In Brabant is het water welkom, dankzij de terp

Toen de boeren in Waspik ruimte moesten maken voor de rivier, bedachten ze zelf een oplossing: wonen op een terp. „Ik hoop een keer een overstroming mee te maken.”

Zand, héél veel zand ligt er in de polder. Bulldozers rijden af en aan langs de boerderij van Nol Hooijmaaijers. De melkveehouder gaat binnenkort verhuizen. Zijn land wordt een „calamiteitenpolder”.

Hooijmaaijers is een van de zeventien veehouders uit de Overdiepse Polder in het Brabantse Waspik die hun boerderij verlaten. Sommigen zijn al een nieuw leven begonnen in Canada, of in eigen land, zoals de Wieringermeer. Acht gezinnen blijven hier. Hun boerderijen worden gesloopt. Ze gaan wonen op een terp. Om ruimte te maken voor de rivier.

Gisteren is de eerste van acht terpen opgeleverd. Ruim twee hectare groot. Daarop staan straks woonhuis en stallen. Buiten de terp wordt niets gebouwd. „Geen kippenhok, niks”, zegt Hooijmaaijers. Want de weilanden en akkers buiten de terpen moeten kunnen overstromen als de nood aan de man is. Dan moeten de koeien binnen staan. Op de terp.

De Overdiepse Polder, 550 hectare groot, ligt tussen de Bergsche Maas en het Oude Maasje bij Waalwijk. Als het water van de rivier in de wintermaanden stijgt en woonwijken in het naburige Den Bosch bedreigt, dan stroomt hier het water over de dijk en vult de polder zich. De dijk langs de Bergsche Maas wordt daartoe 2,5 meter verlaagd. Naar verwachting zal de polder eens in de 25 jaar overstromen. „Ik hoop het een keer mee te maken”, zegt Hooijmaaijers.

Door het water in de Overdiepse Polder daalt in dat geval het waterpeil in de rivier met dertig centimeter. „Een enorme hoeveelheid”, zegt ‘riviertakmanager’ Hans Brouwer van Ruimte voor de Rivier, het rijksprogramma dat op diverse plaatsen in Nederland tot werkzaamheden leidt. „Deze Overdiepse Polder zorgt in z’n eentje voor de veiligheid van een hele stad.” En het mooie is dat er geen mens aan te pas te komt, zegt Louis van der Kallen, bestuurder van het waterschap Brabantse Delta. „Bij hoog water hoeft geen dijkgraaf of provinciebestuurder moeilijke discussies te voeren over welke maatregel de voorkeur verdient. Het water loopt vanzelf over de dijk.”

Het plan om naar terpen te verhuizen komt van de boeren zelf. Elf jaar geleden kregen ze op een informatieavond te horen dat hun polder onder water zou moeten worden gezet en dat hun bedrijven moesten wijken. „Dat leidde tot woede en frustratie”, vertelt Hooijmaaijers. „Maar in plaats van de hakken in het zand te zetten, zijn we onder de kastanjeboom bij mij thuis gaan zitten en hebben dit op een zondagmiddag bedacht.”

De autoriteiten waren meteen enthousiast. Boeren die meewerken aan een maatschappelijk gewenste ontwikkeling die hun leven ernstig beïnvloedt, dat maak je in Nederland niet vaak mee. Van der Kallen: „Boeren zitten vaak generaties lang op hun eigen grond. Die verlaat je niet zo maar.”

Na jaren voorbereiding is het nu zo ver. De boerderijen worden verkocht aan de provincie. De opbrengst is doorgaans voldoende om er een modern bedrijf van te bouwen. Brouwer: „De boeren worden niet afgeknepen, maar er worden ook geen cadeautjes gegeven.” De terpen krijgen ze van het waterschap. Het Rijk betaalt. De kosten van het project bedragen ruim 100 miljoen euro.

De belangstelling voor de terpenpolder is enorm. Uit de hele wereld komen bestuurders kijken. Onlangs nog uit Azerbajdzjan. Ook in het binnenland is het een „voorbeeldproject”. Ontpolderen, waar dit plan een beetje aan doet denken, is hier geen vies woord, zoals in Zeeland. „Dat komt doordat de mensen zelf met dit plan zijn gekomen. Er is draagvlak. En de lijnen met de bestuurders zijn kort”, zegt Brouwer. De vergelijking met Zeeland gaat trouwens mank, vindt waterschapsbestuurder Van der Kallen. „Voor Zeeuwen is een dijk heilig. De zee heeft daar achttienhonderd mensen vermoord. Dat is een ander sentiment.”