Asceet met een vermogen van 400 watt

Robert Gesink is de komende Tour de France de enige Rabo-kopman. Of de renner de druk aankan, hangt ook af van de mate waarin hij de plotse dood van zijn vader heeft verwerkt. „Daar zijn geen recepten voor”, weet trainer en vertrouwensman Louis Delahaye.

Onder wat bomen in de Boulevard des Diables Blues van Grenoble staat wielrenner Robert Gesink tegen zijn fiets geleund naast trainer Louis Delahaye. Net een zware tijdrit achter de rug in de Dauphiné Libéré, zijn eerste en laatste testwedstrijd voor de Ronde van Frankrijk. Just another day at the office, even tijd voor werkoverleg. Waarover praten ze? Hartslag tot 185 per minuut, 56 minuten lang met een gemiddeld vermogen van net boven de 400 watt op de pedalen geduwd. Opdracht uitgevoerd om in de perfecte aerodynamische houding te fietsen. „Veelbelovend”, luidt de eerste conclusie van Delahaye. Gesink grijnst.

Welkom in de wereld van de net 25-jarige kopman van de Nederlandse Raboploeg, vorig jaar zesde in de Tour en nu gezien als kanshebber voor het podium in Parijs. Een scenario voor de gele trui? „Je moet alle opties openhouden”, stelt Delahaye zonder schroom. Gesink is er zelf niet mee bezig. Wat concurrenten als Alberto Contador of Andy Schleck doen, heeft hij toch niet in de hand. Dus concentreert hij zich geheel op zichzelf, in extreme mate. „Zo staat Robert er nu eenmaal in”, vertelt zijn trainer en vertrouwensman. „In de voorbereiding staat hij zich niet toe ergens ook maar iets te laten liggen. Hij wil alles geregeld en kloppend hebben. Liefst een schema boven zijn bed. Het ascetenleven, ja.”

Windtunneltest bij de Formule 1-renstal van McLaren voor aerodynamische secondenwinst in de tijdrit. Slopende hoogtestages in Sierra Nevada en Zwitserland om straks te kunnen excelleren in de Tourcols. Thuis slapen in een zuurstofarme kamer, om verblijf op hoogte te simuleren en meer rode bloedcellen aan te maken voor betere zuurstofopname. Training en voeding van tevoren uitgestippeld, en dag voor dag nauwkeurig op elkaar afgestemd. Alles is tot in details voorbereid in Gesinks real life laboratorium van hartslagen en wattages. „Het wordt wel eens overdreven dat wij zo zweren bij getallen”, nuanceert Delahaye. „Maar het is juist dat wij in de tweedeling tussen getal en gevoel meer gaan voor het getal.”

Akelig precies schetste de trainer van de Raboploeg in het voorjaar 2008 een driejarenplan voor zijn toptalent, de eerste renner van de ploeg die bij een inspanningstest een vermogen boven de 500 Watt scoorde. Beter dan zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong? Rustig opbouwen, luidde destijds het devies van Delahaye, de voormalige triatlonbondscoach uit Limburg. Tourpodium op z’n vroegst in 2011. Tegenslagen waren er genoeg, valpartijen vooral: Tour en Vuelta in 2009, Tour 2010. Toch bleef de prestatiecurve stijgen. Zevende en zesde in de Vuelta, vorig jaar zesde in de Tour. Winst in bergetappes (Californië 2008, Zwitserland 2010) en in eendagskoersen: GP Montréal (2010) en Giro dell’Emilia (2009 en 2010). En na die laatste zege, bergop tegen de beste Italianen, leek Gesink in oktober zelfs kansrijk om in de Ronde van Lombardije zijn eerste grote klassieker te winnen.

Tot het bericht dat zijn vader Dick ernstig gevallen was bij een toertocht op de mountainbike in Limburg. Hals over kop uit Italië naar huis. Dagen van onzekerheid, tot twee weken later zijn vader overlijdt. „Onterecht als je pas 51 bent en zoiets gebeurt”, zegt Gesink, die begin december bewonderenswaardig met het verlies omgaat op de ploegvoorstelling in Kaatsheuvel.

