent is niet onafhankelijk.’ Daarna legt hij uit wat hij daarmee bedoelt:

‘Bij het KNMI leeft de gedachte dat we het CO2-probleem moeten aanpakken om het klimaatprobleem op te lossen, maar dat gaat niet werken. De temperatuur op aarde schommelt nu eenmaal. In hoeverre CO2 daarmee te maken heeft, staat niet vast.’

Kennelijk vindt René Leegte wetenschappers die er – bijvoorbeeld op grond van onderzoek - van uitgaan dat de uitstoot van CO2 een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde niet onafhankelijk en dus niet integer. Als Leegte iets anders bedoelt, vindt PvdA-Kamerlid Diederik Samson, moet hij zijn beschuldiging onderbouwen.

In NRC Handelsblad licht Leegte vanmiddag desgevraagd toe dat het KNMI volgens hem geen gegevens moet uitwisselen met het IPCC. Een opmerkelijk standpunt, dat wetenschappers geen gegevens zouden moeten uitwisselen. Bovendien is het IPCC een door de Verenigde Naties (en dus mede door Nederland) opgerichte organisatie. Wat je er ook van kunt vinden, onder de ‘Summary for policymakers’ staat de handtekening van de Nederlandse regering.

Leegte zegt vanmiddag in NRC Handelsblad dat het KNMI ‘de wetenschappelijke en politieke besluitvorming’ bedreigt. Hij wil Atsma daarom eens vragen hoe het staat met het punt uit de bijlage bij de regeringsverklaring waarin over Verkeer en Waterstaat wordt opgemerkt:

‘De subsidies op het terrein van VenW worden beperkt. Daarbij zal het huidige takenpakket van het KNMI nader worden bezien (evt. privatisering).’

Coalitiegenoot CDA vindt de opmerkingen van Leegte ongelukkig. Kamerlid Marieke van der Werf noemt het ‘geen goede zaak als een politicus zegt: ‘hun standpunt komt mij niet uit, dus dan moeten ze maar verdwijnen’.’ En volgens staatssecretaris en partijgenoot Joop Atsma, is de onafhankelijkheid van het KNMI ‘onbetwist’.

In een filmpje op YouTube legt René Leegte uit dat we op het gebied van klimaatverandering de verkeerde discussie voeren. Volgens hem is de werking van de atmosfeer te complex om in de modellen gereduceerd te worden tot slechts ‘één variabele’, namelijk kooldioxide. Zeker ook omdat we daarbinnen alleen kijken ‘naar dat kleine stukje van de menselijke toevoeging van die CO2’. In zijn ogen ‘een versimpeling van de werkelijkheid die zal leiden tot teleurstelling’.

Hopelijk heeft het KNMI nu geen spijt van de eerder ingeslagen weg om meer maatschappelijke betrokkenheid te tonen. De wetenschappers van het KNMI moeten niet, onder druk van de politiek, in hun schulp kruipen. Laten ze het debat maar gauw aangaan. Op inhoud.

Nadat het KNMI aanvankelijk niet wilde reageren, is er nu (gelukkig) toch een reactie van KNMI-klimaatonderzoeker Rob van Dorland. Vanmiddag noemt hij in een interview met Arjen Schreuder in NRC Handelsblad de opmerking van Leegte ‘een vreemde uitspraak’. Hij bevestigt wat hierboven al staat over het aan de lijn lopen van het IPCC: ‘De Nederlandse staat participeert in het IPCC. Bij bijeenkomsten van het IPCC wordt de Nederlandse inbreng, onder andere van ons, geaccordeerd door verschillende ministeries. Niet het KNMI maar Nederland loopt aan de lijn, als je dat zo wilt zeggen.’

Op de vraag of het KNMI alarmistisch is zegt van Dorland:

‘We hebben vier klimaatscenario’s gemaakt, op basis van de meest waarschijnlijke uitkomst van de gemiddelde stijging van de wereldtemperatuur. Dat betekent dat in Nederland de zeespiegel deze eeuw met 35 tot 85 centimeter stijgt ten opzichte van 1990. Op verzoek van de Deltacommissie hebben wij becijferd wat er gebeurt als alles tegenzit. We kwamen op 120 centimeter, en met de bodemdaling erbij op 130. Is dat alarmistisch? In de jaren negentig werd gezegd dat wij te voorzichtig waren.’