Succesvolle ingreep in oliemarkt

Overheden zouden niet moeten ingrijpen in de markt – maar soms breekt nood wet, zoals in het geval van de kunstmatig hoge olieprijs.

Volgens een belangrijk principe van de vrije markt moeten overheden niet interveniëren tussen marktpartijen. Dat is oneerlijk voor de gebruikelijke spelers en kan onbedoelde gevolgen hebben. Maar de recente interventie van het Internationale Energie Agentschap (IEA) op de oliemarkt toont aan dat de wetmatigheid niet altijd op gaat.

Het is niet makkelijk om in te grijpen in diepe, liquide markten als die voor valuta’s en grondstoffen. Vraag dat maar aan de Zwitserse centrale bank, wier interventie ten bate van de Zwitserse frank in 2010 een schadepost van 25 miljard dollar opleverde. Zelfs als het effectief is, moet er soms een zware prijs worden betaald, als beleggers hun vertrouwen verliezen door de komst van een onvoorspelbare deelnemer met politieke motieven.

Het geval van het IEA zou de uitzondering op de regel kunnen zijn. De OPEC zegt dat de wereldeconomie goed is voorzien van olie. Maar een prijs van meer dan 100 dollar per vat ligt op een niveau dat normaliter een recessie zou kunnen veroorzaken. De OPEC had op zijn vergadering in juni kunnen beloven het aanbod van olie te verhogen, maar heeft dat niet gedaan. Misschien kwam de ultrahoge prijs haar gewoonweg te goed van pas.

Bovendien is het duidelijk dat de interventie werkt: de olieprijs is scherp gedaald. Goldman Sachs zegt zijn driemaandelijkse voorspelling voor de prijs van Brent-olie misschien met 10 tot 12 dollar per vat te moeten verlagen naar 105 tot 107 dollar – een belangwekkend resultaat van de IEA-gok.

Maar de mogelijkheden van het IEA zijn relatief klein. De vrijgave van 60 miljoen vaten, verspreid over dertig dagen, komt neer op ongeveer 4 procent van de totale internationale strategische reserves en laat zich vergelijken met een wereldwijde vraag naar olie van 89,3 vaten per dag, aldus het IEA. De werkelijkheid is dat het IEA niet al te veel kan interveniëren zonder zijn voorraden uit te putten. De markt weet dit. Maar het IEA werd geholpen door het feit dat de olieprijs toch al aan het dalen was. De stap van het IEA kan een voorbeeld zijn van een interventie die effectief is en geringe neveneffecten heeft. In de huidige, gevaarlijke economische omstandigheden mag er niet te zwaar over worden geoordeeld.

Ian Campell