Zelf ga ik een groot feest vieren

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Ik weet zeker dat God alles in de hand heeft, maar Zijn plan met mij en deze ziekte ken ik niet. Het mooie van ‘wandelen met God’ is dat Hij de dingen op Zijn tijd duidelijk maakt. Sinds ik weet dat ik ziek ben, leef ik intenser. Ik leef op een manier die een gelukkiger mens van mij heeft gemaakt.

„Vrienden vragen: ben je niet boos op God dat je deze ziekte hebt? Die vraag is voor mij de omgekeerde wereld: ik heb nergens recht op en toch ontvang ik zoveel! God geeft steun en bescherming. Mensen zeggen: ik hoop zo dat je geneest! Natuurlijk hoop ik dat ook, maar ik heb ontdekt dat geluk niet afhankelijk is van de omstandigheden. Uiteindelijk gaan we allemaal dood. Mijn eeuwige leven met God is hier op aarde al begonnen en zal na mijn dood op een andere plaats doorgaan.

„Uiteraard schrokken we toen deze ongeneeslijke ziekte op ons pad kwam. Josés vader overleed toen zij twaalf jaar was. Ze was bang dat zij ook mij zou verliezen. Ikzelf heb een beschermend karakter, ik dacht: ik wil er zijn voor José en de meiden. Ik aanbad ze nog net niet, maar mijn gezin stond bovenaan. Dan maak je samen een ontwikkeling door, en je leert: deze ziekte is er nu en die vormt niet de essentie van het leven.

„God is voor mij nummer één. Mijn geloof heeft zich verdiept de afgelopen jaren. De Heer was altijd in mijn leven, maar ik sta meer voor Hem open, ik voel sterker hoe de Heilige Geest in mijn leven doorwerkt.

„Op kerkelijk gebied hebben wij nogal een zoektocht afgelegd. Van huis uit ben ik christelijk gereformeerd en José komt uit de gereformeerde bond binnen de Hervormde kerk. In Friesland, waar we hebben gewoond, was niet zo’n ruime keuze uit protestantse gemeenten. We hadden een lijstje in ons hoofd van dingen die we belangrijk vonden, maar we hadden moeite hierbij een gemeente te vinden. Totdat we een vrouw tegenkwamen die zei: je moet niet vragen wat je kunt komen halen, je moet je afvragen wat je kunt komen brengen. Toen hebben we aan God gevraagd waar Hij ons kon gebruiken. Zo zijn we bij een baptistengemeente terechtgekomen. Ook dat was een belangrijke wending in ons leven. De les is: je moet er willen zijn voor de ander en niet denken: wat levert het mij op?

„Als je je echt openstelt voor je medemens maak je zulke prachtige dingen mee. Ik voel meer rust om naar verhalen van mensen te luisteren. Ik oordeel minder snel, ik stel meer vragen. Dan kun je zeggen: dat krijg je vanzelf als je ouder en wijzer wordt. Maar ik ervaar dit als de Heilige Geest die in mij z’n werk doet. Het mooie is dat je ook zoveel terugkrijgt. Binnen onze familie, de baptistengemeente hier in Ede, in onze vriendenkring daarbuiten, van alle kanten ondervinden we geweldig veel steun en liefde.

„Ik houd een weblog bij over mijn ziekte. Uit het hele land krijg ik hartverwarmende reacties. Dankzij dit blog zijn we nog geen jaar geleden in contact gekomen met een echtpaar, waaruit een heel bijzondere vriendschap is voortgekomen. Dan denk ik: zie je wel, God laat je nooit alleen, via Hem tref je altijd mensen op je weg die je helpen en inspireren.

„Ik leef nu met het vooruitzicht dat ik bijna een jaar keihard moet strijden tegen mijn ziekte. En daarna? Dat is een vraag waarop alleen God het antwoord weet. Het heeft geen zin daarover na te denken. Laat elke dag een feestdag zijn! Wij hebben zoveel plannen voor de toekomst. Over een jaar zouden we een pleegkind in ons gezin willen opnemen, omdat er zoveel kinderen zijn die geen veilig thuis hebben.

„Mocht mijn leven hier snel ophouden, dan vind ik dat vooral moeilijk omdat ik José en de kinderen zal moeten loslaten. Zelf ga ik een groot feest vieren. De Here Jezus heeft voor mij geleden en Hij is voor mij gestorven. Dankzij Hem volgt er op dit leven vol zegeningen een nog mooiere toekomst, zonder zonder zonde en zonder ziekte.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl