The mismeasure of Stephen J. Gould

“Inwoners van elke streek worden gekenmerkt door bepaalde fysieke en morele eigenschappen.” Dat schreef antropoloog Samuel George Morton in zijn Crania Americana in 1839, waarin hij de gemiddelde schedelinhoud van verschillende bevolkingsgroepen vergeleek. Nu, 172 jaar later, doet Mortons werk weer stof opwaaien. Niet om de racistische ondertonen in zijn werk, die betreurt iedereen, maar om de accuraatheid van zijn metingen.

Morton mat de herseninhoud van schedels door ze te vullen met zaden en hagel. Voorspelbaar genoeg vond hij dat schedels van blanken de grootste herseninhoud hadden, gevolgd door die van Aziaten,‘de Negroïde groep’ en Noord-Amerikaanse indianen.

Evolutionair bioloog Stephen Jay Gould haalde het onderzoek van Morton begin jaren ’80 onderuit in zijn boek The Mismeasure of Man. De statistiek van Morton zou niet deugen. Hij zou zich hebben laten leiden door zijn racistische opvattingen en daardoor (onbewust) de fysieke verschillen tussen ‘rassen’ hebben overdreven.

In een artikel dat eerder deze maand verscheen in PLoS Biology, betichten antropologen Gould nu zélf van vooringenomenheid. De onderzoekers maten de schedels van Morton opnieuw en vonden geen grotefouten in Mortons metingen: zijn data zijn betrouwbaar.

Ook deze bevindingen zijn controversieel. Op zijn blog Antrhopomics vraagt de antropoloog Jonatan Marks zich deze week af wat de auteurs met hun studie wilden bewijzen. Wat doet het ertoe dat de inhoud van een set Afrikaanse schedels kleiner bleek dan die van een Europese set, zoals gemeten door een creationist die niet geloofde in de eenheid van de menselijke soort?

Lucas Brouwers