Alles draait om de eigen verantwoordelijkheid

Het nieuwe kabinet heeft een geheel nieuwe taal met zich meegebracht.

‘Veiligheid’ en ‘leefbaarheid’ hebben plaatsgemaakt voor ‘eigen verantwoordelijkheid’.

De oplettende burger kan het nauwelijks zijn ontgaan. De entree van de liberalen in de regering heeft niet alleen een geheel nieuw beleid met zich meegebracht, maar tevens een geheel nieuwe taal. Dit betreft niet zozeer de flamboyante Engelstalig retoriek van de premier, maar eerder de Nederlandstalige ‘Wende’ waarmee het nieuwe beleid ‘verkocht’ wordt.

Beleid wordt altijd gekenmerkt door terugkerende woorden, beeldspraak en metaforen. Vooral de kracht van de herhaling zorgt ervoor dat na enige tijd niemand zich nog afvraagt waar de metafoor vandaan kwam en of het bijgaande beleid wel zo legitiem is.

Liefst bedienen beleidsmakers zich van metaforen met enige oprekbaarheid, dat wil zeggen, metaforen waar eigenlijk niemand écht iets tegen kan hebben en waar tegelijkertijd nauwelijks grenzen aan te stellen zijn. Centrale woorden in Paars en Balkenende waren bijvoorbeeld ‘gezondheid’, ‘veiligheid’ en ‘leefbaarheid’. Het zijn zogenaamde ‘hoera-woorden’ of ‘oké-woorden’. Juist die woorden worden opgevoerd om de nieuwe beleidsinitiatieven te legitimeren. Immers: ‘u bent toch ook niet tegen een maximaal leefbare wijk?’

Ook het nieuwe liberale beleid kent zo zijn eigen centrale beleidsmetafoor. Een beleidsmetafoor die ook oneindig oprekbaar lijkt en waar niemand echt tegen kan zijn. Misschien is het u al opgevallen in de vorm van de ‘eigen verantwoordelijkheid’.

Enkele bewindslieden toonden eerder al het belang van deze nieuwe metafoor. Zo stelde staatssecretaris Fred Teeven (VVD) op 4 juni nog in de Volkskrant dat hij een nieuw gevangenisregime gaat invoeren: „We gaan jou niet zo heel erg lang meer helpen als je er geen moeite voor wilt doen. Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid”. Zo vroeg minister Schippers (VVD) zich bij de perspresentatie van haar bezuinigingsplannen af of „mensen een aantal dingen die bij het leven horen niet veel meer in de eigen sociale kring zien uit te vogelen?’’ Ten slotte is het minister Donner (CDA) die bij een bespreking van de nieuwe integratienota in de Tweede Kamer stelde dat de nadruk ligt op de „eigen verantwoordelijkheid” voor immigranten en hun (klein)kinderen. Immigranten moeten zelf hun inburgeringscursussen regelen en betalen, maar het is wel verplicht.

Het is een duidelijke koerswijziging die gepaard gaat met een duidelijke taalwijziging. Maar het blijft niet louter bij een nieuwe retoriek. Waren de beleidsmetaforen ‘gezondheid’, ‘veiligheid’ en ‘leefbaarheid’ nog veranderingen in de thematisering van het beleid, de beleidsmetafoor ‘eigen verantwoordelijkheid’ is tevens een verandering in de positionering van het beleid. Namelijk een verandering in de positionering van de staat in het beleid. De ‘eigen verantwoordelijkheid’ doet een oneindig appèl op de burger terwijl de staat zich stilaan weg organiseert uit het beleid. Het is namelijk de burger zélf die daarbij de eigen verantwoordelijkheid draagt. Niet de staat.

Het krachtige in deze beleidsmetafoor schuilt erin dat het tegelijkertijd impliciet aansluit bij de noodzaak tot bezuinigen, een toenemende individualisering en liberale opvattingen rondom het autonome individu. Terwijl al deze elementen afzonderlijk betwist kunnen worden, zit de kracht van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ erin dat ze deze buiten de discussie plaatst.

Het dwingt ons de vraag te stellen: tot waar reikt dan de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van de staat? In enge zin zijn de verantwoordelijkheden van de staat te reduceren tot haar monopolies, namelijk het staatsmonopolie op geweld en op belasting heffen. Nadat premier Rutte bij de presentatie van het gedoog- en regeerakkoord stelde dat „de burger van zich af mag slaan” als vorm van zelfverdediging heeft de staat stilaan afstand genomen van dat monopolie op geweld. Geweld kan ook zelfverdediging zijn en lijkt daarmee ook een ‘eigen verantwoordelijkheid’.

Blijft het monopolie op belastingheffing over. Misschien zijn we daar tot de kern gekomen van dit liberale beleid. De verantwoordelijkheid van de regering om Nederland als financieel- economische organisatie te runnen. Want zoals staatssecretaris Fred Teeven in hetzelfde interview betoogde gaat het er altijd om „de BV Nederland draaiende te houden”.

Deze ‘BV Nederland’ is een bedrijfsmetafoor die op geen enkele manier recht doet aan wat de staat is, maar het onthult wel de enige ‘eigen verantwoordelijkheid’ van de staat in dit liberale beleid: winst maken met het aandeel Nederland op de geopolitieke beursmarkt. Een onverantwoorde verantwoordelijkheid.

Mark van Ostaijen is als wetenschappelijk docent en promovendus verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Eramus Universiteit Rotterdam