Succesvol leider verbindt verleden aan heden

Auteurs: Sjoerd Keulen en Ronald KroezeTitel: De leiderschapscarrousel, Waarom iedere tijd zijn eigen leider vraagtUitgeverij: Boom, Amsterdam 2011, ISBN: 9789461054319, 300 blz., € 24,90

‘Leiderschap is rekenschap geven van je verleden’, citeren de auteurs van De leiderschapscarrousel, Waarom iedere tijd zijn eigen leider vraagt Jeroen van der Veer, voormalig topman van het olieconcern Shell. De uitspraak is de twee jonge historici – Keulen is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Kroeze werkt voor de Vrije Universiteit – uit het hart gegrepen; een parafrase van een van de bekendste citaten uit de nationale geschiedschrijving.

‘Geschiedenis is de geestelijke vorm waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden’, luidt het originele citaat van Johan Huizinga. En Van der Veer, zo blijkt in het boek van Keulen en Kroeze, is een leider die de betekenis van dat citaat goed heeft begrepen. Zo nam de voormalig topman zitting in de raad van commissarissen ‘primair als corporate memory’. Veel besluiten binnen Shell worden voor de lange termijn genomen. Zijn de mensen die hiervan de oorsprong weten weg, zo is de overtuiging van Van der Veer, dan kan dat tot problemen leiden.

Dat het verleden belangrijk is voor goed leiderschap bewijst volgens Keulen en Kroeze operatie Centurion, de later berucht geworden reorganisatie van Philips door Jan Timmer. Hij slaagt er in 1990 in om het in nood verkerende Nederlandse elektronicaconcern weer op de rails te krijgen door 55.000 mensen te ontslaan. Volgens de auteurs lukte dat doordat hij een krachtige eigen interpretatie van het Philips-verleden formuleerde en die wist te koppelen aan zijn persoonlijke betrokkenheid bij het concern.

Met leiders die de band met het verleden kwijtraken, loopt het minder goed af. Voormalig topman Rijkman Groenink van ABN Amro is zo iemand. Groenink is bij zijn aantreden populair, maar zijn leiderschap eindigt in 2007 op dramatische wijze met een vijandige overname van ABN Amro door het bankenconsortium van Fortis, Royal Bank of Scotland en Santander.

Groenink toont zich in een interview met Keulen en Kroeze wel bewust van het belang van het verleden. „Je begint sowieso niet met een schone lei.” Maar hij slaagt er niet in om anderen daarvan te overtuigen. Al bij zijn aantreden wordt in de pers gesproken van ‘Rijkmans revolutie’, een beeld dat hij niet meer kan bijstellen.

De harde val van Groenink verklaren de auteurs door er op te wijzen dat elke tijd zijn eigen leiders vraagt. Groenink, vaak omschreven als arrogant en behept met een beperkt inlevingsvermogen, maakte carrière in een tijd waarin de managementcultuur hoogtij vierde. De technocratisch ingestelde bankier kon makkelijk een invloedrijke positie opeisen. Maar toen managers tijdens de bankencrisis in 2007 en 2008 niet zo onfeilbaar bleken als gedacht, kwam hij hard ten val.

In De leiderschapscarrousel beschrijven de auteurs, in de traditie van Huizinga, leiderschap als een cultureel fenomeen. Behalve topmannen uit het bedrijfsleven hebben ze tal van vooraanstaande Nederlandse leiders geïnterviewd – onder wie de oud-ministers Annemarie Jorritsma en Elco Brinkman – en hun gevraagd wat leiderschap precies betekent. Deze gesprekken leveren naast kijkjes achter de schermen van belangrijke gebeurtenissen ook interessante ontboezemingen op.

De Leiderschapscarrousel is een ambitieus, niet helemaal gelukt geschiedkundig project. Wat ontbreekt is een verhaal dat het culturele verschijnsel ‘leiderschap’ in een context plaatst en de lezer de geschiedenis opnieuw laat beleven. Het boek maakt door het ontbreken van zo’n verhaallijn een onsamenhangende indruk. Willen Keulen en Kroeze echt in de voetsporen treden van Huizinga, dan moeten zij voor hun volgende boek op zoek naar zo’n verhaal.

Aernout bouwman-sie