Shirt uittrekken helpt vrouwenvoetbal niet

SIMON: Gaat het een beetje, zonder je normale dosis voetbal?

DAVID: Niet echt. Ik ben laatst tot twee uur ’s nachts opgebleven om Nederland onder-17 tegen Congo op mijn computer te kijken.

SIMON: Het spijt me. Maar gelukkig begint het vrouwenwereldkampioenschap deze week. Dat helpt je weer even verder.

DAVID: Tsja, ik weet dat ik van vrouwenvoetbal zou moeten houden. Het zijn onderbetaalde heldinnen. Ze strijden tegen patriarchale onderdrukking. Er is maar één probleem: de wedstrijden. Ik voel me niet betrokken. Het verveelt me.

SIMON: Dat heeft iedereen. Bijna niemand kijkt vrouwenvoetbal. Zelfs in Amerika ging de vorige profcompetitie failliet.

DAVID: Wat raar.

SIMON: Inderdaad. Als kenner van de psychoanalytische semiotische theorie weet jij dat de mannelijke voyeur – jij dus – met plezier naar vrouwen kijkt. Bovendien kijken ook vrouwen normaliter met plezier naar vrouwen. Als een vrouw een feestje binnenloopt, kijkt iedereen naar haar – naar haar kleren. Als jij binnenloopt, of ik, kijken een paar mensen even op. Ze denken: „o ja, die gast.” Alleen in het voetbal is het anders. De blik van mannelijke fans is gericht op mannelijke spelers. De blik van vrouwelijke fans ook.

DAVID: Misschien komt dat doordat het vrouwenvoetbal zo traag is.

SIMON: Het meeste mannenvoetbal is ook traag. Toch zitten er bij Heerenveen wekelijks 25.000 man.

DAVID: Dat is puur stamgevoel. Voetbalfans houden van stammenstrijd.

SIMON: Een WK is toch ook stammenstrijd? Maar de hele wereld zit komende maand niet voor de tv.

DAVID: Dat is toch vreemd. Andere sporten hebben toch ook vrouwelijke sterren? Mensen volgden Billie Jean King, Martina Navratilova en de Williams-zusjes.

SIMON: Tennis is altijd al als vrouwelijke sport geaccepteerd. Maar hoe vaak kijk jij naar vrouwen in traditionele mannensporten?

DAVID: Een van mijn dierbaarste sportherinneringen was de vrouwenfinale speerwerpen op het WK in Helsinki in 1983.

SIMON: Dat meen je niet.

DAVID: Jawel. Tiina Lillak, Finse ijskoningin, werd toegejuicht door vijftigduizend dolle Finse fans. Later is ze overigens masseuse geworden. Ze staat op een Finse postzegel. Haar rivaal was Fatima Whitbread, een Londense die als tiener werd geadopteerd door haar speerwerpcoach. Fatima neemt verrassend de leiding. Tiina heeft nog één worp. Ze concentreert zich zo hard dat je denkt dat ze in trance is. Ze gooit haar speer bijna het stadion uit. De Finnen worden gek. Fatima huilt – kippenvel, man.

SIMON: Jij bent dus iemand die bijna elke sport wil kijken, alleen vrouwenvoetbal niet. Waarom niet?

DAVID: Ik denk dat het komt omdat het belangrijkste aan sport niet de sport zelf is. Het belangrijkste is menselijk drama. Als je wilt genieten, moet je je emotioneel betrokken voelen. Ik kijk bijvoorbeeld zelden naar interlands van Brazilië, maar voor een saaie onder-17-wedstrijd blijf ik ’s nachts op – als Nederland maar meedoet. Voor mij was Tiina tegen Fatima geen speerwerpen. Het was een episch duel.

SIMON: Misschien dat het vrouwenvoetbal dat moet creëren. Het roemt zijn spelers zoals de Sovjets vroeger hun heroïsche vrouwelijke tractorrijdsters roemden. Wat het nodig heeft, zijn interessante persoonlijkheden.

DAVID: Bestaan die in het vrouwenvoetbal?

SIMON: Tot nu toe hoor je alleen iets van de stereotypen. De Amerikaanse Brandi Chastain werd wereldberoemd omdat ze in een WK-finale na een winnende penalty haar shirt uittrok: stereotiepe sexy meid. Elizabeth Lambert, een studente nota bene, werd bekend omdat ze tegenstanders schopte en aan hun paardenstaartjes trok: stereotiepe stoute meid. Fans willen driedimensionale persoonlijkheden.

DAVID: Het mannenvoetbal heeft die amper nog. Dat is tegenwoordig zo beschermd door pr-medewerkers en clubofficials dat niemand nog iets zegt. Oorspronkelijke types als Willem van Hanegem of Diego Maradona zouden tegenwoordig worden verboden.

SIMON: Daar ligt de kans voor de vrouwenvoetballers. Die kunnen nog zichzelf zijn. Ze moeten ophouden om brave Sovjetheldinnen te zijn. Ze moeten vetes uitvechten en rare dingen roepen.

DAVID: Kijk, daar zou ik nou voor thuisblijven.

Simon kuper en david winner