Drie is (te) veel

In enkele dagen drie doden die hun sporen in mijn leven hebben achtergelaten – mag het een onsje minder, Onze, zogeheten, Lieve Heer?

Peter Falk, Jan van Beveren, Heere Heeresma.

Omdat ik weinig meer van hen hoorde, ging ik ervan uit dat ze het eeuwige leven hadden, maar dat viel weer eens tegen. Falk (83) en Heeresma (79) hadden zelfs al die ‘mooie leeftijd’ bereikt waarop je van andere mensen best mag sterven, maar Van Beveren (63) was daar natuurlijk nog ‘te jong’ voor – alsof een mens niet altijd te jong is om er nooit meer te mogen zijn.

Ze hadden grote verdiensten op zeer verschillende gebieden, maar het waren nu eenmaal gebieden die ik graag mocht en mag (nog wel!) betreden: film, voetbal, literatuur.

Falk was een charismatisch acteur, iemand die liet zien dat acteren meer was dan een hogere vorm van aanstellerij. Hij zocht het in het understatement, de onnadrukkelijkheid – nog geen normale techniek toen hij er in de jaren zeventig mee begon.

Hij wordt nu in de necrologieën nogal vereenzelvigd met die schitterende creatie van detective Columbo, maar we mogen niet vergeten dat hij ook prachtige dramatische rollen speelde in de films van zijn vriend John Cassavetes. Vooral zijn rol als niet-begrijpende echtgenoot van een psychotische vrouw (Gena Rowlands) in A Woman Under the Influence is onvergetelijk.

Van dit nu gestorven drietal lijkt Falk me de enige die de verwachtingen van zijn bewonderaars heeft ingelost. Wie hem volgde zag hoe een groot talent zich volledig ontplooide. Met Van Beveren en Heeresma is het anders gelopen.

Van Beveren wordt wel „de beste keeper die Nederland heeft gehad” genoemd, maar hij heeft die reputatie niet helemaal kunnen waarmaken. Ik heb hem vaak zien keepen: een stijlvolle atleet met onwaarschijnlijke reflexen op de doellijn. Hij had alleen de pech (en de persoonlijkheid) om bij het Nederlands elftal in een machtsstrijd met Johan Cruijff te belanden. Zo’n strijd is, tot op de dag van vandaag, voor niemand te winnen.

„Cruijff wilde gewoon een ander type keeper”, heeft Willy van der Kuijlen, ploeggenoot van Van Beveren bij PSV, wel eens gezegd. Als ik me goed herinner wilde Cruijff een keeper die verder uit zijn doel kwam, zoals Jan Jongbloed later. Maar ik vermoed dat ze elkaar ook in de persoonlijke sfeer niet lagen. Hoe dan ook, Van Beveren voelde zich weggepest en vertrok bij het Nederlands elftal en in 1980 zelfs uit Nederland, toen hij bedreigingen kreeg.

Jaren geleden moest ik wegens ruimtegebrek nogal wat boeken de deur uitdoen. Zo kwam ik ook bij Heere Heeresma terecht. Ik bewaarde alleen Een dagje naar het strand, een van zijn eerste werken – en wat mij betreft meteen het hoogtepunt van zijn oeuvre. Later kwamen er nog de twee deeltjes bij van Een jongen uit plan Zuid, mooi geschreven herinneringen aan zijn jeugd.

Van Heeresma had ik na Een dagje naar het strand meer uitzonderlijk goede fictie verwacht, maar er volgde een zeer wisselvallig oeuvre.

Als persoon bleef hij ongrijpbaar. Ik heb een interviewbundel met hem waarin hij veel praat, maar weinig over zichzelf zegt, uitgezonderd deze drie zinnen in 1972, die opeens een wereld van verdriet zichtbaar maakten:

„De dood van mijn broer Faber was een verschrikkelijke klap. Van dezelfde orde als de dood van mijn vader en het feit dat ik al meer dan tien jaar gescheiden van mijn dochter Marijne leef.”