Opgeven: zwak of juist verstandig?

Het was de vierde keer dat de Nederlandse speler voortijdig van de baan stapte.

Proftennissers als Robin Haase moeten waken voor overbelasting en rust inlassen.

Proftennissers zijn constant bezig met de vraag hoe ze met een maximale belasting van hun lijf toch topfit kunnen blijven. Het is soms een moeilijke keuze tussen het lichaam en de geest. Hoeveel pijn kun en mag je verdragen als bijvoorbeeld op Wimbledon grote geldbedragen, punten voor de wereldranglijst en roem in het verschiet liggen?

„Het is aan iedere individuele tennisser zelf om de juiste afweging te maken”, stelt bondsarts Babette Pluim. „Maar onlangs is tijdens een congres van het Internationaal Olympisch Comité wel gebleken dat hoe korter een tennisser de tijd neemt om van een blessure terug te komen, des te groter de kans op herhaling is.”

De Nederlandse tennisser Thiemo de Bakker koos er na maandenlang aanmodderen voor om na het gravelseizoen een pas op de plaats te maken. Hij trok zich terug voor de grastoernooien van Rosmalen en Wimbledon om zich onder leiding van experts bij het Amsterdamse Fysiomed fysiek en mentaal klaar te stomen voor een terugkeer. Robin Haase, die in het verleden afrekende met veel blessures, werd in de derde ronde van Wimbledon tot opgave gedwongen tegen de Amerikaan Mardy Fish. Het is de vraag of Davis-Cupcaptain Jan Siemerink zijn twee beste tennissers in juli kan inzetten tegen Zuid-Afrika.

„Waarom moet nu juist mij dit weer gebeuren?” Met die vraag in zijn hoofd nam Haase afscheid van Wimbledon. De nummer één van Nederland verloor tegen Fish wederom van zijn lichaam. De gevolgen van een ongelukkige val in zijn partij tegen de Spanjaard Fernando Verdasco, waarbij hij zijn knie overstrekte, waren te ernstig. Haase begon tegen beter weten in aan de strijd, maar kwam al snel tot het besef dat het zinloos was. „Ik had overal last van en was bang een andere blessure op te lopen”, zei Haase. „Dat ging in mijn hoofd zitten. Dan heeft het geen zin meer om door te gaan.”

Haase gaf zaterdag voor de vierde keer in zijn profloopbaan op. Eerder deed hij dat tegen Victor Hanescu (mei 2011 in Nice), Richard Bloomfield (november 2007 in Shrewsbury) en Viktor Troicki (april 2007 in Marrakech). „Als je niet meer over de maximale controle van je lichaam beschikt en een blessure riskeert dan zou het dom zijn om door te spelen”, zegt Pluim. „Het is onzin om te stellen dat tennissers nooit op zouden moeten geven. Sterker nog; er bestaat een regel dat een scheidsrechter kan ingrijpen als een tennisser niet meer fatsoenlijk kan spelen.”

Haase verklaarde te hebben geleerd van zijn nederlaag in de tweede ronde van de Australian Open toen hij ondanks een blessure zijn partij afmaakte. Haase speelde mede daardoor tegen Fish met een getapete enkel. Dennis Schenk, de coach van Haase, was het eens met Haases beslissing. „Als je geblesseerd bent is het niet slim om door te gaan. Haase had gehoopt dat hij door de regen misschien nog wat meer tijd zou krijgen. Of dat Fish zelf in de problemen zou komen. Het mocht allemaal niet zo zijn.”

Schenk noemde tennis „de zwaarste sport ter wereld”. „Ik bedoel dit serieus. Tennis wordt in alle continenten gespeeld. Dus tennissers moeten enorme reizen maken met alle gevolgen van dien. Daarnaast wordt het lichaam op de baan constant belast. Als je zoals Haase in de topzestig staat dan kun je niet zoals de toppers af en toe een rustperiode inlassen. Er moet ook geld worden verdiend.”

Bondsarts Pluim verwijst naar een recent onderzoek van consument en veiligheid, waaruit is gebleken dat het aantal blessures in het tennis hoger ligt dan bij de meeste andere sporten. „Volgens de recente cijfers ontstaan in Nederland bij duizend uur tennissen 3,1 blessures. Bij andere sporten kom je op 1,9 blessures uit. Tennis is een explosieve sport waarbij je veel verschillende bewegingen maakt. Het is de afgelopen jaren allemaal sneller en harder geworden. Het vele reizen maakt het extra zwaar. Je hebt met overbelasting te maken. Het is van belang dat tennissers soms rustperiodes inlassen om sluipende blessures te bestrijden. Bij de jeugd willen we het wat strakker en harder aan gaan pakken. Bij de profs is dat anders. Die keuzes moet een tennisser samen met zijn coach maken. Al kunnen we daar als bond wel bij begeleiden natuurlijk.”

Zo nam Pluim op Wimbledon direct contact op met Haase. Een diagnose kan en mag ze niet geven. Haase sprak zelf de hoop uit over vier tot vijf dagen weer te kunnen spelen. „Als ik fit genoeg ben om te tennissen, speel ik gewoon in de Davis Cup”, zei hij. Schenk vreest dat Haase last kan blijven houden van zijn knie. „Daar moet je als tennisser mee leren leven.”