Is er minder vertrouwen in rechters?

Sinds het derde kwartaal van 2010 stijgt het vertrouwen van de burger in de rechtspraak consequent, zo blijkt. En vrij stevig ook. Ondanks het rumoer rondom het proces Wilders, ondanks de rehabilitatie van Lucia de Berk in dat jaar. Dat blijkt uit opeenvolgende kwartaalrapportages van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar ‘burgerperspectieven’, een representatieve enquête naar de stemming onder de Nederlandse bevolking. Hoe kan dat?

Het vertrouwen van de burger in de rechtspraak pleegt te fluctueren: het stuitert zo’n beetje mee op de nieuwsconjunctuur. Bij gerechtelijke dwalingen en grote kwesties ontstaat er doorgaans een dip – en daarna volgt licht herstel. Het lijkt erop dat het aantreden van het kabinet Rutte het algemene vertrouwen in politiek en bestuur heeft laten stijgen. De rechtspraak profiteert mee.

Voor het eerst in jaren heeft de burger meer vertrouwen in de rechtspraak dan in de ‘grote ondernemingen’. Alleen in successievelijk de televisie, de kranten en de vakbonden heeft de burger meer vertrouwen. De rechtspraak krijgt een score van 67, daarna volgt de Tweede Kamer (58), gevolgd door de regering met de laagste score: 53. Het laatste kabinet Balkenende scoorde nog lager: 48. Rutte zorgt dus voor een positievere stemming bij de burger. Significant meer burgers vinden dat het nu „de goede kant opgaat”.

Het vertrouwen in de rechter herstelt zich mee. Maar de burger blijft ontevreden over de hoogte van de straffen, zo blijkt uit de focusgroepen. Het SCP concludeert dat het veronderstelde gebrek aan ‘normen en waarden’ het belangrijkste probleem is voor de burger: Nederland als land waar alles maar kan en niks echt wordt aangepakt. Daarna maakt de burger zich het meest zorgen over het eigen inkomen en de staat van de politiek. Pas daarna komen onveiligheid en immigratie.