Droom Beyoncé komt uit op Glastonbury

Zware regenval zorgde voor een van de modderigste Glastonbury’s ooit. Het stond memorabele optredens van U2 en Beyoncé niet in de weg.

Modder en muziek; het zijn de twee hoofdelementen van Glastonbury. Het befaamde muziekfestival in het westen van Engeland vond dit weekeinde plaats met, onder meer, het debuut van de Ierse megarockband U2 en het rockfestival debuut van de Amerikaanse superster Beyoncé.

Glastonbury begon eenenveertig jaar geleden, nadat boer Michael Eavis een popconcert in het nabijgelegen Bath had bezocht. Daarop besloot hij zelf een concert te organiseren op zijn weiland – voor de bezoekers was er gratis melk. Het werd een financiële misser; na afloop moest Eavis de hoofdact, Marc Bolan van T-Rex, diens gage van vijfhonderd pond uit eigen zak betalen. Desalniettemin organiseerde hij een jaar later opnieuw een festival. Toen stond David Bowie voor 12.000 mensen in het weiland.

Sinds 1970 is Glastonbury uitgegroeid tot heilige grond voor muzikant en luisteraar. Of, zoals een oprecht verrukte Beyoncé het gisteravond ten overstaan van 170.000 mensen verwoordde: „Een droom komt uit. Ik heb altijd een rockster willen zijn. Nu ben ik eindelijk een rockster.”

Glastonbury is immens; ruim 170.000 mensen bezoeken er tachtig podia. Ter vergelijking: het Nederlandse Lowlands in Biddinghuizen trekt jaarlijks zo’n 60.000 mensen. In twee maanden bouwen tientallen medewerkers het festival op. Vooral in de laatste weken werden ze dit keer gehinderd door zware regenval. Toen de poorten van het festival donderdag open gingen, in de stromende regen, stond het terrein al deels onder water. Tienduizenden voeten liepen het veld binnen een paar uur aan gort. Het leidde ertoe dat Glastonbury een van de zwaarste edities van de laatste tien jaar beleefde.

De muzikanten maakte het weinig uit – tenminste voor degenen die in een van de vele tenten speelden. De artiesten die vrijdagmiddag op een open podium optraden, hadden minder geluk. Door het slechte weer stonden zij vaak voor een nagenoeg leeg veld te spelen.

Er was een band waarvoor het publiek het slechte weer trotseerde. Vrijdagavond liep Glastonbury massaal uit voor het eerste optreden van U2 op het festival, een lang gekoesterde wens van organisatie én band. Al was er ook kritiek; bij het openingsnummer werd een grote ballon opgeblazen met daarop de tekst ‘U pay taxes 2’, een protest tegen het feit dat een deel van de zaken van de band sinds 2006 vanwege belastingvoordelen net als de Rolling Stones in Nederland is gevestigd en niet in het economisch kwakkelende thuisland Ierland. Een woordvoerder van Art Uncut zei begin deze maand tegen de Britse krant The Guardian dat „Bono zegt zich te willen inzetten voor arme landen, maar dat zijn band intussen ieder belastingvoordeel met beide handen aangrijpt”.

Op Glastonbury bracht U2 een opvallend ingetogen rockshow. Verdwenen waren de bombast, het vuurwerk, de bewegende decorstukken. Hier stond U2 zoals de band ooit was bedoeld; vier jongens die met puntige rocksongs en hartverwarmende meezingers een menigte bijeen weten te brengen. Dat leidde tot enkele intieme rock-’n-rollmomenten; zanger Bono die een a cappella versie van Jerusalem zingt, gitarist The Edge die samen met het publiek I still haven’t found what I’m looking for speelt en, onverwacht, het stekelige Out of Control uit hun begindagen als toegift. „It’s been a while”, grapte Bono daar zelf over.

Voor het verbeteren van de wereld trok Bono deze keer weinig tijd uit. Sunday Bloody Sunday werd op Glastonbury begeleid door videobeelden van de Arabische Lente, maar die stopten al toen de song pas halverwege was.

Het was onduidelijk waarom het zo lang duurde voor U2 Glastonbury aandeed. Want iedere zichzelf respecterende rockband wil op het festival in Somerset staan, dat al lang niet meer enkel singer/songwriters en hippies trekt, maar dat een ongewone aantrekkingskracht heeft op rockartiesten en andere sterren; dit weekeinde werden onder meer model Kate Moss (op kaplaarzen) en de actrices Kirsten Dunst en Gwyneth Paltrow gespot.

En zo kon het gebeuren dat Radiohead vrijdagmiddag onaangekondigd op een ver afgelegen podium verscheen, dat al snel te klein bleek toen het nieuws zich verspreidde. Radiohead fungeerde zo onbedoeld als voorprogramma van U2, dat op zijn beurt weer Yellow van Coldplay speelde, die het festival op zaterdag afsloten.

Op zondag liet Glastonbury zich van een andere kant zien. Het was inmiddels opgehouden met regenen en op de weide voor het grootste podium plantten tienduizenden toeschouwers zich neer, op klapstoelen, dekens en onder parasols, voor de tokkelfolk van de Britse singer/songwriter Laura Marling en de tokkelritmes van de Amerikaanse éminence grise Paul Simon die veel van zijn succesalbum Graceland speelde. Onbedoeld veranderden zij het rockfestival in een ‘high tea at the park’.

Zondagavond tenslotte maakte het publiek zich op voor Beyoncé. Haar komst was omstreden, al liep het debat minder hoog op dan bij de komst van haar man Jay-Z, die in 2008 als eerste hiphopper het festival afsloot, waarna het kritiek regende over het feit dat Glastonbury niet langer een rockfestival was. Ook Beyoncé zou te weinig rock-georiënteerd zijn.

De Amerikaanse superster had, kortom, wat te winnen. En dat lukte haar op overtuigende wijze. Vanaf het begin, toen ze direct haar grootste hit Crazy in love het publiek in knalde, omringd door dansers, een band die uit louter vrouwen bestond en vuurwerk dat tientallen meters omhoog spoot, tot het eind, toen ze het nummer Halo bracht met op de achtergrond videobeelden van festivalgangers die met hun kaplaarzen vastzaten in de modder.