Postduiven in zwermen verbruiken meer energie

Het kost postduiven die in dichte zwermen rondjes vliegen meer energie om in de lucht te blijven dan duiven die individueel een rondje maken. Onderzoekers van de Royal Veterinary College in Londen schrijven dat in Nature. Bij andere vogels, zoals pelikanen die in V-formatie vliegen, verlaagt het groepsvliegen juist het energieverbruik.

James R. Usherwood en collega’s rustten 18 getrainde wedstrijdduiven uit met geminiaturiseerde gyroscopen die stand en versnelling van het duivenlichaam doorgaven, en daarmee automatisch ook de frequentie en diepte van de vleugelslag. De positie en snelheid van de dieren werd afgeleid uit gegevens van een GPS-apparaatje, dat ook meereisde op de duivenrug. Uit analyse van het snelle bochtenwerk bleek dat zinvolle gegevens werden verzameld. De vogels namen steeds de schuine stand aan die de fysica voorschrijft en er werd ook precies de centripetale versnelling gemeten die bij een bepaalde bocht en snelheid hoorde.

In duizenden metingen zijn gegevens verzameld over de relatie tussen het vermogen dat de vogels inzetten voor stijgen, versnellen, etc. en de frequentie plus de diepte van hun vleugelslag. Al doende werd vastgesteld dat de duif in haar bochtenwerk vooral wordt beperkt door de zware krachten die op haar vleugels gaan werken. Vermogen heeft ze genoeg.

Ook bleek dat een stijgende vermogensvraag altijd gepaard ging met toenemende vleugelfrequentie. De diepte van de vleugelslag kan zowel toenemen als afnemen, kennelijk is er een optimum. In een dichte zwerm wordt het extra vermogen vooral geleverd - of gevraagd - door een toenemende vleugelfrequentie. Waarom binnen zo’n zwerm zoveel extra energie nodig is is onduidelijk. De duiven zullen last hebben van elkaars kielzog, maar moeten waarschijnlijk vooral zo snel klapwieken om beter te kunnen manoeuvreren.

Karel Knip