Pessimistische beleggers zoeken veiligheid

De groei in Nederland is naar boven bijgesteld, maar de AEX daalt al maanden gestaag. De eurocrisis zorgt voor onrust.

Welke herstel? De AEX-index zakte deze week tot het laagste punt van het jaar. De graadmeter van de 25 meest verhandelde fondsen op de beurs in Amsterdam dook deze week onder de 330 punten. Aan het einde van de week sloot de AEX op 328 punten. Daarmee is de AEX niks opgeschoten sinds eind 2009, het jaar dat de beurzen uit het dal van de financiële crisis kropen.

Woensdag werd de AEX voor een belangrijk deel gedrukt door de winstwaarschuwing en daaropvolgende koersdaling van Philips.

Volgens Philips valt de vraag voor consumentenelektronica vies tegen. De reden die Philips gaf voor de winstwaarschuwing was voor velen weinig overtuigend. De waarschuwende woorden werden toch gezien als een schoolvoorbeeld ‘crisiscreatie’ van de nieuwe topman, Frans van Houten. Philips is volgens Van Houten te weinig dynamisch en wordt te centraal geleid. Philips zou ook over te weinig nieuwe en onderscheidende technologie beschikken. Na de winstwaarschuwing werd Philips op het weblog van de Financial Times al het „Nederlandse Nokia” genoemd, momenteel geen complimenteuze vergelijking.

De koersval van Philips, waarbij het bedrijf plots 2,5 miljard euro minder waard werd, drukte de AEX aanzienlijk. Na Shell (15 procent), Unilever (13,5), ING (11,4) en Arcelor (7,2 procent) is Philips het bedrijf met het grootse gewicht in de AEX. Vorig jaar stapte de AEX overigens af van de traditionele ‘mandjes’. Het gewicht van de fondsen wordt nu bepaald door een formule waarbij het aantal vrij verhandelbare aandelen wordt vermenigvuldigd met de beurskoers.

De dalende trend is al bijna vijf maanden gaande. De AEX opende het jaar op 359 punten. Op 18 februari werd het hoogtepunt van 374 punten bereikt. Daarna begon de AEX te dalen. Sinds de eerste handelsdag van het jaar op 3 januari is de AEX met 8 procent gedaald. Andere Europese beursgraadmeters vertonen dezelfde trend.

De paradox is dat bedrijfsresultaten en economische groeicijfers in Europa het afgelopen half jaar goed zijn. Het Centraal Planbureau stelde deze week de groeiverwachting voor Nederland naar boven bij. Dit jaar groeit de economie niet met 1,75 maar met 2 procent. In de bedrijfsbarometer van het Duitse economisch onderzoeksinstituut Ifo blijkt dat Duitse bestuursvoorzitters opgewekter zijn over de huidige omstandigheden voor hun bedrijven. Als Duitse bedrijven tevreden zijn dan is dat doorgaans goed voor de Nederlandse en Europese economie.

Waarom zijn die beleggers dan toch zo somber? Het maandelijkse onderzoek van het Ifo verraadt het al een beetje. Beleggers kijken liever naar verwachtingen dan naar de huidige prestaties. En de bazen van Duitse bedrijven zijn in de afgelopen maanden een stuk pessimistischer geworden. Aan het begin van dit jaar waren ze nog vol vertrouwen dat de economische situatie in de toekomst zou verbeteren. Dat positieve sentiment is sindsdien verdwenen.

De Griekse schuldencrisis heeft de reële economie niet geraakt. Maar beleggers vrezen dat een wanordelijk faillissement van Griekenland kan overslaan. De waarschuwing deze maand van kredietbeoordelaar Moody’s, dat Franse banken een gevaar lopen door hun blootstelling aan Griekse schulden, werd daarom ook serieus opgevat. Gisteren sloeg de angst toe bij Italiaanse banken. De handel in UniCredit, de grootste bank van Italië, en Intesa Sanpaolo moest tijdelijk worden stilgelegd omdat de aandelen te hard en te snel daalden. UniCredit daalde met bijna 9 procent en Intesa Sanpaolo met 7,2 procent. Later op de handelsdag herstelden de koersen licht. De grote angst is dat als de crisis erger wordt, het duurder wordt voor Italië om kapitaal op te halen. Een mogelijke afwaardering van de kredietwaardering van Italië zou betekenen dat het duurder wordt voor Italiaanse banken om financiering aan te trekken.

De aanhoudende onrust over Griekenland, maar ook de ietwat tegenvallende economische groei in de VS, leidt onder beleggers tot een echte flight to quality.

In aanloop naar de cruciale stemming in het Griekse parlement over het pakket bezuinigingsmaatregelen ter waarde van 28 miljard euro volgende week, zoeken beleggers hun heil in veilige producten, zoals Duitse staatsobligaties. De Zwitserse franc was nog nooit zo sterk tegenover de euro. Eén Zwitserse franc is nu 84 eurocent waard.