Via Kroatië naar de Balkan

Precies twintig jaar nadat het land zich met geweld uit Joegoslavië losmaakte, is Kroatië toegelaten tot de vestibule van de EU.

Dit is inderdaad een Europees „momentum” op de Balkan, zoals de 27 regeringsleiders van de unie vrijdag vaststelden. Maar hier heeft de handreiking naar Kroatië weinig aandacht gekregen. Dat illustreert het zwakke imago van Europa, dat meer beoordeeld wordt op zijn behandeling van de eurocrisis dan op de volgende stap richting westelijke Balkan. De opening naar Kroatië is desondanks toch belangrijk. Het besluit van de EU reikt verder dan Kroatië. Het is een positief signaal voor de rest van het oude Joegoslavië.

Al acht jaar wil Kroatië lid worden van de EU. Maar de deur bleef lang dicht. Aanvankelijk omdat Kroatië niet con amore meewerkte met het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag en niet toe leek aan een evenwichtige ‘verwerking’ van de Joegoslavische oorlogen tussen 1991 en 1995. Maar niet alleen het verleden, ook het heden stond in de weg. Kroatië was als rechtsstaat niet rijp voor de unie. De aanpassing van de wetgeving en vooral van de bestuurlijke cultuur voltrok zich te traag.

Maar de meeste seinen staan nu op groen. Over twee jaar moet Kroatië lid kunnen worden. Dat worden twee lange jaren voor Zagreb. De EU heeft geleerd van de fouten die zijn gemaakt met de entree van Roemenië en Bulgarije in 2007.

Er blijkt toch een groot verschil te zijn tussen het toewerken naar de Europese eisen en het handhaven ervan. Eenmaal binnen plegen nieuwe lidstaten terug te vallen in oude patronen. Corruptie is het ernstigste symptoom. Maar ook bij de uitbreiding van de eurozone zijn dit soort fouten gemaakt. In Griekenland bijvoorbeeld door blind te varen op de statistieken die Athene produceerde en die vals bleken.

Elke stap van Zagreb in de richting van de Europese normen zal dus wel uit-en-te-na worden gemonsterd. Kroatië moet bewijzen dat alle hervormingen „duurzaam en onomkeerbaar” zijn, aldus premier Rutte. Hij en premier Cameron van Groot-Brittannië wilden daarom de onderhandelingen geclausuleerd beginnen, dat wil zeggen zonder dat de EU zich op haar beurt zou vastleggen op een eindresultaat. Maar de andere lidstaten wensten toch gastvrijer te zijn. En dat is terecht.

Het lidmaatschap van de EU moet uiteraard zijn onderworpen aan stringente en objectiveerbare eisen. Daarmee mag de hand niet worden gelicht, noch tijdens het toelatingsexamen noch daarna. Maar het moet geen subjectief proces worden.

Het Europese project kan, ook nu het op de rand van een crisis balanceert, alleen verder als het openstaat voor nieuwe allianties.