Zie vader en zoon genieten op Ax-3-Domaines in de Tour van vorig jaar. De zoon geïnterviewd na weer een topprestatie in de bergen, vader rustig op de achtergrond, tegen een muurtje geleund. Nooit meer dat oogcontact. En dan toch weer de motivatie vinden om dag in dag uit alles opzij te zetten in een van de hardste sporten die er zijn.

„In de Tirreno-Adriatico heeft Robert in maart een moeilijk moment gekend”, vertelt Delahaye. „Ik heb hem gezegd dat hij een pauze moest nemen. Dan maar niet goed voor de klassiekers. ‘Als je het nu wegstopt, ga je het in mei of juni een keer tegenkomen’, zei ik. Hij was het er meteen mee eens en ging een weekje weg. Die pauze is heel belangrijk geweest. Een week later ben ik naar Girona [Spaanse woonplaats van Gesink] gevlogen. Toen kwamen we tot de kern van hoe hij erin staat. ‘Ik kan nog een week rust nemen, twee weken of een maand’, zei hij. ‘Maar ik mis nu al de fiets, ik vind fietsen gewoon leuk.’ Dat was cruciaal”, weet Delahaye.

Het gevoel achter het getal. „Dit vak, op dit niveau, kun je niet volhouden als je niet gewoon gek bent van het fietsen an sich. Dat zag ik ook weer in mei, op hoogtestage in de Sierra Nevada, hoe hij er daar mee bezig was. Robert geniet gewoon. Als ik een nieuw rondje of een nieuwe klim heb bedacht, vraagt hij direct: wanneer moeten we morgen weer? Als hij na een zware klim links nog een stukje asfalt omhoog ziet lopen, roept hij direct dat die weg ook nog te rijden moet zijn. Die intrinsieke bewegingsvreugde is zo mooi om te zien. Het gaat niet over de Tour, het gaat niet over je ouders. Het gaat alleen over fietsen, over dat moment.”

’s Avonds in het hotel komen de verhalen vanzelf. „Er zijn geen recepten voor hoe je met zo’n dramatische gebeurtenis moet omgaan”, zegt Delahaye, al ruim vijf jaar trainer van Gesink. „Iedereen doet het anders. Ik begin er nooit over, Robert soms. Dan heeft hij behoefte erover te praten, om leuke herinneringen op te halen. Onze relatie is alleen maar hechter geworden.”

Vriendin Daisy, de familie in Varsseveld, eerste luitenant Grischa Niermann, Rabo-ploegleiding, manager Theo de Rooij: ze zijn dicht in zijn buurt. Maar op wielergebied staat Delahaye bovenaan in de cocon van Gesink. „Robert doet nooit zomaar iets. Je legt het idee uit achter een keuze, dan snapt hij dat. Daarbij heeft hij zijn eigen input, je kunt goed met hem discussiëren. Robert is een modelatleet. Net als Michael Boogerd laat hij nergens iets liggen. Dat is zijn grote kwaliteit.”

Zelfs Delahaye staat versteld van de voortdurende progressie. „In de Tirreno had ik voor het eerst het idee: Robert is misschien wel de beste renner ter wereld. Omdat ik wist hoe hij daar mentaal in elkaar stak en wat hij daar deed. Dat was echt fenomenaal! Hij werd tweede, maar had met overmacht gewonnen als hij mentaal fit aan de start zou hebben gestaan. Dan heb je een flinke stap gemaakt.”

Daar is de focus op getallen weer. Nooit boven hartslag 165 in de Sierra Nevada, om een stevige trainingsbasis te leggen. Want pas de derde Tourweek zal beslissend zijn, verwacht Delahaye. „Wie dan nog herstelt en 90 procent is, kan veel winnen als anderen terugvallen naar 85 procent.” Tijdrit met een vermogen van ruim 400 watt in de Dauphiné. „Volgens Robert kan er nog 30 watt bij in de Tour.” Twee goede klasseringen in bergritten. „Elke renner zoekt bevestiging.” En een loodzware hoogtestage met intensieve trainingen in Zwitserland toe. „Dan moet er een keer het kut-gevoel zijn.”

Want meten is weten voor Delahaye en Gesink, in aanloop naar de Tour. Maar nooit zonder gevoel. „Je kunt wel mooi met getalletjes bezig zijn, maar winnen doe je in de kop.”

Maarten Scholten