De Griekse oppositie over de streep trekken

De leiders van de lidstaten van de eurozone zijn begrijpelijkerwijs niet blij met het feit dat de belangrijkste oppositiepartij van Griekenland geen goedkeuring wil verlenen aan het bezuinigingsprogramma van het land. Ze zijn misschien ook verbaasd dat een conservatieve partij niet wil instemmen met een sanering van de begroting in ruil voor grote hoeveelheden geld. Maar het zou dwaas zijn Athene de steun te onthouden op grond van dit vergrijp van de oppositie. Het zou leiden tot een chaos die de rest van de eurozone nog niet zal kunnen opvangen.

Je zou dus kunnen denken dat de leiders van de eurozone slechts loze wensen kunnen uiten over nationale eenheid, zoals zij op de top van vorige week hebben gedaan. Maar zó hulpeloos zijn ze nou ook weer niet.

Zolang premier George Papandreou deze week een parlementaire meerderheid weet te verkrijgen voor de bezuinigingen, moet Griekenland de twaalf miljard euro van de volgende tranche van het vorig jaar afgesproken noodhulpprogramma van 110 miljard euro kunnen ontvangen. De zittingsduur van zijn regering is immers nog maar twee jaar.

Maar het nieuwe reddingsplan voor Griekenland, waaraan nog de laatste hand moet worden gelegd, is een andere zaak. Dat zou moeten voorzien in alle financieringsbehoeften van Athene tot eind 2014 en misschien 120 miljard euro aan contanten moeten omvatten – zij het dat de helft daarvan uit privatiseringsmaatregelen moet voortvloeien en uit geld van particuliere crediteuren, die de looptijd van hun leningen verlengen. Daardoor zou Griekenland worden gefinancierd tot een dik jaar na de volgende verkiezingen. Het zou daarom redelijk zijn als de steunverleners van Griekenland zouden zeggen dat zij louter een tweejarige afspraak willen maken over wellicht 60 miljard euro, tenzij de oppositie alsnog over de brug komt. Zij zouden ook kunnen waarschuwen dat de rentevoorwaarden niet zo gunstig hoeven te zijn.

Het voorleggen van een dergelijke keuze aan de Griekse oppositie zou deze partij er misschien alsnog toe kunnen bewegen het programma te steunen, door aan te geven dat ‘slecht gedrag’ een prijskaartje heeft. En zelfs als zij niet overstag zou gaan, zou een overeenkomst tot half 2013 duidelijk te kennen geven dat de Griekse schulden vóór die tijd gesaneerd moeten zijn. En dat zou de rest van Europa een nieuwe impuls geven om orde op zaken te stellen, zodat het in een later stadium wél in staat is een eventueel Grieks staatsbankroet op te vangen.

hUGO dIXON

Vertaling Menno Grootveld