Zodat kinderen niet de fout ingaan, als ze straks twaalf zijn

In Amsterdam-Oost komt verreweg de meeste criminaliteit door jongeren.

De politie wil daar iets aan doen en laat kinderen flyers uitdelen over zakkenrollers.

Politieman Jack Druppers is niet het type dat zijn stem hoeft te verheffen om aandacht te krijgen van kinderen. Die heeft hij meteen als hij binnenkomt in het auditorium van de politie in Amsterdam-Oost. Zijn kale kop, bril met dik zwart montuur en de echte handboeien aan zijn riem maken indruk.

In de zaal zitten ongeveer dertig kinderen tussen de zeven en tien jaar oud. Voordat ze de politie bij een actie zullen gaan helpen, worden ze – net zoals in het echt – gebriefd. Ze bekijken een filmpje over zakkenrollers.

Jack Druppers zegt: „Weten jullie dat dat elke dag gebeurt, zakkenrollen?” Een klein jongetje met krullen staat op en vraagt geschrokken: „Vandaag ook?” Druppers knikt: „Vandaag ook.”

De dag na de briefing gaan de kinderen op treinstation Amsterdam Amstel flyers uitdelen met informatie over zakkenrollen. Ze doen mee aan het project Politiekids. Een andere keer zullen ze hondenpoepzakjes uitdelen aan mensen met een hond. En tegen ze zeggen dat hun hond in de goot moet poepen.

De politie in Amsterdam-Oost probeert hiermee de kinderen en hun ouders in de buurt op „een positieve manier te leren kennen”, zegt Druppers, voordat ze als twaalfjarige de fout ingaan. „De meeste criminele activiteiten binnen ons gebied worden door jongeren gepleegd”, legt hij uit.

Het filmpje waar de kinderen naar kijken gaat over gedrag waaraan je zakkenrollers kunt herkennen. Bijvoorbeeld door in een luchthaven te letten op mensen zonder bagage. Of op iemand die een jas over zijn arm draagt, terwijl het koud is buiten. Die jas kan bedoeld zijn om een hand te camoufleren die in een tas glijdt. Als het filmpje is afgelopen, roepen de kinderen: „Nog een keer! Nog een keer!”

Columniste Elsbeth Etty bekritiseerde het plan in NRC Handelsblad. Zij vindt dat van kinderen verklikkers worden gemaakt – continu speurend naar iets verdachts. Ook vraagt ze zich af of de kinderen „verzekerd zijn tegen bijtende honden en hun agressieve baasjes”.

Projectleider en bedenker van Politiekids Jack Druppers vindt dat „heel flauw” en „kort door de bocht”. „In Almere lopen er projecten waarbij kinderen van twaalf worden geacht leeftijdgenoten aan te spreken op hun gedrag. Wij hebben bewust ervoor gekozen om de kinderen geen verantwoordelijkheid te geven in de opsporing. Het gaat om de band die wij met ze opbouwen.” Want op deze leeftijd vinden kinderen de politie nog fantastisch en stoer. „We willen dat dat zo blijft. De eerste kennismaking moet niet pas zijn als er een broer door de politie van zijn bed wordt gelicht.”

Op woensdagmiddag verzamelen de kinderen op het Amstelstation. Ze krijgen een fluorescerend geel hesje, een badge met hun naam erop en een politiepet. Lotte van zeven jaar is met haar vader gekomen. De eerste tien minuten is ze vooral aan het giechelen met een vriendinnetje, maar daarna deelt ze de flyers uit en vertelt ze mensen dat daar tips opstaan „tegen zakkenrollen”.

Een jongetje uit de groep doet voor aan een grote Surinaamse vrouw hoe een zakkenroller doet. Hij loopt spiedend rond, de ogen schuin naar beneden. „Oh, nou begrijp ik het”, zegt de vrouw lachend. „Dankjewel!”

De vader van Lotte, Maarten Wouters, merkt dat zijn dochter sinds Politiekids „alerter” is op wat niet mag. „Als er iemand op de stoep fietst, stoot ze me aan en zegt ze: ‘dat mag toch niet?’ Ja, de burgerlijke ongehoorzaamheid gaat er wel vanaf.” Hij vindt niet dat Politiekids van kinderen verklikkers maakt. „Dit is kinderen waarschuwen voor gevaren in het algemeen.”

Wouters constateert wel dat zijn dochter door het project dingen leert waarover hij haar niet zo snel uit zichzelf zou vertellen. Bijvoorbeeld over zakkenrollers. Maar erg vindt hij dat niet. „Je moet je kinderen niet naïef de wereld insturen.”

Na afloop van de politieactie vertelt Gaetano (9) dat nogal veel mensen die hij aansprak „geen tijd” hadden. „Terwijl ze dan even verderop stil gingen staan!”

Heeft hij iets geleerd van het filmpje van de dag ervoor?

„Ja, hoe je moet zakkenrollen! Maar ik ga het niet doen hoor”, zegt hij met een blik op zijn moeder.

Zij denkt dat de kans bestaat dat mensen agressief zullen reageren op de kinderen als zij diegene terechtwijzen. Maar dat vindt ze niet eng. Zijn vader is erbij, „en Jack”. Bovendien: „Zo is de wereld.” Ze vindt haar zoon oud genoeg om dat te leren.

Ze wil hem ook graag bijbrengen dat het goed is om je mond open te doen als je ziet dat er iets gebeurt dat niet door de beugel kan. „Niet zwijgend toekijken. Speak up!”

Jasper (nog lang geen zeven, maar meegekomen met zijn oudere zus) is verkleed als agent, aan zijn riem bungelen plastic handboeien. Hij heeft vanmiddag niemand durven aanspreken, maar zijn zus durfde dat wel. Wat zou zij doen als ze alleen is en een zakkenroller betrapt? „Er wat van zeggen.”

Druppers en zijn team hebben de kinderen geworven op lagere scholen, maar ook in een buurthuis waar honderdvijftig kinderen op zondag Arabische les volgen.

Imran, de 7-jarige zoon van Naima Bouanan, hoorde daar van het project. Hij was meteen enthousiast. Veel meer kinderen die hij kent, wilden meedoen, maar de Politiekids zitten voorlopig vol. Wil Imran later misschien agent worden? Dat niet: „Liever profvoetballer.”