Een bosgebied ter grootte van Thailand

Het gaat langzaam met het verduurzamen van het tropisch woud.

Pas uit twee procent van het tropische bos komt hout dat voldoet aan een keurmerk.

Door Michiel van Nieuwstadt

Tropische bossen met het etiket duurzaam komen er wel steeds meer, maar de toename is te traag. En houtkap in die bossen is in werkelijkheid niet altijd duurzaam. Dat staat in een deze maand gepubliceerd rapport van de VN-organisatie ITTO en in recente wetenschappelijke publicaties.

In de VN-studie staan overheidsgegevens van 33 landen die gezamenlijk bijna al het tropisch hout produceren. Volgens dit rapport (Status of Tropical Forest Management 2011) is het areaal aan duurzaam beheerd tropisch bos wereldwijd gegroeid van 36 miljoen hectare in 2005 naar 53 miljoen hectare in het afgelopen jaar. Het is nu ongeveer een gebied ter grootte van Thailand, maar bij elkaar is het nog geen tien procent van al het tropische bos.

„Natuurlijk zijn we blij met de vooruitgang”, aldus ITTO-directeur Emmanuel Ze Meka in een toelichting op het rapport. „Maar dit is niet genoeg om het tij te keren.”

De ITTO-criteria vinden een bos duurzaam als er niet meer hout wordt gekapt dan er bijgroeit, als de rechten van de lokale bevolking worden gerespecteerd en wanneer de biodiversiteit, water en bodem beschermd worden.

De certificatie-eisen van bijvoorbeeld de Forest Stewardship Council (van het FSC-keurmerk) voor de kap van tropisch hout zijn strenger. „Aan die criteria voldoet niet meer dan 1 à 2 procent van het tropische bos”, zegt Roderick Zagt van Tropenbos International.

Grote winkelketens als de Ikea en diverse doe-het-zelfzaken verkopen duurzaam hout. En de Nederlandse overheid streeft er naar om alleen maar tropisch hardhout in te kopen uit duurzaam beheerd bosgebied. Maar vorige week bepaalde de rechter dat staatssecretaris Atsma (Milieu, CDA) Maleisisch hout te snel had toegelaten tot de Nederlandse markt. In Maleisië zou onvoldoende rekening worden gehouden met de belangen en landrechten van de inheemse volkeren in de bosgebieden

De Europese Unie hanteert lichtere criteria, er loopt een programma dat ervoor moet zorgen dat er in elk geval geen illegaal hout de Europese markt op komt. Niet gecertificeerd hout buiten de grenzen houden mag niet volgens de regels van Wereldhandelsorganisatie WTO. „Probleem is ook dat de producenten hun niet-duurzame hout makkelijk elders op de wereldmarkt kwijt kunnen”, zegt Zagt. „India en China absorberen enorme hoeveelheden, al zijn de prijzen in Europa beter.”

In een studie die eind vorig jaar verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Forest Policy and Economics bekritiseren wetenschappers van het tropisch bosinstituut Cifor de toepassing van FSC-certificaten. In zeven van de tien bossen in Kameroen die worden beheerd volgens dit keurmerk wordt niet voldaan aan de eis dat het hout even snel moet kunnen bijgroeien als het gekapt wordt. In concessiegebieden met keurmerk nam de kap van vijf veelgevraagde boomsoorten af met 11 procent. Volgens een juiste interpretatie van de FSC-eisen had deze reductie 34 procent moeten bedragen, aldus Paolo Cerutti en zijn collega’s van Cifor.

Zagt: „In de landen met veel tropisch bos ontbreekt vaak een institutioneel kader, er is corruptie, de overheidsdiensten functioneren niet, de bossen die je wilt beschermen zijn afgelegen en de arbeidswetgeving die je nodig hebt om de rechten te beschermen van mensen die in de houtkap werkzaam zijn, ontbreekt.”

Toch benadrukt Zagt de positieve effecten van certificering. „Als je gaat kappen dan worden sommige soorten minder algemeen dan andere. Een bos waarin wordt gekapt zal er nooit zo uitzien als bos dat onaangetast is. Maar het is wel duidelijk dat een bos met een houtkapcertificaat ontzettend veel beter af is.”

Het Tropenbos Instituut publiceerde twee jaar geleden een inventarisatie van 67 bestaande wetenschappelijke studies naar duurzaam beheerde tropische bossen. „Wij hebben gekeken naar de biodiversiteit in deze bossen”, zegt Zagt. „Als je gaat kappen, dan gaat er natuurlijk altijd wat verloren, maar onze belangrijkste conclusie is dat er een heleboel overblijft. Het certificeren van bos is van groot belang, omdat je er veel grotere bosoppervlakten mee kunt beschermen dan met het instellen van natuurgebieden.”