Kunst brengt ideologisch debat terug

De culturele wereld gebruikt het begrip ‘beschaving’ voor de acties tegen de bezuinigingen. Dat laten de voorstanders niet op zich zitten. Het effect is een ideologische strijd.

Wel een vrij weidse term, dat ‘Beschaving’ uit ‘Mars der Beschaving’, de demonstratieve optocht waarmee afgelopen nacht en vanmorgen duizenden mensen protesteerden tegen de kunstbezuinigingen. Niet zo’n wonder dat voorstanders van die bezuinigingen als door een adder gebeten hebben gereageerd: zijn zij wellicht onbeschaafd, omdat zij niet hechten aan financiering van rijkswege voor kunst die soms maar kleine groepen aanspreekt?

Op discussiewebsites en in inbelprogramma’s op de radio speelt zich een vinnig debat af. Aan de ene kant: „Ga werken uitvreters, in plaats van met onze centen een beetje in het rond te spelen.” Aan de andere kant: „De bezuinigingen zijn een poging de veelvormigheid en dynamiek van het culturele leven in Nederland de nek om te draaien.”

Openlijk ideologisch politiek debat is zeldzaam in Nederland, waar tot voor kort de politiek angstvallig in het teken van praktische probleemoplossing werd gehouden. Deels is dat nog zo: wie de brief van de staatssecretaris over het cultuurbeleid leest, treft daarin voornamelijk niet zeer ideologisch getoonzette opmerkingen aan over de noodzaak tot bezuiniging en meer aandacht voor de positie van kunst op de markt. De ideologische gedrevenheid achter deze technocratische overwegingen komt vooral buiten de tekst tot uiting: de onevenredige aanslag op een relatief onbeduidend deel van de rijksbegroting; de schoffering van de georganiseerde kunstwereld die niets heeft in te brengen.

De acties uit de kunstwereld en hun gebruik van het woord ‘beschaving’, richten zich in feite tegen iets anders: de agressieve subtekst van het voorgenomen kunstbeleid, dat al die types die zich „van onze centen” met moeilijke dingen bezighouden maar eens zelf hun broek moeten ophouden. Het is deze polariserende filosofie die door de regeringspartijen is omgezet in een op het oog keurig betoog van hoog neoliberaal gehalte.

Niet de kunstwereld, maar het kabinet is deze Kulturkampf begonnen. Wat meer dan een eeuw gold als een algemeen belang – de bevordering van kunst en cultuur van staatswege – wordt plotseling als een beperkt groepsbelang voorgesteld, afgezien van instituten die het toerisme of de emancipatie van de regio bevorderen. Deze Umwertung aller Werte speelt op meer terreinen: het belang van de banken werd tot voor kort gezien als een particulier belang, maar blijkt nu plotseling algemeen.

Het is niet de laatste taak van de kunst om verborgen betekenissen en onrustbarende contradicties bloot te leggen, en daarmee de strijd aan te gaan. Dat is de kunstdemonstranten met de introductie van de term ‘Beschaving’ goed gelukt. In zekere zin bewijst het kabinet de kunst een dienst: de ideologische strijd is terug op straat.

CDA wil 12 mln extra voor de regio-orkesten; een weekend van actie: pagina 16-17

Kunstenaar zijn is geen basisrecht: pagina 15