Kamp kan in pensioendebat kritische Kamer verwachten

De Tweede Kamer spreekt morgen over het pensioenakkoord. Kritiek is er zeker, maar ook waardering. „Dit zou toch in Griekenland of Frankrijk niet lukken.”

Hoe vakbondsbestuurders, werkgevers en menig hoogleraar over het pensioenakkoord denken, is nu wel bekend. Maar wat vindt de Tweede Kamer eigenlijk?

Op die vraag moet morgen een antwoord komen wanneer het parlement een zogeheten hoofdlijnendebat houdt. „Het gaat er dus morgen niet om of wij voor of tegen zijn”, zegt Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming (VVD). „Het akkoord is een zaak van de sociale partners, maar voor ons begint het nu pas.”

Een kritiekloos onderonsje wordt het zeker niet. Er zijn veel vragen. En veel kritiek op het deze maand gesloten akkoord dat het pensioenstelsel weerbaar voor de toekomst moet maken. Weerbaar tegen de vergrijzing, tegen nieuwe klappen op de beurs.

Een meerderheid is in elk geval blij dat de AOW-leeftijd gekoppeld wordt aan de levensverwachting, al had dat van D66 wel wat sneller gemogen. En ook worden de sociale partners geprezen dat zij eruit zijn gekomen. „Erg moedig”, zegt Pieter Omtzigt. „Dat zijn toch zaken die in Griekenland of Frankrijk niet lukken.” De CDA’er benadrukt het belang voor de Kamer om ‘bovenop’ dit dossier te zitten. „Als politiek zijn we verantwoordelijk voor toezicht op een stelsel dat het pensioen de komende veertig jaar vastlegt. En waaraan deelname verplicht is.”

Het mag dan een zaak van werkgevers en werknemers zijn, dat wil niet zeggen dat de Kamer buitenspel staat. Veel afspraken, zoals de verhoging van de AOW-leeftijd, moeten als wetgeving door de Kamer. Dat geldt ook voor het zogeheten Financieel Toetsingskader (FTK) aan de hand waarvan De Nederlandsche Bank toezicht zal houden.

Via dit FTK wordt bijvoorbeeld in de gaten gehouden of pensioenfondsen niet uitgaan van een te hoog verwacht beleggingsrendement. Fondsen mogen volgens het pensioenakkoord zelf een inschatting maken. „Dat vind ik echt te gek”, zegt Fatma Koser Kaya (D66), die morgen een motie wil indienen. Door van een hoger rendement uit te gaan, hoeven fondsen over minder geld te beschikken. „In de motie noem ik geen alternatief; dan zou ik de discussie direct dichttimmeren.”

Andere kritische vragen zijn te verwachten over de risico’s van het akkoord voor de jongere generaties. „Daar zijn veel onduidelijkheden over. Dat geldt voor meer zaken in het akkoord die nog uitgewerkt moeten worden. Bijvoorbeeld de regels voor de noodzakelijke financiële buffers”, zegt Roos Vermeij (PvdA).

Haar partij kan een beslissende rol spelen bij het al of niet bereiken van een meerderheid, omdat gedoogpartner PVV – sowieso tegen een nieuw pensioenstelsel – het akkoord niet zal steunen. „Onze positie is ook belangrijk als signaal aan de achterban van de bonden”, zegt Vermeij.

Dezentjé Hamming vraagt zich af of het nieuwe akkoord werknemers belemmert naar een ander bedrijf over te stappen. „Het is volstrekt onduidelijk wat de gevolgen zijn als je overstapt. Geen idee of de verschillende pensioensystemen – je oude bedrijf kan voor het oude systeem hebben gekozen – op elkaar aansluiten”, aldus de VVD’er.

Of minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) een meerderheid achter zich krijgt, is voorlopig nog onduidelijk. Maar hij weet wel wie hij als duidelijkste opponenten tegenover zich krijgt. Dat is vooral de SP.

Paul Ulenbelt (SP) acht de kans op speculatieve beleggingen veel te groot. Ook wordt volgens hem de koopkracht te veel aangetast van een 65-jarige die na 2020 stopt met werken. Hij ziet, met de PVV, het liefst handhaving van het oude systeem. „Door de beurscrisis was er paniek en paniek is voor de politiek een perfect instrument om verslechteringen door te voeren.”