Wetenschappelijk versus strategisch

Joodse instanties willen weten hoe ‘het’ rapport over ritueel slachten tot stand is gekomen. De onderzoeker: „Ik vertrouw op mijn eigen aanpak.”

Bij het debat over het verbod op onverdoofd ritueel slachten speelde ‘het rapport van de universiteit van Wageningen’ een prominente rol. Het onderzoek vormt de basis van het wetsvoorstel van Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) om onverdoofd ritueel slachten te verbieden. Kamerleden belden auteur Bert Lambooij om hun standpunt te kunnen bepalen.

Tijdens een kort geding voor de rechtbank in Arnhem bleek donderdag dat het onderzoek niet door de Universiteit Wageningen is uitgevoerd. De onderzoeker, Bert Lambooij, is in dienst van instituut Livestock Research, een geprivatiseerde rijksdienst. Hij legt uit: „Livestock Research is een onderzoeksinstituut van Wageningen UR (university & research centre). Dat is niet hetzelfde als ‘de’ universiteit Wageningen, maar door het grote publiek worden die twee vaak door elkaar gehaald. Misschien zijn wij deels verantwoordelijk voor die verwarring, maar wij hebben er geen baat bij.”

Het kort geding was door joodse instanties aangespannen tegen de staat, tegen dierenartsengenootschap KNMvD en tegen ‘Wageningen’. Zij wilden meer duidelijkheid over de totstandkoming van het rapport. De dag voor het kort geding bereikten PvdA, VVD, D66 en GroenLinks een compromis over de rituele slacht: als die niet met meer dierenleed gepaard gaat dan bij de gewone slacht, kan een ontheffing worden gevraagd. Dinsdag stemt de Kamer waarschijnlijk over het wetsvoorstel. De uitspraak in het kort geding is over twee weken.

Tijdens het kort geding stelde u dat uw onderzoek naar de rituele slacht niet ‘zuiver wetenschappelijk’ is. Wat bedoelde u daar precies mee?

„Het is een strategisch onderzoek, gericht op de verbetering van het dierenwelzijn (een doelstelling van Livestock Research). Daarnaast hebben wij ook een literatuurstudie gedaan. Dat het onderzoek niet zuiver wetenschappelijk is wil overigens niet zeggen dat het geen kwaliteit heeft.”

Hoe ging u te werk?

„We hebben onderzocht hoeveel pijn een dier lijdt bij de rituele slacht: niet alleen na de halssnede, maar ook ervoor. Daarbij hebben wij elektroden op het lichaam van proefdieren geplaatst. De dieren werden gefixeerd en gedraaid. Bekend is dat dieren bij de rituele slacht 180 graden worden gedraaid (voor de halssnede). Dat geeft veel stress. Het ministerie had ons gevraagd te kijken of de stress afnam als de draai minder groot was. Dat bleek niet het geval.”

En dus vond u een vervolgonderzoek niet nodig?

„Inderdaad. Dat heb ik het ministerie ook meegedeeld: zet er een punt achter.”

Op de zitting werd duidelijk dat u bij uw research geen joods of islamitisch slachthuis heeft bezocht. Kun je dan toch een rapport over dit onderwerp opstellen?

„Voor eerder onderzoek heb ik wél joodse en islamitische slachthuizen bezocht. Ik had dus voldoende kennis van zaken.”

U had wel met een politiek zeer gevoelige kwestie te maken.

„Zeker. Maar ik vertrouw op mijn eigen aanpak.”

Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap meldt dat het u voor een voorlopig getuigenverhoor wil laten oproepen.

„Dit is nieuw voor mij, maar we zullen het wel zien.”