Een milde vorm van zelfverbranding

Mijn ouders hebben nog als ware hippies gedemonstreerd tegen de neutronenbom. ‘Geen nieuwe kernwapens! Eerst de oude op’, was hun leus. Mijn oom heeft als kraker geprotesteerd tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix: ‘Geen woning, geen kroning’.

Zelf had ik nog nooit zo’n soort demonstratie meegemaakt. Ik was zelfs niet bij de scholierenstaking tegen de tweede fase aanwezig geweest, terwijl dat toch een zomaar meegepikte vrije dag vol blikjes cola, chipszakjes en anarchie was.

Gisteren beleefde ik dan eindelijk de eerste grote demonstratie van mijn leven: het protest tegen de straffe bezuinigingen van dit kabinet op de zorg, het onderwijs en kunst en cultuur op het Malieveld in Den Haag.

De demonstratie heette De Mars der Beschaving, een titel die het idee gaf dat de demonstranten gehuld in tweedjasjes, zijden blouses en hoornen brillen door de straten zouden schrijden, minzaam hun hoofd schuddend naar het onwetende volk.

Desondanks waren er toch zo’n 6.000 mensen verzameld die wilden laten zien dat ze het niet eens zijn met de bezuinigingen, en misschien wel vooral niet met de neerbuigende manier waarop over deze sectoren gepraat wordt.

Het Malieveld stond vol mensen in korte broeken, opgerolde T-shirts en bh’s: het was warm. Er was zonkracht 8 voorspeld.

Niemand had ooit eerder gehoord van de term ‘zonkracht’, maar het klonk dreigend. Voor de meute demonstranten die pal in de blikkerende zon stond, betekende het protest haast een milde vorm van zelfverbranding.

Terwijl ik een tijdje ronddoolde over het terrein, luisterde naar de sprekers en op de protestborden de woordspelingen op de naam Halbe Zijlstra telde (halbezool, halbegare, halbekrats, beter ten halbe gekeerd), probeerde ik de regels van een demonstratie te vatten. Het had iets te maken met:

je komt allemaal mensen tegen die je kent, maar geen enkel gesprek komt echt van de grond. Een demonstratie leent zich niet voor bijkletsen over vakantietripjes, roddels of verhalen over lip-infecties – het druist te veel in tegen het doel van de bijeenkomst. Dus je zegt: ‘goh, jij ook hier’, noemt welke speech je het mooiste vond en staart vervolgens samen naar het podium.

het ene moment voel je een warme saamhorigheid met de vele mensen om je heen. Dan loopt er iemand langs met een wit spookmasker en een vuvuzela en is het weer even minder.

een tijd lang dacht ik: ‘nou, ik ben er! En nu?’ Dit moet je loslaten: als je er bent, zit je taak er alweer op. Je hoeft niets te dóen. Demonstreren lijkt te gaan om zíjn. Je bent opeens een onderdeel van een groter geheel, slechts je fysieke aanwezigheid telt – je bent erbij.

En natuurlijk: uiteindelijk werd Beatrix koningin, is er nog steeds woningnood en blijven vele landen smachten naar verrijkt uranium.

Maar dat houdt mensen gelukkig niet tegen om bijeen te komen en zo te laten zien wat zij van waarde achten.

Renske de Greef