Wilders is schuldig, maar geef geen straf

Het zou een goede zaak zijn geweest als Geert Wilders schuldig zou zijn verklaard aan discriminatie, zonder oplegging van straf. Daarmee zou zijn aangegeven dat de vrijheid van meningsuiting niet onbegrensd is.

Binnen door beschaving gestelde grenzen is Wilders vrij zijn opvattingen te ventileren. Eén zo’n grens is het verbod op discriminatie. Wie de moeite neemt Wilders’ uitspraken te lezen, kan in redelijkheid niet ontkomen aan de conclusie dat er sprake is van discriminatie. Hij springt onvervaard van islamitische terroristen naar fundamentalisten en ten slotte naar moslims. Door deze generalisaties wordt ons maatschappelijk klimaat verziekt en wordt een grote bevolkingsgroep in het verdomhoekje gezet.

De Amsterdamse rechtbank erkent ook dat sommige uitlatingen van Wilders een discriminatoir karakter hebben, maar stelt dat het maatschappelijk debat hevig was en dat daarom de speelruimte voor Wilders groter was. Een opvatting die zeker niet in overeenstemming is met die van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Dit hof benadrukte juist dat op politici in een democratie een bijzondere verantwoordelijkheid rust en zij dus minder ‘hard’ mogen spreken dan ‘gewone’ burgers. Wordt de zaak-Wilders doorgezet tot het Europese Hof, dan moet Wilders er toch rekening mee houden dat dit Hof zijn uitspraken hoogstwaarschijnlijk niet zal tolereren.

J. Th. Degenkamp

Emeritus hoogleraar rechtswetenschap Rijksuniversiteit Groningen