Wij weten hoe het is om vast te zitten

Nu ook voor zware jongens in Vught: asielhonden opvoeden. Haalt het beste in hond en gevangene boven. „Liefde geven is liefde krijgen.”

„Ik ga liever om met dieren dan met mensen. Mensen hebben te vaak mijn vertrouwen geschonden. Ik neem niet snel iets van hen aan.”

Frank (41) kijkt terug op Dutch Cell Dogs, een trainingsprogramma van de penitentiaire inrichting in Vught. Acht weken lang werkte de veelpleger met een mishandelde asielhond. Lig. Zit. Wachten, spelen, wandelen zonder trekken: Frank socialiseerde de bouvier. „Liefde geven is liefde krijgen”, zegt de delinquent, die naar eigen zeggen met verslavings- en familieproblemen kampt.

Dutch Cell Dogs is uit Amerika overgewaaid. Met het programma halen gevangenen en asielhonden het beste in elkaar naar boven. De hond leert dat goed gedrag beloond wordt, de gevangene maakt kennis met zaken als discipline, verantwoordelijkheid en zorg. Het Prison Pet Partnership Program werd in 1981 ingevoerd in de vrouwengevangenis in Washington. Sindsdien zijn duizenden asielhonden, na training door gevangenen, bij gezinnen of instituten ondergebracht.

In Nederland kreeg Vught de primeur. En als het aan Marlies de Bats ligt, wordt Dutch Cell Dogs in alle Nederlandse gevangenissen ingevoerd. Ze is gedragstherapeut voor honden en benaderde de penitentiaire inrichting nadat zij een uitzending over het Prison Pet Partnership Program op tv-zender Animal Planet had gezien. „Ik bedacht dat gevangenen zich goed in een asielhond kunnen verplaatsen. Ze weten hoe het is om opgesloten te zitten. Zelf hebben ze ook vaak gedragsproblemen.”

Ferdi weet er alles van. De twintiger zat vijf keer vast wegens inbraak en huiselijk geweld. „Ik werd geraakt door het koppige karakter van Rakker”, zegt hij, wijzend naar het hondje op een foto in zijn cel. „Het beest heeft een goed karakter, maar als ik hem geen tijd en ruimte gaf, ging hij mokken. Dat deed mij aan mezelf denken.”

Zes gedetineerden schreven zich in voor Dutch Cell Dogs, dat draait op sponsorgeld en een kleine bijdrage van de gevangenis. Ze kregen geen privileges, onderstreept Jack Wubben, afdelingshoofd van de Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). Sterker: het ging ten koste van hun vrije tijd. De deelnemers trainden twee keer per week op de luchtplaats van hun unit. Ze ruimden zelf de hondenpoep op en hielden tijdens het project een dagboek bij. „Wie niet kwam opdagen of zich misdroeg, werd uit het programma gezet”, zegt Wubben. Dat gebeurde één keer, wegens harddrugsgebruik.

Het is lunchtijd als Ferdi zijn cel laat zien: een sobere ruimte van twee bij drieënhalve meter. Aan de muur prijken drie certificaten, waaronder een van Dutch Cell Dogs. „Soms is dat hun enige diploma”, legt hondentherapeut De Bats uit. „Het betekent veel voor hen.” Gevangenen lopen rond met stapels witte boterhammen en kant-en-klare maaltijden. Een zwijgzame vrouwelijke cipier draait alle deuren op slot. Maaltijden worden „op cel” genuttigd.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat honden in gevangenissen de sfeer verbeteren. Gedetineerden gaan vriendschappelijker met elkaar om, er wordt minder gevochten. Door het knuffelen van de dieren kunnen zij beter omgaan met frustraties. „De deelnemers kregen veel meer zelfvertrouwen toen zij merkten dat zij vaardigheden leerden die bij een betaalde baan van pas komen”, concludeert een evaluatiecommissie van de vrouwengevangenis in Maryland.

Frank werd naar eigen zeggen op de proef gesteld door zijn hond. De zwaarlijvige Brabander kneusde een vinger toen Beau er onverwachts vandoor wilde gaan. Een andere keer ging hij door zijn rug. „Als Beau niet gehoorzaamde, had ik de neiging hem te schoppen”, geeft Frank toe. „Maar zo’n beest wil je toch geen pijn doen? Op zo’n moment ging ik gewoon wat ijsberen over de luchtplaats. Dat werkte.”

De meeste veelplegers in de zwaar bewaakte gevangenis in Vught hebben moeite zich in anderen te verplaatsen, zegt De Bats. Als Dutch Cell Dogs dáár aanslaat – en met een tweede project op komst lijkt dat het geval – kan het in iedere Nederlandse gevangenis slagen. Met twee asiels werkt ze nauw samen. Met vier andere is zij in overleg. Ook een gevangenisdirecteur uit Rotterdam heeft interesse voor het project getoond. „Ik wil het gevangeniswezen veranderen”, zegt De Bats.

Eén onderdeel valt de gedetineerden zwaar: het afscheid. Hoewel De Bats hun iedere training voorhield dat het om een tijdelijk contact ging, werd een aantal van hen er toch door overvallen. Zo lag Frank in de weken na het vertrek van Beau „zwaar te balen op bed”. „Ik vond het kei- en keileuk”, zegt hij met een grijns. „Het liefst ga ik na mijn vrijlating werken in een dierenasiel.”

Om agressie en drugsgebruik te voorkomen, kregen de deelnemers na afloop psychische zorg aangeboden. Er werden fotomappen met ‘mooiste momenten’ uitgereikt. En nieuwe eigenaren houden de gevangenen schriftelijk op de hoogte van de vorderingen van de dieren.

Dat Beau nog geen onderkomen heeft gevonden, vindt Frank zorgwekkend. „Maar stiekem ben ik ook opgelucht”, zegt hij. „Wie weet wordt-ie nog eens van mij.”