Gaetano (9) en Lotte (7), dienders van de wet

De politie in Amsterdam-Oost wil kinderen in de buurt op „een positieve manier leren kennen”, niet als delinquent. Dus mogen de kinderen meehelpen.

Merel Thie

Jack Druppers is niet het type dat zijn stem hoeft te verheffen om aandacht te krijgen van kinderen. Die heeft hij zodra hij binnenkomt in het auditorium van de politie in Amsterdam-Oost. Zijn kale kop, een bril met dik zwart montuur en de echte handboeien aan zijn riem maken indruk. In de zaal zitten ongeveer dertig kinderen, zeven tot tien jaar oud. Voordat ze de politie bij een actie zullen gaan helpen, worden ze – net als in het echt – gebriefd. Ze bekijken een filmpje over zakkenrollers.

Jack Druppers zegt: „Weten jullie dat dat elke dag gebeurt, zakkenrollen?” Een klein jongetje met krullen staat op en vraagt geschrokken: „Vandaag ook?” Druppers knikt: „Vandaag ook.”

Eenmaal gebriefd gaan de kinderen op het Amstelstation flyers uitdelen met informatie over zakkenrollen. Ze doen mee aan een project dat ‘Politiekids’ heet. Een andere keer zullen ze hondenpoepzakjes geven aan mensen met een hond. En tegen hen zeggen dat hun hond in de goot moet poepen. De politie in Amsterdam-Oost probeert de kinderen en hun ouders in de buurt op „een positieve manier te leren kennen”, zegt Druppers, voordat ze als 12-jarige in de fout gaan. „De meeste criminele activiteiten binnen ons gebied worden door jongeren gepleegd.”

Het filmpje waar de kinderen tijdens de briefing naar kijken, gaat over gedrag waaraan je zakkenrollers kunt herkennen. Bijvoorbeeld door op een luchthaven te letten op mensen zonder bagage. Of op iemand die een jas over zijn arm draagt terwijl het koud is. Die jas kan bedoeld zijn om een hand te camoufleren die in een tas glijdt. Als het filmpje is afgelopen, roepen de kinderen: „Nog een keer! Nog een keer!”

In deze krant bekritiseerde columniste Elsbeth Etty het plan. Ze vindt dat van kinderen verklikkers worden gemaakt – continu speurend naar iets verdachts. Ook vraagt ze zich af of de kinderen „verzekerd zijn tegen bijtende honden en hun agressieve baasjes”.

Buurtregisseur Jack Druppers vindt de kritiek „flauw” en „kort door de bocht”. „Er zijn in andere gemeenten projecten waarbij kinderen van twaalf worden geacht leeftijdgenoten aan te spreken op hun gedrag. Wij hebben er bewust voor gekozen kinderen geen verantwoordelijkheid te geven in de opsporing. Het gaat om de band die wij met ze opbouwen.” Want op deze leeftijd vinden kinderen de politie nog geweldig. „We willen dat dit zo blijft. De eerste kennismaking moet niet pas zijn als er een broer door de politie van zijn bed wordt gelicht.”

Op het Amstelstation krijgen de kinderen een fluorescerend geel hesje aan, een badge met hun naam erop en een politiepetje. Lotte van zeven is met haar vader gekomen. De eerste tien minuten is ze vooral aan het giechelen met een vriendinnetje, maar daarna deelt ze de flyers uit en vertelt ze mensen dat er tips opstaan „tegen zakkenrollen”. Een jongetje uit de groep doet voor aan een grote Surinaamse vrouw hoe een zakkenroller doet. Hij loopt spiedend rond, de ogen schuin naar beneden. „Oh, nou begrijp ik het”, zegt de vrouw lachend. „Dankjewel!”

De vader van Lotte, Maarten Wouters, merkt dat zijn dochter sinds Politiekids „alerter” is op wat niet mag. „Als er iemand op de stoep fietst, stoot ze me aan en zegt ze: ‘dat mag toch niet?’ Ja, de burgerlijke ongehoorzaamheid gaat er wel vanaf.” Hij vindt niet dat Politiekids van kinderen verklikkers maakt. „De kinderen waarschuwen voor gevaren in het algemeen.” Hij constateert wel dat zijn dochter nu dingen leert die hij haar niet zo snel uit zichzelf zou vertellen. Bijvoorbeeld over zakkenrollers. Maar erg vindt hij dat niet. „Je moet je kinderen niet naïef de wereld insturen.”

Na afloop van de politieactie vertelt Gaetano (9) dat nogal veel mensen die hij aansprak „geen tijd” hadden. „Terwijl ze dan even verderop stil gingen staan!”

Heeft hij iets geleerd van het filmpje?

„Ja, hoe je moet zakkenrollen! Maar ik ga het niet doen hoor”, zegt hij met een blik op zijn moeder.

Zij denkt dat de kans bestaat dat er agressief gereageerd zal worden op de kinderen als ze iemand terechtwijzen. Maar dat vindt ze niet eng. Zijn vader is erbij, „en Jack”. Bovendien: „Zo is de wereld”. Ze vindt haar zoon oud genoeg om dat te leren. Ze wil hem ook graag bijbrengen dat het goed is je mond open te doen als er iets gebeurt dat niet door de beugel kan. „Niet zwijgend toekijken. Speak up!”

Jack Druppers en zijn team hebben de kinderen geworven op lagere scholen in Amsterdam-Oost, maar ook in een buurthuis waar 150 kinderen op zondag Arabische les volgen. Imran, de 7-jarige zoon van Naima Bouanan, hoorde daar van het project. Hij was meteen enthousiast. Veel meer kinderen die hij kent, wilden meedoen, maar Politiekids zit voorlopig vol. Wil Imran later misschien agent worden? Dat niet: „Liever profvoetballer.”