Vaatwasbestendige schimmels

BIOLOGIE

De afsluitrubbers van de afwasmachine blijken vol te zitten met potentieel dodelijke schimmels. Maar er is nog geen signaal dat de volksgezondheid hierdoor gevaar loopt, relativeren de ontdekkers.

Sander Voormolen

Zwarte gist, alleen de naam al klinkt onheilspellend. En dat is passend, want deze micro-organismen van het geslacht Exophiala kunnen dodelijke herseninfecties veroorzaken bij de mens. En niet alleen dat: deze schimmels blijken welig te tieren in onze directe leefomgeving, in onze keukens en badkamers.

Wetenschappers onder leiding van Sybren de Hoog, schimmelspecialist bij het Centraalbureau voor Schimmelcultures in Utrecht, hebben nu ontdekt dat zwarte gist heel vaak voorkomt op de rubbers van de deur van afwasmachines. Op maar liefst 62 procent van bijna tweehonderd afwasmachines die de onderzoekers wereldwijd bemonsterden groeiden schimmels. In ruim de helft van deze gevallen bevatten de monsters ook de potentieel gevaarlijke zwarte gist Exophiala. Dat rapporteren zij deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Fungal Biology.

“De gisten houden van het extreme milieu dat een vaatwasser biedt”, zegt De Hoog aan de telefoon. “Warmte, vocht, zout, en een alkalisch milieu. Zwarte gisten floreren daarbij, want onder deze extreme omstandigheden vallen veel van hun concurrenten weg.”

De onderzoekers vonden vaak de zwarte gist Exophiala dermatitidis en in sommige afwasmachines in Europa ook de verwante Exophiala phaeomuriformis. Maar dat was niet alles. Behalve de zwarte gisten bevatten de vaatwassers ook gemeenschappen van andere potentiële ziekteverwekkers als de witte gisten (als Pichia guilliermondii, Candida parapsilosis en Magnusiomyces capitatus) en de rode gist Rhodotorula mucilaginosa. Daarnaast kwam ook de schimmel Fusarium dimerum voor, die eveneens infecties bij mensen kan veroorzaken.

Het zorgelijke is dat precies dezelfde eigenschappen die de schimmels nodig hebben om te overleven op afsluitrubbers van vaatwasmachines ook helpen de infectie bij de mens te bevorderen. Anders dan de meeste schimmels, kunnen ze groeien bij temperaturen boven de 37 graden Celsius. Lange periodes van droogte, zoals die ook bestaan op de menselijke huid, doen ze niks. Als ze in de afwasmachine het zout kunnen tolereren, en de snelle wisselingen in zuurgraad (van pH 6,5 naar 9,5) kunnen doorstaan, dan zullen ze ook weinig problemen hebben met de verschillende milieus in het menselijk lichaam. Experimenteel is vastgesteld dat Exophiala nog kan groeien bij temperaturen die oplopen tot 47 graden Celsius, en kan overleven tot 95 graden Celsius in een pH-gebied van 2,5 tot 12,5 en bij een zoutconcentratie tot 17 procent.

Reactieve zuurstofdeeltjes

Door het leven in een extreem milieu zijn bovendien de stressreacties van de schimmel actief, waardoor hij minder gevoelig is voor reactieve zuurstofdeeltjes, die een belangrijke rol spelen bij de lichamelijke afweer tegen microbiologische indringers. Het levenloze milieu van de vaatwasser lijkt voor de gisten een perfecte voorbereiding op een loopbaan als ziekteverwekker. Al heeft zwarte gist, anders dan veel andere ziekteverwekkers, de mens niet perse nodig voor zijn overleving.

En dan zijn er nog aanwijzingen dat zwarte gisten goed gedijen op rubber en andere synthetische oppervlakken, doordat ze de organische stoffen die daaruit vrijkomen kunnen gebruiken voor hun groei. Ze kunnen aromatische en andere koolwaterstoffen verteren. Mogelijk bestaat hier ook een relatie met de observatie dat zwarte gisten vaak neurologische infecties veroorzaken. In het zenuwstelsel komen veel aromatische koolwaterstoffen voor als neurotransmitters.

