Naar Moskou! En niet voor niets

De Russen! is een toneelstuk van vijfenhalf uur. Tsjechov volgens schrijver Tom Lanoye, die hem aanpakte zoals hij in 1997 Shakespeares oorlogsstukken – die verwarrende geschiedenissen van de verschillende Henry’s en Richards – te lijf ging. Ten Oorlog heette dat en het stuk duurde een uur of tien. Wie het niet meemaakte, gelooft niet dat die tijd omvloog en dat er niemand wegliep. „Inclusief pauzes!” zeg ik dan verontschuldigend, waarop er opgelucht wordt geknikt.

Met De Russen! flikte Lanoye het opnieuw. Dit keer vervlocht hij twee stukken, Tsjechovs Ivanov en Platonov. Ook uit dit labyrint van sierlijke uitvluchten kon ik me al die uren niet losscheuren. Weer zie ik het gebeuren: op het toneel draaien de mannen zich vast en maken de vrouwen zich los. Zij beseffen dat ze niet op hun plaats zijn. Ze willen weg, hun dromen achterna. Niet voor niets roepen de drie zusters in mijn favoriete Tsjechov steeds: „Naar Moskou!” .

Ik heb het erover met Nhung Dam. Actrice, in 1984 geboren in Groningen. Ze is het met me eens en voegt toe:„Die vrouwen hunkeren naar liefde, en elke keer komt er iets tussen.”

Binnenkort studeert Nhung af aan de Amsterdamse toneelschool. Ik zag haar in De Hollanders, het geruchtmakende toneelstuk dat zij en haar klasgenoten aan Arnon Grunberg hebben ontfutseld. Komt ze op, dan moet je naar haar kijken. Het talent spat van haar af.

Ik zie jou nog wel eens als een van de drie zusters, voorspel ik.

Nhung kijkt kritisch. „Denk je? En zou je je dan afvragen: goh, is die geadopteerd?”

Goeie vraag. Nhung Dam is de dochter van Vietnamese bootvluchtelingen. Als meisje zat ze na schooltijd tot het donker werd in de bibliotheek. „Mijn doel was: alle boeken lezen”. Ze las in het meisjesblad Yes dat er zoiets als een toneelschool bestond, en zorgde dat ze daar op kwam. Ze is inmiddels „Nederlandser dan Vietnamees”, vindt ze. „Hadden ze het bij kleinkunstles over The Beatles, dan luisterde ik het hele weekend naar The Beatles. Zodat ik wist: hier hebben ze het dus over.”

Ze vond als laatste van haar studiejaar een stageplaats. „Ze zeiden dat ze dan een oplossing zouden moeten verzinnen voor mijn Aziaat-zijn. Ik vond dat moeilijk te volgen. Toneel is er toch om iets te verbeelden wat er niet is?”

Inderdaad, Nhung, dat is zo. Daar zijn ze voor, de theatermakers. Weigeren ze dat, dan zijn ze niks waard. Dan moet Othello in het vervolg altijd door een zwarte man gespeeld worden en kan Madame Butterfly uitsluitend gezongen worden door een Japanse sopraan. Dan smijten we Italiaan Al Pacino bij het grofvuil, ook al was hij nog zo’n mooie Jood in De Koopman van Venetië.

In De Hollanders werd voor Nhung de rol van het Afghaanse slachtoffer geschreven. Onverstaanbaar. Grotendeels onzichtbaar in haar boerka. „Ik dacht: is dit toeval? Waarom kan een ander haar niet spelen? Natuurlijk zal ik vaker buitenlandse meisjes spelen, dat is het probleem niet. En ik vertrouw Arnon Grunberg. Mijn verwarring was anders: zit het dan zo in Nederland, dat het de logische stap is om míj die rol te geven? En waarom vind ik dat erg?”

Maar nu nog even eerlijk. Zou ik bij Nhung in Tsjechovs Drie zusters denken aan adoptie? Hm. Heel even, daarna niet meer. Op toneel is de realiteit rekbaar. Othello wordt probleemloos gespeeld door blanke acteurs en Nhung Dam zal eens een mooie zuster doen. Plus al die andere rollen van vrouwen die rammelen aan de ketenen van andermans verwachtingen. Ophelia. Hedda Gabler. Freule Julie. Elektra. Martha. Kniertje, ja ook Kniertje.

Joyce roodnat