Boerkaverbod

Zoals vier op de vijf ondervraagde Nederlanders volgens een peiling van Maurice de Hond voor een boerkaverbod is, was ik vroeger ook voor een boerkaverbod.

De boerka staat voor wantrouwen, in de eerste plaats van de draagster. Zij wil zich afschermen van de buitenwereld. Ze wil niet dat men haar lastig valt – en ze gaat ervan uit dat de mannen in haar omgeving haar lastig zullen vallen. Die mannen wantrouwt ze, wat ze ook doen. Zij beschermt zichzelf door een alles omhullend kleed. Thuis in haar binnenwereld gaat de boerka eraf, want thuis vertrouwt ze.

Maar de boerka straalt ook wantrouwen uit tussen de draagster en haar omgeving. En dat is niet goed voor een samenleving. Waar wantrouwen is, is angst en verwijdering, heeft men minder contact met elkaar. Men gaat geen zakelijke relaties aan, en geen persoonlijke relaties: zoals het worden van betrouwbare en goede buren, die een oogje in het zeil houden en elkaar de helpende hand toesteken.

Nederland is een high trust-samenleving, anders dan bijvoorbeeld Nigeria en Pakistan, landen waar ik heb gewoond. Die landen zijn low trust-samenlevingen. Het is er niet goed gesteld met het algemene welzijn van de burgers. Wantrouwen jegens alles en iedereen maakt het leven er moeilijk en de mens ongelukkig.

Omdat de boerka staat voor wantrouwen en dus voor een low trust-samenleving was ik vroeger voor een boerkaverbod, ook al waren de draagsters ervan marginaal in aantal.

Nog steeds ben ik allesbehalve gecharmeerd van een boerka, maar ik ben niet meer voor een verbod. Ik ben voor vrijheid – ook om te dragen wat je wilt. Tenzij er een veiligheidrisico kleeft aan het dragen van een boerka, vind ik dat een verbod niet te rijmen is met onze rechten en vrijheden.

Moeten we het dan maar gewoon accepteren, ook al zijn we tegen? Nee, helemaal niet. Wij hebben sterk de neiging te denken dat alles wat niet verboden is, oké is. En dat alle problemen door wetgeving moeten en kunnen worden opgelost. Maar dat is niet waar. Voorbeeld: je onbeschoft gedragen is niet illegaal. Maar het is ook niet oké. En het is niet realistisch om onbeschoftheid bij wet te verbieden.

Wat dan te doen? Het antwoord ligt in het aloude begrip deugd. Wat we nodig hebben is beleefdheid, thuis en op straat. Dat maakt het voor iedereen een stuk aangenamer. We hebben ook moed nodig, zodat de angst afneemt. En de binding en het vertrouwen toenemen. Dan gaat vanzelf die boerka af. De grote vraag blijft natuurlijk: hoe schep je vertrouwen, en willen we daar tijd en energie in steken?