Beroemd om de zweef, eerste slachtoffer van Cruijffdoctrine

Necrologie

Jan van Beveren was de man van fabuleuze reddingen. Maar hij zou nooit op een EK of WK spelen. In Oranje kreeg hij te maken met de macht van Johan Cruijff.

De zweef. Niemand kon een bal stijlvoller klemvast uit de bovenhoek plukken dan Jan van Beveren, die eerst met blote handen en later met wollen handschoenen meer dan dertig jaar onder de lat stond. Een lange (show)keeper voor wie het publiek – opvallend veel vrouwen – naar het stadion ging. En toch maar 32 interlands.

Van Beveren, die gisteren op 63-jarige leeftijd in zijn woonplaats Houston onverwachts overleed, is Nederlands beste doelman die nooit een EK of WK speelde. Wel maakte hij als veertienjarige furore bij Emmen, verdrong hij als twintigjarige Oranje-international Pim Doesburg bij Sparta 1 en won hij met PSV landstitels, bekers en de UEFA Cup. En hij werd als doelman in Fort Lauderdale uitgeroepen tot beste keeper van de profcompetitie NASL.

Maar in Oranje verbleekte zijn status, ondanks enkele heldhaftige interlands in het begin van zijn carrière. Zo was hij bij zijn Oranjedebuut in 1967 tegen de Sovjet-Unie (3-1) en in 1970 op Wembley tegen Engeland (0-0) bijna niet te passeren. Hij kreeg lof van de twee beroemde keepers aan de overkant: de toen nog levende legendes Lev Yashin en Gordon Banks. Met de laatste ruilde hij van shirt. Van Beveren zou dit relikwie voor elke training aantrekken.

Voor de reden van zijn afgebladderde interlandloopbaan moeten we terug naar Katowice, 1975. Daar kreeg Van Beveren, aanvoerder van het PSV-kamp, niet voor de eerste keer ruzie met de aanvoerder van het Ajax-kamp: Johan Cruijff, die toen al twee jaar voor Barcelona speelde. De geboren en getogen Amsterdammer klaagde een dag voor een kwalificatieduel tegen Polen over de grote bek van de ‘Ajacieden’ bij Oranje en eiste meer zeggenschap voor de PSV’ers.

Het leek een redelijke eis. Was hij met coryfeeën als Willy van der Kuijlen en de tweeling René en Willy van de Kerkhof, niet even goed als de ‘Ajacieden’ Cruijff, Johan Neeskens (ook al bij Barcelona), Ruud Krol en Wim Suurbier? Kenners gaven de PSV’ers gelijk. Volgens anderen hadden zij een calimerocomplex: ‘zij zijn groot en ik is klein’.

Een rel was geboren. Cruijff, niet gewend aan tegenspraak, was woedend én rancuneus. Hij haalde zijn gram toen Van Beveren een dag later medeverantwoordelijk was voor de 4-1 nederlaag tegen Polen. „Ik speelde niet best en maakte fouten”, blikte Van Beveren vier jaar geleden in deze krant terug. Eerlijk is hij altijd geweest. Ondanks hun ruzie bleef Cruijff voor hem de beste.

De aanvoerder van Oranje eiste voor de return tegen Polen excuses – die hij niet kreeg. Cruijff stookte het vuurtje verder op en mobiliseerde de randstedelijke voetbalpers. Doodmoe van alle intriges besloten Van Beveren en Van der Kuijlen het trainingskamp een dag voor de return tegen Polen (3-0 winst, met Piet Schrijvers in het doel) te verlaten. „Hoezeer je ook in je recht denkt te staan, van Cruijff kun je toch niet winnen”, luidde de profetische verklaring van ‘De Beef’.

Hij zou nadien nog één interland keepen – in 1977 tegen IJsland. In de zomer van 1978 werd Van Beveren door de NOS uitgenodigd het WK-duel tegen Peru in de studio van commentaar te voorzien. Vijandige voetbalfans wilden geen ‘verrader’ in de ether en bedreigden Van Beveren en zijn gezin. Na een spoedtelefoontje van Studio Sport-baas Bob Spaak naar PSV-manager Ben van Gelder werd de gastcommentator vriendelijk doch dringend verzocht terug naar huis te rijden. „This is it” , verwoordde hij anderhalf jaar geleden zijn besluit te emigreren naar de VS in een NOS-documentaire.

De bom met Cruijff barstte in 1975, de eerste ruzie dateerde van vijf jaar daarvoor. Volgens oud-sportjournalist Joop Niezen, die in 1970 zijn biografie Rugnummer 1 schreef, waren de twee topsporters datzelfde jaar gebrouilleerd geraakt. Van Beveren ergerde zich openlijk aan Cruijffs verlate aankomst op trainingskamp. Hij gaf de voorkeur aan enkele promotieactiviteiten.

In 1974 was sprake van een serieuze breuk, toen de bijna gerevalideerde Van Beveren door bondscoach Rinus Michels (lees: Cruijff) aan de vooravond van het WK in de Zeister bossen aan een loodzware hersteltraining werd onderworpen. De knieklachten speelden weer op. Exit Van Beveren.

En zo konden Michels en Cruijff de minder getalenteerde maar ‘meevoetballende’ Jan Jongbloed van FC Amsterdam in het doel zetten. Die paste als veredelde libero beter bij het totaalvoetbal van Oranje dan de lijnkeeper Van Beveren. In de finale tegen West-Duitsland stond Jongbloed bij beide tegentreffers als aan de grond genageld. In veel Nederlandse huiskamers klonk: Van Beveren had die ballen wél gepakt.

Zelf heeft de zoon van olympisch hardloper en sportjournalist Wil van Beveren nooit met modder willen gooien. Hij koesterde in de VS, waar hij in 1980 ging wonen en nooit meer zou weggaan, voor altijd zijn Nederlandse paspoort. Vanwege de Oranjeshirts die hij, ondanks alles, met trots had gedragen.

Van Beveren ging na zijn voetballoopbaan in de postzegelhandel en gaf in de avonduren trainingen aan Amerikaanse jeugdspelers. Hij wilde nooit meer weg uit het land waar hij, tamelijk anoniem, van de luxe en de vrijheid genoot.