Eerder had De Hoog ook al zwarte gisten aangetoond in stoombaden (Mycoses, september 2002). En in badkamers, ook warm en vochtig, kwam hij ze ook tegen. De natuurlijke habitat van de gist is waarschijnlijk het tropisch regenwoud van Zuidoost Azië, beschreef De Hoog enkele jaren geleden (Studies in Mycology, december 2008). In Thailand bleek de gist voor te komen op fruit, waaronder mango en ananas. “Fruitetende dieren zoals beo’s en vleerhonden hebben de gist ook in hun poep, en dragen waarschijnlijk bij aan de verspreiding”, aldus De Hoog.

Naar schatting 0,3 procent van de mensen heeft sporen van zwarte gist in zijn poep. In het onderzoek in Thailand bleek dat de gist veel voorkwam op spoorbielzen, waar regelmatig menselijke fecaliën op vallen. Vreemd genoeg ontbrak de gist in Thaise latrines, maar waarschijnlijk wordt hij daar door andere micro-organismen weggeconcurreerd. Op de spoorbielzen kan zwarte gist wel overleven, omdat hij als een van de weinige micro-organismen bestand is tegen het carbolineum waarmee de liggers behandeld zijn.

Per plek zijn de condities net iets anders en daardoor kom je telkens een heel karakteristiek setje pathogene schimmels tegen. “Ik durf daarom wel te voorspellen wat er bij u in de badkamer leeft”, zegt De Hoog. “En in de wasmachine zit weer een ander setje.”

De Hoog en zijn collega’s dachten aanvankelijk dat het heel gevaarlijk was dat de potentiële ziekteverwekkers zo dicht bij de mens in de buurt leven. Vorig jaar publiceerde De Hoog samen met Chinese collega's gevalsbeschrijvingen van zeven fatale Exophiala-besmettingen in China (Mycoses, maart 2010). Daaruit blijkt hoe ernstig de infecties kunnen verlopen, met grote wratachtige knobbels op de huid, en waarbij de schimmel doordringt tot in de hersenen en botten.

Ziekenhuizen

Maar er zijn nog geen gevallen bekend van mensen die ziek zijn geworden van hun vaatwasser. De meeste dodelijke slachtoffers van een infectie met zwarte gist blijven ook beperkt tot Azië, waarom is niet bekend. “Er gaat geen overdreven gevaar uit van de schimmels in de afwasmachine”, zegt De Hoog. “Maar misschien zou het in ziekenhuizen, waar veel mensen komen met een verzwakt immuunsysteem, wel een punt van aandacht moeten worden. Ook patiënten met taaislijmziekte kunnen extra bevattelijk zijn voor een schimmelinfectie van de longen.”

Het is iets waar we mee moeten leven, zegt De Hoog. “In praktisch elke sauna zit het al, en je krijgt het niet weg, hoe hard je ook schoonmaakt. Ik houd er overigens wel van om in de sauna te zitten, omringd door mijn modelorganismen. We hebben ze ook al ontdekt in koffiezetapparaten en ik drink nog steeds koffie.”

Sloveense collega’s van De Hoog, waarmee hij eerder samenwerkte, schetsen een zorgelijker scenario. In een artikel over evolutie van ziekteverwekkende schimmels in het huiselijk milieu, dat eveneens deze week gepubliceerd werd in Fungal Biology, schrijven zij dat het probleem vergelijkbaar is met het ontstaan van antibioticaresistentie bij bacteriën. Door het bestrijden van ziekteverwekkende bacteriën met antibiotica ontstaan juist agressieve stammen, waartegen niets meer werkt.

Datzelfde gebeurt in het huishouden, schrijven de Slovenen: “We hebben er met onze hygiënische maatregelen voor gezorgd dat onze binnenhuismilieus geen fijne plek zijn voor de meeste micro-organismen. (…) Maar, de meest weerbarstige (en daardoor ook de gevaarlijkste) daarvan zijn erin geslaagd te overleven en zich aan te passen. We hebben onze huizen misschien onbewust veranderd in kweekplaatsen voor de experimentele evolutie van de meest taaie micro-organismen, wier aanpassingsvermogen hen in staat kan stellen nieuwe leefmilieus te vinden in het menselijk lichaam.”