De Schelde: Oost & West?

Terwijl politici in Den Haag en Brussel zich het hoofd breken over de vraag hoe het nu verder moet met de Hedwigepolder en de Westerschelde, vraagt adjunct-hoofdredacteur Hans Steketee van NRC Handelsblad zich af: „Waarom ligt de Westerschelde in het zuiden, en de Oosterschelde in het noorden?”

Patrick Kiden van onderzoeksinstituut TNO doet onderzoek naar de rivier. Hij houdt zich vooral bezig met de geologische geschiedenis van het gebied: „Het gaat om een enorme periode. De laatste duizend jaar, waarin de twee Scheldemondingen hun namen kregen, is slechts een piepklein deel van het grote verhaal.”

De rivier de Schelde ontspringt iets ten zuiden van het Noord-Franse Cambrai. De bron bevindt zich op ongeveer 100 meter hoogte, bij het dorpje Gouy-Le-Catelet. De rivier is 360 kilometer lang. Hij is onderverdeeld in drie delen: de Boven-Schelde, van de bron tot Gent. De Beneden-Schelde vanaf Gent tot aan de Nederlandse grens. Vanaf dat punt heet de rivier de Westerschelde. De zeearm de Oosterschelde is een aftakking van de Westerschelde.

Ooit was de huidige Oosterschelde de enige monding van de rivier, die als een klein stroompje door het veen kronkelde. De moderne Westerscheldemonding ontstond pas een paar eeuwen voor onze tijdrekening.

De invloed van de zee op het Zeeuwse landschap nam in de vroege middeleeuwen sterk toe. Uit een zeegat kroop toen een kreek, ‘de Honte’, langzaam richting de (Ooster-)Schelde, vertelt Foppe de Lang, gepensioneerd geoloog. Toen er contact werd gemaakt werd dat kreekje de huidige Westerschelde.

„En omdat de kreek ten westen van de rivier lag, is het waarschijnlijk de Westerschelde gaan heten. Het is aannemelijk dat de noordelijke monding pas daarna de Oosterschelde is genoemd.”

Kiden van TNO oppert nog dat de namen veel logischer zijn wanneer je vanuit het zuiden tegen de zaak aankijkt: „Als je vroeger de Schelde afzeilde, vanaf Antwerpen naar de zee, had je bij de splitsing bij het huidige Bath inderdaad een oostelijke tak (Oosterschelde) en een westelijke tak (Westerschelde).”

Jan Postma