Van hooligans naar brave hiphopvaders met grijze haren

„Elke muzikant wil een lied schrijven met het eeuwige leven,” zegt rapper Everlast van House of Pain. Maar het enorme succes van ‘Jump Around’ was ook een last.

Bijna twintig jaar na hun internationale hit Jump Around, een van de grootste raphits aller tijden, en vijftien jaar nadat de groep uit elkaar ging; is de Iers-Amerikaanse rapgroep House of Pain weer op tournee. Ze treden de komende dagen drie keer op in Nederland. De reden daarvoor is simpel, zegt oprichter Daniel ‘Danny Boy’ O’Connor (42) door de telefoon. „Ik heb het geld gemist, man, haha…”

Het is slechts ten dele een grapje. Waar bandgenoot Erik ‘Everlast’ Schrody (41) na House of Pain ook zeer succesvol was als soloartiest, betekende het einde van de groep voor Danny Boy een einde aan zijn lucratieve bestaan als popmuzikant. „Het was moeilijk,” zegt Danny Boy; die in de rapgroep als back-up fungeerde voor Schrody. „Mijn financiële situatie was slecht; het geld droogde ineens op. En ik was al jong gewend geraakt aan roem en geld. Ik heb dat enorm gemist in de periode erna.”

Danny Boy heeft die karige jaren „gebruikt om als persoon te groeien,” vertelt hij. „Dat had ik wel nodig. Ik zie nu dat House of Pain meer voor me betekent dan de zakelijke kant. Ik zou het niet meer alleen voor het geld doen, terwijl ik dat vroeger wel gedaan heb. Nu gaat het om onze vriendschap en de nieuwe ervaring om met een liveband met die muziek op tour te aan.’

Het succes van House of Pain is samen te vatten in dat ene, twee decennia oude nummer; de gierende dansvloerkraker Jump Around die nog altijd tot het standaardgereedschap van dj’s wereldwijd behoort. Een nummer met een stevig pompende hiphopbeat met daarop een krijsende saxofoonsample en de bijdehante raps vol rake klappen van de stoere Ierse bierdrinker Everlast: „I serve your ass like John McEnroe…”

Het was in de jaren negentig een atypische rapgroep, bestaande uit rauwe, Ierse hooligans die hielden van een ruig feestje. Inmiddels is Everlast vader, heeft hij grijze haren in zijn baard en bracht hij na de breuk een paar sterke, door blues geïnspireerde platen uit. Het immense succes van Jump Around was voor de jonge rappers een vloek en een zegen, vertelt hij door de telefoon. House of Pain werd, en wordt, ondanks drie redelijk goed ontvangen albums, vaak als ‘one hit wonder’ bestempeld.

„Elke muzikant wil een lied schrijven dat het eeuwige leven heeft en nooit verdwijnt,” zegt Everlast. „Het nummer komt altijd weer voorbij wanneer ik in een honkbalstadion ben of in een club en dan staan de mensen allemaal op. Dat is zo cool. Maar aan de andere kant ben ik er als soloartiest lang mee bezig geweest om afstand te nemen van dat nummer. En voor de groep was het niet meer te overtreffen.”

De breuk met House of Pain was pure noodzaak, zegt Everlast. De dj van de groep, Lethal, werd immens succesvol met zijn andere project, raprockgroep Limp Bizkit. „En binnen de groep hadden ze het nooit begrepen wanneer ik was gaan zingen.” Everlast verkocht in de VS twee miljoen exemplaren van zijn soloalbum Whitey Ford Sings The Blues; scoorde een nummer-1-hit met What It’s Like en won een Grammy Award voor het Carlos Santana-duet Put Your Lights On. Everlast: „Toen ik Whitey Ford maakte, was mijn enige doel weg te raken van Jump Around. Nadat dat soloalbum groter werd dan alles wat ik had gedaan, kan ik nu weer terug.”

House of Pain treedt zondag 26 juni op De Effenaar, Eindhoven; maandag 27 juni in De Oosterpoort, Groningen en dinsdag 28 juni in Melkweg, Amsterdam.