Een veilig gevoel

Op de dag van het Kamerdebat over het Nederlandse cultuurbeleid, even een verhaal uit de oude doos. In de jaren 90 speelde mijn vrouw viool in het Peking Radio Symfonie Orkest. Een matig genoegen, want China onderging op dat moment grote hervormingen: het staatsapparaat werd ontmanteld en alle orkesten moesten van de ene op de andere dag zelf de broek ophouden. Kapitalisme-met-Chinese-karakterisitieken heette dat, wat resulteerde in afgepeigerde musici. Die verdienden hun boterham in hun vrije uren met live lift-muziek in de lobby’s van de vele nieuwe hotels. Tijdens de onderbetaalde concerten bij hun vaste werkgever zaten ze er moegestreken en futloos bij.

Hoogtepunt was Internationale Vrouwendag. Dan kregen alle vrouwen uit het orkest, en die van mij dus ook, een zak gratis rijst en een doos maandverband mee naar huis. Dat waren de zekerheden van de dictatuur. Een beroerd loon, bijklussen in de vrije uren en een veilig gevoel in je onderbroek.

De dictatuur bood de liefhebbers en beoefenaars van cultuur wel meer zekerheden. Tijdens de Culturele Revolutie werd alle culturele expressie geoptimaliseerd tot acht modelopera’s. Kunst, zei Mao Zedong ,,dient het belang van de arbeiders, de boeren en de soldaten, conform de proletarische ideologie.’’

Nu klinkt dat laatste een tikkie ouderwets, maar het was tenminste duidelijk. Mensen die zich die tijd nog kunnen herinneren, kunnen ze allemaal uit hun hoofd, die opera’s. Mao had haarscherp door dat kunst een feodale bedoening was, uitsluitend bestemd voor de bourgeoisie. Hij was de fase van fuseren en afslanken ruimschoots voorbij. Opdoeken en optimaliseren was zijn devies.

Bijna een halve eeuw later bevolkt cultuurminnend China dus de lobby van menig hotelketen. Met moed en doorzettingsvermogen het tijdperk van De Laatste Acht ontvlucht, tot in de eeuwigheid veroordeeld tot muzak.

Het is die herinnering die mij doet beseffen hoe gezegend ik ben te mogen leven in een democratie waar kunst een groter belang dient dan dat van arbeider, boer, soldaat en hotelgast. Dat de door ons gekozen politici beter weten. Een veilig gevoel.

Floris-Jan van Luyn