Compromis rituele slacht schendt recht

Het amendement over het onverdoofd ritueel slachten leidt tot een onzorgvuldige wet, betoogt Ajal Notowicz.

In diverse media werd de afgelopen dagen de indruk gewekt dat het door D66, VVD, PvdA en GroenLinks ondersteunde amendement-Van Veldhoven een uitgebalanceerd staaltje compromiswetgeving zou zijn. Een nadere beschouwing toont daarentegen aan dat de balans ver te zoeken is. In het bijzonder dringt zich de conclusie op dat het hier een politieke deal betreft. De juridische zorgvuldigheid is uit het oog verloren.

In ons staatsrechtelijk bestel is de toetsing van wetten opgedragen aan de wetgever en niet aan de rechter. Op de Tweede Kamer rust dus een zware verantwoordelijkheid. Hier is een grondrecht – de godsdienstvrijheid – rechtstreeks in het geding. Het amendement-Van Veldhoven schiet tekort op de volgende punten.

1Het amendement keert de bewijslast om, op een onaanvaardbare wijze. Het uitgangspunt is een verbod op de religieuze slacht. Daarop wordt een uitzondering gemaakt als een belanghebbende erin slaagt om te bewijzen dat het dierenwelzijn bij de religieuze slacht „niet in grotere mate wordt benadeeld” dan bij reguliere slacht. Het grondrecht op vrijheid van godsdienst wordt dus ernstig beperkt, behoudens te leveren tegenbewijs. Dit is een juridisch novum en een gevaarlijk precedent. De jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens stelt dat de godsdienstvrijheid niet lichtvaardig mag worden beperkt.

2De ‘ontsnappingsclausule’ in het amendement is een dode letter. In de praktijk zal blijken dat het verlangde tegenbewijs niet kan worden geleverd. Het tegenbewijs veronderstelt dat een deugdelijke vergelijking kan worden gemaakt tussen de twee soorten slacht, maar over de toe te passen meetmethodieken bestaat grote onenigheid. De afgelopen weken is gebleken dat de wetenschappelijke inzichten over de meting van dierenleed sterk verdeeld zijn. Zo zette TNO zeer kritische kanttekeningen bij de rapporten van de Wageningen Universiteit, waarop de indiener van het wetsvoorstel (Marianne Thieme) zich had beroepen. Ook werd vorige week tijdens een kort geding duidelijk dat datzelfde Wageningse rapport slechts een ‘concept’ was. Op basis daarvan vallen geen deugdelijke conclusies te trekken. Het ‘onbewijsbare’ tegenbewijs lijkt slechts voor de bühne te zijn toegevoegd aan het amendement. De godsdienstvrijheid is hiermee niet gediend. Sterker nog, deze wordt verder uitgehold. De vervolgdiscussie spitst zich alleen toe op het – niet te leveren – wetenschappelijke bewijs en niet langer op de fundamentele beperking van het grondrecht.

3Het amendement bevat nog een ander juridisch curiosum. Een cruciale eis met betrekking tot het te leveren tegenbewijs is niet opgenomen in de wetstekst, maar alleen in de memorie van toelichting: „De indieners tekenen daarbij aan dat dit bewijs voor elke stap in het slachtproces moet worden geleverd.” Hoe om te gaan met de situatie waarbij het dierenleed bij de religieuze slacht in een bepaalde stap niet groter blijkt te zijn, maar waarvoor geen onomstotelijk bewijs kan worden geleverd? Een toelichting bij een wetsvoorstel heeft in Nederland geen kracht van wet, maar kan wel worden gebruikt bij de interpretatie van een wetsbepaling. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat ook aan dit aspect van het amendement een politiek compromis tussen de indieners ten grondslag ligt. De van de wetgever verlangde zorgvuldigheid is collateral damage.

In 1979 waarschuwde hoogleraar staatsrecht C.A.J.M. Kortmann: „De druk van de diverse maatschappelijke groeperingen op regering en parlement om door hen gewenste maatregelen tot stand te brengen is veelal zo groot dat de grenzen van de wetgeving licht uit het oog worden verloren.”

Het is zaak dat de Tweede Kamer haar wetgevende taak serieus neemt en het amendement-Van Veldhoven niet aanneemt.

Ajal Notowicz was advocaat in Amsterdam en is dat thans in Londen.