Snoeien in de kunst is goed maar niet op deze manier

Het kan best wat minder in de sector van de kunsten. Altijd je handje ophouden is niet goed. Met een zelfbewuste houding komen kunstenaars verder. Dat is nog iets anders dan bloeiende plantjes genadeloos wegsnoeien, zoals Zijlstra doet, betoogt Arjo Klamer.

Een tuin bloeit als je zo nu en dan goed snoeit. Het is inmiddels een breed gedeeld besef dat het hoog tijd is om flink te snoeien in de kunstensector, maar de tuinman kan te ver gaan met het snoeien. Dan wordt de tuin kaal. Haalt de tuinman kostbare planten met wortel en al eruit, dan is de vraag of hij wel weet waarmee hij bezig is.

Het snoeien is wenselijk om wildgroei tegen te gaan, om bepaalde planten waar er veel te veel van zijn uit te dunnen en om ruimte te geven voor nieuwe planten. In de podiumkunsten en in de beeldende kunsten is het aanbod te groot en de belangstelling te gering. De sector is ook te afhankelijk geworden van de financiering van de overheden. Stevig ingrijpen is nodig en, als het goed gebeurt, heilzaam voor de vitaliteit en kwaliteiten van de kunsten.

Een belangrijke consequentie van stevig snoeien zal een andere cultuur zijn. De hedendaagse cultuur van de gesubsidieerde kunsten is te veel één van afhankelijkheid van de overheid. Typerend voor die cultuur zijn klagende reacties over een overheid die geen waardering heeft voor al het moois dat wordt gemaakt en die te weinig steun verleent.

Dit zijn de reacties van het miskende kind. Ik wijzig de metafoor iets. De overheid wordt de ouder die moet zorgen voor het wel en wee van zijn kroost. De ouder moet zijn kroost waarderen, belonen en steunen. Maar de overheid is geen mens. De overheid kan niet waarderen. Als deze staatssecretaris zijn waardering uitspreekt, doet hij dat functioneel. Persoonlijk zal het hem een worst zijn wat de kunstensector doet. De overheid is een afstandelijk doorgeefluik. Je hoeft de overheid niet te bedanken voor haar steun. Voor een warme waardering is het beter om zelfbewust en zeker van het waardevolle van jouw kunsten af te stappen op ons, potentiële liefhebbers, om onze waardering te krijgen en om ons betrokken te maken. Onze waardering is per slot van rekening echt.

Hoe veel creatieve mogelijkheden voor een zelfbewuste opstelling van de kunstenaars en hun instellingen bestaan, hebben collega Cees Langeveld en ik – samen met onze masterstudenten – laten zien in Pak Aan. Dat is een boek vol ideeën en initiatieven. Zo blijkt het creatieve ambacht van toneelmakers, musici en beeldende kunstenaars van grote waarde te zijn voor ontwikkelaars, consultants, bouwers, fiscalisten en advocaten. Onlangs vertelde de baas van een groot bouwbedrijf mij dat hij meer met kunst wil doen. Hij wil kunstenaars graag betalen voor hun input. Dat is niet uitzonderlijk. Veel mensen zouden graag worden betrokken bij het maken van kunst. Daarvoor hebben ze best wat over. De truc is het leggen van de verbinding.

De cultuurverandering is al bezig. In talloze bijeenkomsten brainstormen mensen van de kunstensector over een andere aanpak. Laatst ontdekte ik met de mensen van jeugdtheater Max dat ze veel te winnen hebben door ouders en grootouders bij hun werk te betrekken. We beseften dat het om een andere houding gaat en om een andere manier van werken. Je moet relaties ontwikkelen en weten hoe en aan wie wat te vragen. Dat kun je alleen goed doen als je dat zelfbewust en uit overtuiging doet en in het besef dat het bijdragen aan jouw werk voldoening geeft.

Voor wenselijke cultuurverandering is het stevig snoeien van deze regering dus een goede zaak. Maar het snoeien gaat niet met al te veel zorg. De grote struiken die al sterk stonden, worden ontzien – hoezo zouden musea niet met minder subsidie kunnen om aan een andere aanpak te werken? – waardoor ze de kwetsbare planten nog meer gaan overwoekeren dan ze dat al deden. Sommige planten, zoals een aantal orkesten en dansgezelschappen, worden zo flink gesnoeid dat ze geen overlevingskans hebben. En het snoeien gaat te snel – daar wees de Raad voor Cultuur ook op. Maar het ergste is de kaalslag onder de kasplanten.

Iedere tuinman weet dat je plantjes moet kweken voor aangroei en vernieuwing. Dat vraagt zorg. Planten in ontwikkeling zijn kwetsbaar. De staatssecretaris wil niet alleen de zorg voor kasplanten stopzetten, maar deze met wortel en al weghalen. Een productiehuis als de Toneelschuur voor aanstormend toneeltalent, de Rijksacademie en de Ateliers voor jonge, talentvolle kunstenaars, het Berlage Instituut voor veelbelovende architecten – ze worden allemaal geëlimineerd. Dat is kapitaalvernietiging en geen oog hebben voor de noodzakelijke aanwas.

Hoe dan ook – snoeien is goed, maar snoeien zoals deze regering wil, is onzorgvuldig en ronduit schadelijk voor de zo noodzakelijke aanwas. De manier waarop klopt ook niet. Een goede tuinman heeft liefde voor zijn tuin. Deze regering spreekt tot nu toe vooral badinerend en denigrerend over de culturele sector. Daardoor dragen ze bij aan een negatief klimaat waardoor het alleen maar moeilijker gaat worden kaarten te kopen en mecenassen te overtuigen. Rutte c.s. zouden het goede voorbeeld moeten geven door zich te laten zien bij premières, uit eigen zak bij te dragen om zo duidelijk te maken dat de kunsten van levensbelang zijn voor een krachtige samenleving.

Arjo Klamer is hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit. Zie ook pak-aan.nu voorhet boek Pak aan, over financiering van kunst en cultuur.