De witte helm met rode bolletjes ligt al klaar

Het is bijna zover, zaterdag begint de Tour de France. Johnny Hoogerland (Vacansoleil) is een van de twaalf Nederlandse renners die meerijden.

1Je reed dit jaar al de Giro. Heb je je voor de Tour anders voorbereid?

„Nee, ik heb me eigenlijk niet anders voorbereid. Ik denk dat ik er klaar voor ben. Na de Giro heb ik een week rust genomen en daarna wat kleinere koersen gereden. Ik heb niet harder getraind voor de Tour dan voor de Giro. Het parcours van de Giro was dit jaar zwaarder dan dat van de Tour, maar Hilaire Van Der Schueren [ploegleider bij Vacansoleil, red.] heeft ons verteld dat ze in de Ronde van Frankrijk vijf kilometer per uur sneller rijden. Misschien zegt hij dat om ons scherp te houden, maar ik ben wel benieuwd.”

2 Waarmee houd je je bezig als je zo lang weg bent?

„In totaal zijn we vier weken van huis. Dat lijkt lang, maar dat valt eigenlijk best mee. Je wordt zodanig geleefd gedurende die periode dat er weinig dode momenten zijn. Je staat op, je eet, je fietst, je komt aan, je doucht, gaat eten, je wordt gemasseerd en dan is het tien uur en kan je weer gaan slapen. Zoveel tijd heb je niet over. En als ik dan even tijd heb, zit ik wat op internet of bel ik mijn vriendin.”

3Weet je al wie je kamergenoot wordt?

„Nog niet, maar ik vermoed dat het Rob [Ruijgh] wordt. We kennen elkaar al zeer lang. We kunnen het goed met elkaar vinden, dus dat is wel aangenaam. Als je een paar weken weg bent, is een goede kamergenoot natuurlijk meegenomen.”

4Staat Johnny Hoogerland de bolletjestrui [leider bergklassement]?

„Ik denk het wel, het zou echt mooi zijn de bolletjestrui te mogen dragen. Ik heb gezien dat de ploeg een witte helm met rode bollen heeft laten maken. Misschien dat ik hem straks al uitprobeer. Het klimmersklassement is geen doel, maar als ik in de eerste bergrit erbij zit in de ontsnapping, kan het dat wel worden.”

5Renners in topvorm worden gemakkelijker ziek. Let je extra op?

„Nee. Na de Giro was ik echt te mager en dan word je gemakkelijk ziek, maar ik maak me nu geen zorgen. Er kan zo veel gebeuren. Je kunt vallen, en magere renners zoals ik worden gemakkelijker verkouden. Ik wil niet ziek worden, maar het is niet zo dat ik mezelf nu ga opsluiten.”