Franca Treur en Ivo Victoria konden het zonder tijdschrift

Is het erg als literaire bladen verdwijnen? Nee, want ze zijn hun belangrijkste functies al een poosje kwijt.

Maar sommige schrijvers blijven daar blind voor.

Literair Nederland is onthutst door de bezuinigingen op de literaire tijdschriften. Staatssecretaris Halbe Zijlstra heeft namelijk besloten om de drie ton subsidie aan de tijdschriften stop te zetten: ze trekken te weinig lezers. Hij neemt daarmee grotendeels het advies van de Raad voor Cultuur over. De onrust die vervolgens in dag- en weekbladen en op internet ontstond, verwonderde me. Alsof het besluit onverwachts kwam.

Zelf schreef ik in 2009 een masterscriptie over de vier grootste literaire tijdschriften (De Gids, De Revisor, Hollands Maandblad en Tirade). Daarin toon ik met empirisch onderzoek aan dat ze hun twee belangrijkste functies – kweekvijver zijn voor nieuw talent en podium voor het literaire debat – zijn kwijtgeraakt.

In de periode 1999-2008 publiceerden er bijna vierduizend (3849) verschillende auteurs werk in de genoemde vier bladen. Van deze auteurs waren er slechts 52 (dat is: 1,4 procent) debutant in een literair tijdschrift. In dezelfde periode stonden er bijna zesduizend (5812) bijdragen in die tijdschriften. Slechts 48 (0,8 procent) van die bijdragen wilden aanzetten tot een literair debat. Slechts 10 daarvan lukte dat ook. (Zie mijn scriptie voor de volledige resultaten; de scriptie staat in pdf op poëziewebsite decontrabas.com.)

Over de kweekvijverfunctie was ik duidelijk: die is het literaire tijdschrift gewoonweg kwijtgeraakt. Over de functie van het literaire debat was ik destijds positiever. ‘Een goed en kwalitatief elektronisch tijdschrift kan het literaire debat weer nieuw leven in blazen’, schreef ik (en ik was zeker niet de eerste die dat voorstelde).

In de nieuwe subsidieregelingen die per 1 januari 2009 ingingen, trok het Nederlands Letterenfonds maar liefst 1,2 miljoen euro uit voor de Nederlandse literaire tijdschriften: „Van de literaire tijdschriften verwacht het NLPVF [zoals het Nederlands Letterenfonds toen heette, BT] allereerst inhoudelijke kwaliteit, en daarnaast een vergroting van hun publiekbereik, een professionele exploitatie en aanwezigheid op internet.” Maar er is vrijwel niets veranderd sinds 2009.

De Revisor heeft nog het meeste gehoor gegeven aan de oproep van het Nederlands Letterenfonds. De nieuwe redactie (met Gustaaf Peek, Daan Stoffelsen, Jan van Mersbergen en Erik Lindner) zette enkele maanden geleden een stap naar het internet – al gebeurt er nu soms weken niets op revisor.nl, wat verdomde jammer is. Maar bij andere literaire tijdschriften is het erger. Bij hen ligt nog steeds de nadruk op de papieren uitgaven. De Gids publiceert sommige stukken weliswaar online en Tirade heeft een site waar ze schrijvers uitnodigt om een blog bij te houden. Het is slechts een wassen neus.

Verwonderlijk was dan ook de reactie van Suzanne Meeuwissen van het Nederlands Letterenfonds, verantwoordelijk voor de binnenlandse subsidies, tegen NRC Handelsblad vorige week: „We hebben de voorwaarden flink aangescherpt de laatste jaren. Zo moesten de tijdschriften zich digitaal meer laten zien en moest men actiever op zoek naar alternatieve financiering.” De voorwaarden flink aangescherpt. Ja, ja.

En dan was er nog de protestbrief van een groep schrijvers, waaronder Maarten Asscher, Maarten ’t Hart, Mensje van Keulen, Ramsey Nasr en Joost Zwagerman, tegen het schrappen van de subsidies voor de literaire tijdschriften (zie ook nrc.next van 20 juni). In de brief wordt geen enkel nieuw argument aangehaald vóór behoud van literaire tijdschriften.

‘Graag wijzen wij erop dat nagenoeg alle betrokken tijdschriften (...) tevens op internet actief zijn met eigen en gezamenlijke websites’, staat er in de brief. Wat verstaan deze schrijvers onder ‘actief’? Vast niet de ‘flitsende’ website van Hollands Maandblad.

Beginnende schrijvers vullen zelden de pagina’s van de literaire tijdschriften. In De Groene Amsterdammer van vorige week haalde Revisor-redacteur Erik Lindner de dichteres Lieke Marsman (winnares C. Buddingh’-prijs 2011) aan in een stuk over de literaire tijdschriften. Hij vertelde over haar debuut in Tirade en haar poëziedebuut bij Van Oorschot. Eigenlijk leek hij te willen roepen: ‘alles te danken aan het literaire tijdschrift!’

Ik denk dat de poëzie van Marsman ook zonder Tirade gepubliceerd zou zijn – talent wordt niet gemaakt door het literaire tijdschrift. Maar los daarvan: je kunt tegenover deze debutante talloze andere debutanten zetten die succesvol zijn uitgegeven zónder het literaire tijdschrift. Gerbrand Bakker, Franca Treur, Ivo Victoria, Christiaan Weijts. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

De brief van de schrijvers eindigt zo: ‘Wij roepen derhalve het parlement op deze ongefundeerde ingreep in de letterenwereld terug te draaien, de tijdschriften te blijven steunen die zo’n stimulerende en verbindende rol spelen in de literaire wereld, en de sector op een integere en professionele manier te betrekken bij de door de politiek gewenste ontwikkeling van haar subsidiebeleid in de letteren.’ Een ‘verbindende’ rol? Onzin. de tijdschriften spelen slechts een marginale rol.

Afgelopen week riep het Nederlands Letterenfonds, onder leiding van Henk Pröpper, schrijvers op om aanwezig te zijn bij de Mars der Beschaving, het protest tegen de cultuurbezuinigingen, die gister werd gehouden. „De lijst met deelnemers bestaat nu vooral uit mensen uit de podiumkunsten en de muziek, laat de literatuur daar ook vertegenwoordigd zijn.” Een verbazingwekkende oproep. Pröpper had zijn kans eerder moeten grijpen: hij beheerde de pot met de tonnen subsidies. Hij had de redacties van de literaire tijdschriften harder moeten aansturen en ze de weg moeten wijzen naar de digitale wereld. Het Nederlands Letterenfonds is steeds te afwachtend en te vrijblijvend geweest. Dan moet je nu niet gaan roepen en protesteren. Je had iets moeten doen.

Nu dreigen door de bezuinigingen sommige literaire tijdschriften te stoppen. Maar is dat erg? Nee. De tijdschriften hebben hun belangrijkste functies verloren. Ze doen er niet meer toe in het literaire veld, ze zijn hun symbolische kapitaal kwijtgeraakt. De afgelopen jaren konden de literaire tijdschriften de overstap maken naar het internet. Ze deden het niet of zijn niet zichtbaar genoeg. Daardoor zijn ze lezers kwijtgeraakt. Literaire tijdschriften hebben hiermee hun eigen ondergang bewerkstelligd.

Bart Temme (1984) is redacteur van het (ongesubsidieerde) digitale literaire tijdschrift Tzum.info, docent letterkunde en boekhandelaar te Leeuwarden.