Schengen: invoeren grenscontroles moeilijker

Het wordt voor Schengenlanden moeilijker om tijdelijk grenscontroles in te voeren, als ze zelf vinden dat er een noodsituatie is. Dat hebben de Europese regeringsleiders vrijdag in Brussel besloten.

Landen in de vrij-reizenzone Schengen mochten onder de oude regels tijdelijk grenscontroles invoeren. Door de beslissing van vrijdag worden de regels preciezer ingevuld en strenger: een land kan niet meer zomaar zelf beslissen om controles in te voeren. Het kan alleen nog in overleg met andere Schengenlanden.

Als een land vindt dat het een probleem heeft aan de binnengrenzen zullen de andere Schengenlanden eerst proberen om dat land te helpen – met geld, advies en de inzet van het EU-agentschap voor de grensbewaking, Frontex. Pas als dat geen oplossing biedt en de andere Schengenlanden ook vinden dat tijdelijke grensbewaking nodig is, kan een land die weer invoeren.

Frankrijk en Italië vroegen eerder dit jaar om herziening van de regels, nadat er tussen hen een probleem was ontstaan: Italië gaf Tunesische vluchtelingen een tijdelijke verblijfsvergunning en Frankrijk reageerde daarop met strenge grenscontroles.

Volgens een Brusselse ambtenaar betekenen de nieuwe regels dat een dergelijk probleem voortaan als volgt wordt opgelost: „Andere landen bemoeien zich er intensief mee en Italië zou dan onder druk afzien van het afgeven van verblijfsvergunningen.”

De Europese regeringsleiders besloten ook dat bij de Schengenlanden regelmatig zal worden nagegaan of ze nog wel aan de Schengencriteria voldoen, bijvoorbeeld of hun politie en justitie nog goed functioneren en niet corrupt zijn. De Nederlandse premier Rutte zei gisteren in Brussel dat hij daar „zeer blij” mee is. Nederland had er op aangedrongen dat zulke controles er zouden komen. In de vergadering had hij zijn Roemeense en Bulgaarse collega’s moeten geruststellen, omdat die vermoedden dat de nieuwe maatregel bedoeld is om Roemenië en Bulgarije makkelijker buiten Schengen te houden.