Een verplaatsbaar feest

In honderden romans speelt Parijs een hoofdrol, maar de stad schitterde vooral in de grotestadsboeken van de klassieke Franse schrijvers uit de 19de eeuw: Balzac, Dumas, Hugo en Flaubert. In Le ventre de Paris (1873, De buik van Parijs – heel lang niet vertaald) beschreef Emile Zola op huiveringwekkend plastische wijze honger en overvloed tegen de achtergrond van de inmiddels verdwenen markthallen van het 1ste arrondissement.

Ook 19de-eeuws zijn de ‘Tableaux Parisiens’ uit de dichtbundel Les fleurs du mal (1857, De bloemen van het kwaad, vert. Petrus Hoosemans) van Charles Baudelaire. Zijn zwarte romantiek muntte het beeld van de Lichtstad als een gotisch universum van dronkelappen, drugsgebruikers, fatale vrouwen, gedoemde dichters, en alle mogelijke combinaties van dien.

De memorabelste Nederlandse fictie over Parijs – en dan tel ik Villa des Roses van de Vlaming Willem Elsschot dus niet mee – is van Willem Frederik Hermans, die jarenlang in de buurt van de Arc de Triomphe woonde. In Au pair (1989) wordt een boomlange ingénue uit Nederland een vlieg in het web van schimmige intriges, die allemaal beginnen rondom de Jardin du Luxembourg.

Wie wil weten hoe het was in het Parijs van de roaring twenties, toen de Amerikanen op een koopje kennismaakten met de cultuur van het modernisme, leze de memoires van Ernest Hemingway die in 1964 postuum verschenen als A Moveable Feast. Hemingway was een van de kopstukken van de ‘Lost Generation’, die door hem ook vereeuwigd werd in de Spaans-Franse roman The Sun also Rises, ook wel bekend onder de toepasselijker titel Fiesta.

Tot slot een non-fictietip van zeer recente datum: Parisians van de francofiele Brit Graham Robb (vert. Suzan de Wilde). Een dik boek dat de periode vanaf 1750 vertelt aan de hand van enkele van de markantste bewoners van Parijs: schrijvers, soldaten, misdadigers, filosofen en politici. Van Rousseau en commissaris Vidocq tot Madame Zola en Sarkozy.

Pieter Steinz