Toneelspelen

Robert Gesink hoefde gisteren geen Nederlands kampioen te worden. Over een kleine week begint de Tour de France. Hij moest op het gemak rondjes draaien en vooral niet vallen.

Drie ronden voor het einde reed Gesink in de kopgroep. Hij ging op zijn pedalen staan en demarreerde. Wat was dit voor idiotie? Zijn ploegmaten kreunden. Met moeite konden ze hem bijbenen.

Een paar kilometer verder hield Gesink plotseling in. Hij liet de anderen passeren, nam opzichtig een slokje uit zijn bidon en keek uit over de Overijsselse akkers. Honderd meter verder zette hij zijn fiets tegen het reuzenwiel van de Rabo-bus en nam het trapje naar binnen.

De camera bleef turen in het gat van de deur. Ik zag een kunststof wandje waar een vaatdoek aan hing. Je verwacht alles in een wielerbus; hoog opgetaste flesjes dorstlessers, een wastrommel, massagespullen, een vuilnisemmer. Ik zag alleen een vaatdoek aan een haakje.

Wielrennen en vaatdoeken gaan niet samen. Mijn god, we konden fluiten naar onze voor Holland zo succesvolle Tour.

De afgelopen week had ik zitten bladeren in het wielertijdschrift De Muur. Schrijver Herman Chevrolet pakte uit met een verhaal: ‘36 winnende Tourstrategieën voor Robert Gesink’. Ik haalde het blad tevoorschijn.

Bij strategie nummer 7 hield ik stil. Dit stond er: „Schijn omzetten in werkelijkheid. Bedriegen, nog meer bedriegen en dan plots daarmee stoppen. Daardoor een illusie creëren die ruimte laat voor een sterke aanval.”

Ik herkauwde de beelden van het uitstappen van Robert Gesink. Ik had het verkeerd begrepen. Dit was een meesterzet van de renner. Dit was de schijn van Gesink.

Tv-commentator Maarten Ducrot vertelde opvallend snel dat hij een sms van een informant had gekregen: Gesink moest stoppen wegens een pijnlijke knie.

Ik begon het door te krijgen. Ducrot speelde het spelletje mee. We werden willens en wetens om de tuin geleid. Dit moest strategie 33 zijn: „Laat een spion binnen in je eigen rangen en geef hem valse informatie.”

Een paar uur later verscheen Gesink in vrijetijdskleding voor de camera van de NOS. Andy en Frank Schleck staan op zo’n moment als modepoppen in hippe T-shirts klaar voor de pers. Gesink stak zijn nek weg tussen de schouderbladen in een oerdegelijke Rabo-polo. De pareltjes stonden op zijn voorhoofd.

De eerste, hopeloze zin van Robert Gesink: „Ja (stilte), eh (stilte), niet echt mijn dag.”

Hoogstwaarschijnlijk stond regisseur Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam goedkeurend achter de camera te knikken. Half uurtje repeteren met Gesink en ja hoor, een vorstelijke acteerprestatie.

Gesink kreeg de smaak te pakken. Hij begon over de versnelling die hij plaatste en dat hij het daarna niet meer zag zitten. Onze potentiële Tourwinnaar speelde zijn reputatie aan gort. Het was al een wonder als hij zijn schoenen in zijn pedalen kreeg volgende week; zo stond hij erbij.

De Schleck-broertjes, Ivan Basso en Alberto Contador – zelf ook een uitstekend toneelspeler trouwens – gaan hier instinken. Ze zetten een rode streep door Gesink.

Ik begrijp wat me te doen staat: Gesink in de stront schrijven. Hier, pak aan, kerel: „Die jongen kan de druk niet aan. Hij krijgt ruzie met zijn maat Bauke Mollema. Eet een Franse komkommer en loopt van boven en onder leeg. En dan die versleten knie. Hopeloos. Nee, het wordt helemaal niks met Gesink.”

Zo goed, Robert?