Hu Jia zit veilig en gelukkig thuis

Terwijl premier Wen Jiabao Europa bezoekt, komen twee dissidenten op vrije voeten.

Toeval of propaganda? „De imagoschade voor China werd steeds groter.”

Zelfs even de pas inhouden bij de ingang van het appartementenblok waar de dit weekend vrijgelaten Chinese dissident Hu Jia (37) woont, is op deze broeierige zondagavond voor buitenlanders verboden. Het hek voor de flats gaat alleen open voor Chinezen die kunnen aantonen dat zij hier wonen, anderen worden weggebonjourd door geüniformeerde agenten en vervolgens door stillen in poloshirts en spijkerbroeken naar de metrohalte begeleid.

Zo onverwachts als de vrijlating van kunstenaar Ai Weiwei zich vorige week voltrok, zo algemeen bekend was het dat Hu eind ergens juni vrij zou komen – hij werd immers in 2007 gearresteerd en een jaar later tot 3,5 jaar cel veroordeeld. Of de precieze timing van zijn thuiskomst samenhangt met de Europese toer van de Chinese premier Wen Jiabao is mogelijk, maar minder waarschijnlijk dan in het geval van Ai Weiwei.

Zijn vrouw, Zeng Jinyan, verklaarde – enkele uren nadat ze Hu in het holst van de nacht had opgehaald bij de poort van de gevangenis van de Pekingse politie – dat haar man in redelijke gezondheid verkeert, hoewel hij lijdt een aan leverkwaal. „De komende tijd moet hij herstellen en aansterken”, mailde ze naar de media. „Hij is veilig en gelukkig.” Of Hu onder voorwaarden is vrijgelaten zei ze niet, maar als de gebruikelijke regels van toepassing zijn, moet hij zich minstens een jaar stil houden, heeft hij geen politieke rechten en dient hij voor verplaatsingen toestemming aan de autoriteiten te vragen. Met de internationale media praten, mailen, twitteren (voor zover mogelijk in China) en bloggen is verboden.

Feitelijk staat Hu Jia net als Ai Weiwei minstens een jaar onder huisarrest. In het geval van Ai werd dat vorige week bevestigd door een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, met het argument dat het onderzoek naar de vermeende belastingfraude van de wereldberoemde kunstenaar nog niet is afgerond. Hu, van beroep informatica-ingenieur, heeft zijn straf wegens „het plegen van staatsondermijnende activiteit” uitgezeten.

Zowel Hu als Ai kan hooguit zijn huis verlaten voor het doen van boodschappen in de buurt. Ze kunnen niet hun wijken uit of naar het buitenland. Hu’s echtgenote heeft eerder al gezegd dat haar man na zijn vrijlating in China wil blijven en niet naar het buitenland zal vertrekken. Verschillende Europese landen, waaronder Nederland, zijn bereid hem op te vangen als hij dat zou willen.

De introverte, zacht pratende Hu Jia – in vele opzichten de tegenpool van de luidruchtige, rondborstige Ai – kreeg eind 2008, kort na zijn veroordeling, van het Europees Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van meningsuiting. Die onderscheiding kreeg hij voor tal van activiteiten die in de ogen van de Chinese autoriteiten aanzienlijk gevaarlijker zijn dan het woedende geblog van Ai. Hu was in de jaren daarvoor opgekomen voor boeren aan wie in de jaren negentig opzettelijk met het aidsvirus besmet bloed was gegeven.

Hij zette zich ook in voor democratische rechten en ageerde frequent tegen een van de meest gevoelige kwesties in China: de behandeling van de dalai lama en de Tibetaanse monniken. Hu, zelf boeddhist, pleitte veelvuldig voor meer vrijheid van godsdienst. Om deze redenen werd hij veroordeeld in China en werd hij in het jaar van de Olympische Spelen in Pekin genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede, die vorig jaar naar Hu’s vriend Liu Xiaobo is gegaan.

Onder vrienden van Ai en Hu, mensenrechtenorganisaties en Chinakenners is een discussie uitgebroken over de vraag of de vrijlating van Ai en Hu samenhangt met de internationale druk op China om de wetgeving op het gebied van vrije meningsuiting, groepsvorming en religie te hervormen of te verbeteren en afwijkende meningen te tolereren. „Ik ben ervan overtuigd dat in het geval van Ai de buitenlandse reacties een rol hebben gespeeld”, aldus Li Datong, voormalig hoofdredacteur van het communistische Dagblad voor de Jeugd, net als woordvoerders van organisaties als Human Rights Watch (HRW) in Hongkong. Nicolas Bequelin van HRW denkt dat duidelijk is geworden dat gecoördineerde internationale druk voor en liefst ook achter de schermen resultaat kan opleveren.

„De detentie van Ai leverde meer na- dan voordelen op, de schade aan de reputatie van China werd steeds groter en zichtbaarder”, zegt Li. „Wat voor zin heeft het honderden miljoen dollars te besteden aan het verbeteren van het internationale, harmonieuze imago van China als een andere tak van de partij Ai opsluit”, sneert hij, daarmee een punt benadrukkend waarover ook in de Chinese media ophef is ontstaan. Hij denkt dat het bezoek van Wen aan Hongarije, Duitsland en Engeland met aanzienlijk meer spanningen en misschien ook anti-Chinese demonstraties zou zijn verlopen als Ai nog vast zou zitten. „Hoewel dat nooit met zekerheid is te zeggen, denk ik dat men dergelijke, gezichtsverlies veroorzakende acties heeft willen voorkomen.”

De kunstenaar Yue Luping, een vriend van Hu, constateert echter dat in het geval van Hu en vele anderen de internationale protesten geen verschil hebben uitgemaakt. Wel denkt hij dat het heel goed mogelijk is dat premier Wen Jiabao, die zich vaak zeer hervormingsgezind uitlaat, er een keer in geslaagd is binnenskamers een succes te boeken op de hardliners in het Politbureau. Shakespeare-liefhebber Wen wordt tot hervormers in de top van de 90-jarige Communistische Partij van China gerekend. „Maar Hu moest 3,5 jaar doorbrengen in een cel, net als vele anderen. Er is beslist geen sprake van een minder hard beleid, hooguit van opportunisme”, vrees deze schilder en activist.