Rossi wil op TT Assen weer vlammen

Wegracer Valentino Rossi is bij de TT in Assen de grootste attractie. De Italiaan zelf wil graag weer eens meedoen om de hoofdprijzen.

De hiërarchie in het rennerskwartier bij de TT Assen is duidelijk. Alle trucks van de grote fabrieksteams staan in slagorde vooraan, enkele meters verwijderd van de boxen in de pits. Twee opleggers springen eruit. Vanwege de felrode kleur met het nummer 46 in fluorescerend geel, maar vooral vanwege de dranghekken die de vele belangstellenden op afstand moeten houden.

Iedereen wil Valentino Rossi zien, om een handtekening bedelen, een foto scoren of hem even aanraken. De 32-jarige Italiaan is al jaren veruit de populairste wegracer, zelfs als hij, zoals dit en vorig seizoen, minder presteert. Maar Rossi is Rossi, altijd goedlachs en goedgehumeurd. Om die eigenschappen en om zijn spectaculaire rijstijl hebben de motorsportliefhebbers hem in hun hart gesloten. Hij is in de motorsport een instituut, waarbij zelfs Casey Stoner en Jorge Lorenzo verbleken, ook al rijden zij al anderhalf jaar sneller dan de negenvoudige wereldkampioen. En ook tijdens deze TT is er weer een speciaal tribunevak dat geel zal kleuren met honderden Nederlandse Rossi-fans.

Bij de trucks van Stoner en Lorenzo staan geen dranghekken. Zowel de Australiër, die leidt in het klassement om de wereldtitel, als de Spaanse wereldkampioen van vorig jaar kan zich in relatieve rust door het rennerskwartier bewegen. Daar hoeft Rossi niet aan te beginnen.

Maar Rossi’s grote zorg was de afgelopen dagen niet het ontwijken van opdringerige fans, maar zijn motor. De Ducati Desmosedici GP11, door Rossi in sappig Engels kortweg the sjépé-eleven genoemd, is niet snel genoeg. En dat steekt bij de man die liefst 105 grand-prixoverwinningen achter zijn naam heeft staan. Dat een beenbeuk, zoals vorig jaar, hem op achterstand zette, kon de ambitieuze Italiaan moeilijk verkroppen, maar die tegenslag had tenminste een aantoonbare oorzaak. Maar een trage motor maakt Rossi onrustig, ongeduldig en opstandig.

Na zes grands prix en één schamele podiumplaats – derde bij de GP van Frankrijk – heeft de Italiaan het laten donderen en bliksemen bij Ducati, de trotse renstal die Rossi, voor een salaris van 30 miljoen euro over twee jaar, bij Yamaha weghaalde om de wereldtitel in de MotoGP door een Italiaan terug te brengen naar Italië. Zo kon het niet langer, vond Rossi en hij eiste maatregelen van racedirecteur Filippo Preziosi. En die kwamen er, want in Assen rijdt Rossi vandaag op een nieuwe motor, de Ducati Desmosedici GP12 – door hem dus the sjépé-twelve genoemd.

„Ik heb veel druk op Filippo uitgeoefend”, sprak Rossi deze week eufemistisch op een persbijeenkomst in Assen. Maar hij kreeg wat hij wilde: beter materiaal. Althans, daar gaat de coureur vanuit. „Ja, ik neem een risico door halverwege het seizoen van motor te wisselen. Maar zo doorgaan was geen optie. Om mezelf te kunnen verbeteren moet ik wel risico’s nemen. Het is niet anders.”

Rossi, bij wie de krullenkop heeft plaatsgemaakt voor een kort modern haarmatje, vertelt in de ruim bemeten hospitalityruimte van Ducati dat de motor die voor volgend jaar bedoeld was hem nu in aangepaste vorm ter beschikking staat. Het frame voor the sjépé-twelve was al klaar, het nieuwe motorblok van 1.000cc is nog in ontwikkeling. Een reglementswijziging staat pas volgend jaar die cilinderinhoud toe; nu is het maximum nog 800cc. ‘Wat vind je ervan als we het nieuwe frame met een 800cc motorblok uitrusten’, opperde Preziosi na afloop van de Engelse GP op Silverstone. Rossi wilde niets liever, want hij gruwde van het vooruitzicht opnieuw machteloos vijfde, zesde of zevende te worden. Daar vindt de populaire coureur zich te goed voor. Hij wil meedoen om de hoofdprijs.

Goede testresultaten in Mugello en Jerez de la Frontera geven Rossi hoop op een ommekeer in Assen. Hij sprak van aanzienlijke verbeteringen. „The sjépé-twelve is stabieler, geeft meer druk op het voorwiel en accelereert beter. Ik heb er een goed gevoel over.” De vorderingen bleken nog niet tijdens de trainingen, want Rossi start na de nodige tegenslagen vandaag vanaf de elfde laats.

Maar hoe kan het dat een uitnemende coureur als Rossi zo slecht presteerde op dezelfde motor waarmee Stoner vorig jaar drie grands prix won en negen keer het podium haalde? Op die vraag antwoordt Rossi opvallend kritisch over zijn nieuwe werkgever. „Ducati heeft de motor, in tegenstelling tot Honda en Yamaha, onvoldoende doorontwikkeld. Vooral Honda heeft een grote stap gezet. Dat blijkt uit de resultaten van Stoner.”

Typisch Rossi, die eerlijkheid. Hij zegt altijd waar het op staat. Ook als het om actuele, heikele kwesties gaat. Zoals het agressieve rijgedrag van nieuwkomer Marco Simoncelli. Overigens deelt Rossi de woede daarover niet. Hij steunt zijn landgenoot, ook al vindt Rossi dat Simoncelli te ver is gegaan toen hij in Frankrijk Dani Pedrosa letterlijk de pas afsneed, waarna de Spanjaard zijn sleutelbeen brak. Jeugdige onbezonnenheid, oordeelde Rossi. Dat had hij niet moeten doen, maar verder moet de concurrentie niet zeuren. Motorracen is geen spel voor watjes.

En Rossi deinst er evenmin voor terug om de machtige GP-organisatie Dorna te bekritiseren. Het zint hem helemaal niet dat het deelnemersveld van de MotoGP, de koningsklasse, uit slechts zeventien coureurs bestaat. Veel te weinig en niet goed voor de sport, oordeelt Rossi. „Dat moet volgen jaar veranderen. Wil de MotoGP serieus genomen blijven worden, dan moeten er minimaal twintig coureurs aan de start staan.”

En zo verlegt Rossi zijn blik al weer naar buiten. Een goed teken voor iemand die het afgelopen jaar vooral met zichzelf bezig was. Rossi kreeg voor het eerst in zijn carrière te maken met serieuze blessures. Hij miste vorig jaar onder meer de TT wegens een beenbreuk. En in november werd hij geopereerd aan een schouderblessure, die hij aan het begin van dat seizoen bij een val tijdens een motorcross had opgelopen. Maar nu is hij weer volledig fit, verklaarde Rossi deze week. En dan is hij op zijn best, leert de geschiedenis.