Vermogensverschillen groeien

De vermogensverschillen in Nederland nemen toe. Dat schrijft de Amsterdamse socioloog Olav Velthuis in de zojuist verschenen bundel Cultuur en ongelijkheid. Hij baseert zich op een analyse van CBS-gegevens.

Het beursfiasco van 2008 heeft nauwelijks impact gehad op de grootste vermogens. In 2009 bezaten de 717.000 meestvermogende Nederlanders 685 miljard euro; dat is 56,7 procent van het totale vermogen in handen van Nederlandse huishoudens. Dat is maar een procent minder dan net voor de crisis en zelfs gelijk aan het percentage in 2008.

De hogere middenklasse, door Velthuis gedefinieerd als de dertig procent meestvermogenden van Nederland minus de tien procent allerrijksten, heeft zijn positie in de vermogenshiërarchie versterkt. Dat is een langetermijntrend, die door de crisis niet wordt doorbroken. In 1993 had de hogere middenklasse nog 28,8 procent van de totale vermogens in Nederland, in 2009 was dat gegroeid tot 33,4 procent.

Een andere opvallende ontwikkeling is de scherpe daling van de toch al negatieve vermogens onder aan de ladder: de 10 procent minstvermogenden stonden in 2008 36 miljard in het rood (dat wil zeggen: de totale schulden van deze 717.000 huishoudens waren groter dan hun bezittingen), en dat loopt in 2009 met maar liefst 74 procent op naar 62,8 miljard euro schuld.

Kortom: na 2008 is de vermogensongelijkheid, in tegenspraak met het vaak veronderstelde nivellerende effect van crises, toegenomen. Dat komt in de eerste plaats, schrijft Velthuis, omdat het aandelenbezit nu breder onder de bevolking is verspreid dan in de jaren dertig van de vorige eeuw. Er is nu minder concentratie van aandelen bij de grotere vermogensbezitters, zodat malaise op de beurs hen minder hard raakt. Bovendien was de daling van de aandelenkoersen door snelle, grote geldinjecties van de overheid in het bankwezen minder heftig en korter van duur dan in de jaren dertig. Daar staat tegenover dat de kleinste vermogens vooral bestaan uit woningbezit. Door de crisis zijn de huizenprijzen sinds 2008 met 7,7 procent gedaald terwijl de hypotheekschulden hoog bleven, wat aan de onderkant leidde tot negatieve vermogens.

Economie & Wetenschap: pag. 16, 17