Polak belicht tweestrijd van luisterende rechter

Dat het nieuwe programma Het filosofisch kwintet (HUMAN) anders is dan de meeste praatprogramma’s op televisie valt empirisch aan te tonen. Het is me na twee afleveringen nog niet gelukt om er een treffend, op zichzelf effect sorterend citaat uit te halen voor de rubriek Uitgesproken onder deze rubriek. Met andere woorden: de deelnemers streven niet naar rake oneliners, maar voeren een tamelijk complex debat.

Dat was ook net de bedoeling, zo legde presentator Clairy Polak in andere media vooraf uit. Het gaat in dit format niet om het twistgesprek, maar om luisteren en doorgronden.

Het voorbeeld van dit zomers alternatief voor Buitenhof was het Duitse programma Das philosophische Quartett, waarin hooggeleerde heren en een enkele dame nogal abstract met elkaar filosofeerden. Het ontaardde geregeld in intellectueel luchtfietsen, waar Duitsers overigens door de bank genomen meer plezier aan beleven dan Nederlanders.

Hetzelfde risico bedreigt Het filosofisch kwintet, een reeks thematische verkenningen rond het onderwerp van de rechtsstaat. Eerlijk gezegd was ik een klein beetje teleurgesteld door de eerste aflevering, waarin de gesprekspartners met moeite ter zake konden komen over terrorismebestrijding en de eventuele bedreiging van burgerlijke vrijheden.

Gisteren ging het al veel beter. In beide programma’s waren de wetenschappers het best op dreef, doordat zij de rol konden spelen van de onafhankelijke kritische beschouwer. Na terrorisme-expert Beatrice de Graaf waren het in de aflevering over het gezag van de rechterlijke macht hoogleraar strafrecht Ybo Buruma en rechtssocioloog Marc Hertogh die gewaagde en prikkelende gedachte-exercities ontwikkelden.

Voormalig voorzitter van het college van procureurs-generaal en nu rechter Harm Brouwer bleef in wezen zeggen dat het helemaal niet zo slecht gaat in Nederland en dat meer en beter mediabeleid van de zittende magistratuur al veel zou schelen.

Bij Buruma zag je het best de dilemma’s verwoord van de huidige worsteling van rechters met hun niet meer vanzelfsprekende gezag. Meer transparantie, akkoord, maar hoe verhoudt zich dat tot de benodigde afstandelijkheid? En kan beter luisteren naar de burger altijd verenigd worden met de kwaliteit van het strafrecht?

Polak is als kritische ondervrager helemaal op haar plek in deze soms bijna socratische opzet. Het meest problematisch is tot nu toe de rol van haar medegastheer. Filosoof Ad Verbrugge moet de gedachtenwisseling af en toe abstraheren naar onderliggende vooronderstellingen en uitgangspunten. Dat is een goed idee, al was het maar om de titel te rechtvaardigen.

Maar in de praktijk zijn Verbrugges interventies soms iets te wijdlopig en retorisch. Dat kan ook een kwestie zijn van onze tegenwoordige onwennigheid met echte gesprekken op televisie.