Een ruggeprik? Dat bepaal ik zelf wel

Bevallen is pijnlijk. Dus stelt de patiënt eisen – en het ziekenhuis voldoet daaraan. De aanstaande moeder is te gast. En voor je het weet wil ze naar een ander ziekenhuis.

Op een scherm naast het ziekenhuisbed kan de vrouw haar dochtertje zien, beneden op de couveuseafdeling. De webcam volgt elke beweging. Zes dagen geleden geboren, vier weken te vroeg. Met een grote behoefte aan suiker, omdat ze daar in de baarmoeder ook veel van kreeg. De moeder (27) is suikerpatiënt. In de couveuse kreeg de baby een paar dagen extra glucose, en de longen moesten nog rijpen.

Haar vriend sliep de eerste nachten op een veldbedje naast de moeder. „Heel fijn”, vindt ze. Opa en oma hebben een inlogcode, zodat ze de webcambeelden thuis kunnen zien.

Een patiënt op de afdeling gynaecologie en verloskunde van het Zaans Medisch Centrum komt in een warm bad. De afdeling is onlangs gerestyled – muren, deuren en balies in zacht groen en geel. Er zijn twee kamers met vier bedden, verder louter eenpersoonskamers. „Mag ik uitchecken?” vroeg een vrouw onlangs bij de receptie. En dat, zegt afdelingshoofd Ben Post, voelt voor hem als een compliment.

Ons ziekenhuis moet wel, zegt Post. Het concurreert sinds een paar jaar, net als alle ziekenhuizen. Bewoners van deze regio kunnen naar het Bovenij Ziekenhuis in Amsterdam-Noord (een kwartier rijden), naar Purmerend (een kwartier) of naar Beverwijk (tien minuten). En gynaecologie en verloskunde – dát is het visitekaartje van een ziekenhuis. Verloopt de bevalling naar tevredenheid, dan komt de patiënt hier voor de volgende bevalling en later voor de amandelen, het gebroken been, of erger.

Alle verpleegkundigen van de afdeling hebben vorig jaar een training in gastvrijheid gehad. Post: „Ik voel me hier soms het hoofd van de afdeling handschoenen bij de Bijenkorf.”

Reken maar dat moderne patiënten weten wat ze willen, vertelt verpleegkundige Miranda Boom. Die willen vooral pijnstilling. „Er gaat geen week voorbij of een BN’er vertelt in een blad dat ze dankzij een ruggeprik een pijnloze bevalling heeft gehad.”

Barenspijn is heel erg. In de Verenigde Staten is pijnstilling daarom de standaard. In Nederland rustte er lang een taboe op. Tot gynaecologen en verloskundigen twee jaar geleden landelijk afspraken dat een barende vrouw altijd een pijnstillende ruggeprik mag als ze dat wil.

Dat heeft gevolgen. Miranda Boom, die hier al 21 jaar werkt: „Vroeger begon een vrouw bij 7 centimeter ontsluiting om pijnstilling te roepen. [Bij 10 centimeter ontsluiting van de baarmoedermond kan de geboorte beginnen.] Dan coachten we ze tot het einde: hou vol, je bent er bíjna. Nu beginnen sommigen al bij 2 centimeter ontsluiting over een ruggeprik. Tot 10 centimeter kun je iemand niet coachen, want de ontsluiting kan nog uren duren.”

Wat het medisch team doet? De ruggeprik geven, zegt Boom. „Zelfs mét pijnstilling, heerlijk ontspannen in bed, vraagt een patiënt wel eens na een half uur: hoe lang gaat dit nog duren?” Een eerste bevalling duurt gemiddeld 15 uur.

Ook de keizersnede doen gynaecologen vaker dan vroeger. Die operatie gold altijd als laatste redmiddel, als een kind acuut geboren moest worden. Nu wordt ze bij 80 procent van de stuitliggingen – het kind ligt dan omgedraaid in de baarmoeder – toegepast. Een enkele vrouw die de pijn bij de eerste bevalling ondraaglijk vond, éíst tegenwoordig een keizersnede. Soms krijgt ze die. Dat gebeurt overal; het Zaans Medisch Centrum wijkt qua aantallen keizersnedes niet af van andere ziekenhuizen.

Natuurlijk kost het allemaal geld, zegt Post. Voor een ruggeprik komt de anesthesist. Een verpleegkundige moet erbij blijven, want het pijnstillende middel wordt toegediend met een infuus. Voor een keizersnede is een heel operatieteam nodig. En de kraamvrouw blijft nog drie tot vier dagen in het ziekenhuis voor herstel. Het is wel efficiënter geworden, zegt Post. Vroeger lag je na een keizersnede tien dagen in het ziekenhuis. „Maar de vráág groeit zo hard.”

Op een eenpersoonskamer ligt een vrouw van 41 die eergisteren haar tweede kind heeft gekregen. Het liep uit op een keizersnede, de baby ligt beneden in een couveuse. Moeder lijdt aan bekkeninstabiliteit en zegt nog niet te willen lopen. Tijdens de dagelijkse ronde vraagt de arts-assistent of mevrouw voorzichtig wil opstaan. Zodat ze de katheter eruit kunnen halen. De patiënt legt uit dat ze na de vorige bevalling ook lang niet kon lopen. En dat ze in haar eigen tempo wil kijken of ze kan bewegen. Wilt u het nu proberen, vraagt de arts nog. Nee. „Dat doe ik rustig met mijn man in mijn eigen tijd.”

De relatie tussen arts en patiënt wordt gelijkwaardiger, stellen ze bij het Zaans Medisch Centrum. Patiënt en arts wikken, wegen en overleggen samen. Post: „De arts staat niet meer op een voetstuk. Soms stelt hij een behandeling voor en dan kijkt de patiënt ter plekke op zijn iPhone. ‘U zegt dat wel, maar ik zie hier dat een andere behandeling ook mogelijk is’, zegt hij dan.”