Musea zijn vleugellam zonder onderzoek

Bij musea denken mensen niet snel aan wetenschap. Ook Kamerleden niet, want tijdens het debat gisteren over de voorgenomen bezuinigingen op cultuur heeft er niet één zijn zorg uitgesproken over het feit dat de meeste door het Rijk gesubsidieerde musea straks geen geld meer krijgen voor wetenschappelijk onderzoek.

De musea besteden een relatief klein bedrag aan onderzoek, in totaal ruim 6 miljoen euro. Daarvan verdwijnt in de plannen van staatssecretaris Zijlstra ongeveer de helft. Hij wil het museale wetenschappelijke onderzoek overlaten aan zes musea. Zij vervullen op hun gebied nu al een belangrijke wetenschappelijke functie en moeten uitgroeien tot topinstituten. De andere musea mogen nog wel aan wetenschap doen, maar krijgen daar geen geld meer voor. Willen ze het handhaven dan moeten ze dat zelf financieren.

Enkele instituten met unieke wetenschappelijke kennis in huis, moeten op zoek naar alternatieve geldstromen om hun onderzoek voort te kunnen zetten. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Joods Historisch Museum en zijn studie van joods materieel erfgoed. Ook het onderzoek van Museum Boerhaave naar de geschiedenis van de geneeskunde en de natuurwetenschappen staat op de tocht. Wetenschappelijk onderzoek van musea is ook belangrijk omdat het hun nieuw materiaal oplevert waarmee ze publiek kunnen trekken. Om die reden stelt de Britse museumwet onderzoek verplicht: wie geen onderzoek doet, mag zich geen museum noemen.

Musea hebben nieuwe verhalen nodig: pagina 16