Na de koortsdroom kwam de leegte in Athene

Griekenland ontspoorde lang voordat het voor hulp bij het IMF aanklopte. Filmmakers, zangers en architecten zagen het met lede ogen aan. ‘Leef je mythe in Griekenland.’

Hoe lang zouden de rode letters al op de muur bij de oude gasfabriek staan? ‘Ik word gekweld’. De afzender is onbekend, maar de typografie verraadt de hand van een kunstenaar. Overal in de wijk Gazi in Athene duikt de tekst op. Klein, groot – altijd dezelfde woorden, altijd rood.

De eigenaren van de dure nachtclubs en lofts in de wijk laten hun gevels geregeld sauzen, maar op openbare gebouwen en ingestorte woonhuizen blijven de tags zichtbaar. Graffiti is bij Athene gaan horen. Zoals het in de jaren zeventig bij New York hoorde toen de stad verloederde. En in de jaren tachtig bij Londen tijdens de depressieve Thatcher-jaren. Het is een reactie van de jeugd op actuele problemen, zegt architect en docent stadsplanning Panos Dragotis. Als Dragotis op de motor door het centrum van de stad rijdt, vormen de neergelaten rolluiken van de winkels één grote, bekladde muur. Steeds meer luiken gaan ook overdag niet meer omhoog.

Juiste contacten

Wie in Athene street art leest, naar muziek luistert of de laatste Griekse films bekijkt, krijgt een ander verhaal voorgeschoteld dan de spandoeken vertellen tijdens de demonstraties tegen de bezuinigingen. De woede is er ook, maar de blik is meer naar binnen gekeerd. En de verhalen hebben vertrekpunten die verder teruggaan dan die de politici hanteren. Na de verkiezingen in oktober 2009 deden zij alsof de vermolmde boekhouding die ze aantroffen hen volkomen verraste.

Graffitikunstenaars, schrijvers, componisten en filmmakers vertellen over een chronisch gefrustreerde samenleving. Ze vertellen over de koortsdroom Griekenland, waar na jaren armoede opeens geld was zonder dat er een cultuur van sparen, investeren en groeien tegenover stond. Ouders projecteerden hun welvaart en hoop op hun kinderen. Kinderen kwamen na hun hoge opleiding abrupt tot stilstand, omdat ze merkten dat je in Griekenland verder komt met de juiste contacten dan met kennis en ervaring.

Griekenland ontspoorde lang voordat het land bij het IMF aanklopte, zegt zanger-liedjesschrijver Kostas Ganotis. Hij heeft een stoppelbaard en doorrookte stem. Zijn inspiratie haalt hij uit de zestien jaar dat hij als bouzoukimuzikant het uitgaansleven kleur gaf en vanaf het podium naar zijn landgenoten keek.

IJskoffie, zonnebrillen, neptanden, woorden en hypocrisie / De arrogantie van een pooier, showbusiness en vakbonden. Dat zingt hij op zijn laatste cd Ekpissi 1 ‘uitverkoop 1’. Nee, die titel verwijst niet naar de leenovereenkomsten met de EU en het IMF, Memorandum 1 en Memorandum 2.

Op de cover staat een fantasiemonster met de Griekse vlag aan zijn staart. Het is een soort struisvogel met uiers en kamelenbulten. In de buik zit een embryo. Iets nieuws is in de maak, maar nog onduidelijk is of het beter is dan het moederdier, lacht de zanger. Ganotis werkt nu aan Uitverkoop 2. In intieme zaaltjes zingzegt hij zijn poëzie. Voor de crisis zagen mensen niet dat zijn teksten op henzelf sloegen. Nu wel, merkt hij. Soms wordt er gehuild, soms wordt op de politiek gevloekt. „De mensen zijn wakker geworden.”

Het Griekse volk ontwaakte in december 2008. Toen schoot een politieagent de 15-jarige Alexandros Grigoropoulos dood. Het land vloog in brand. Wekenlang hielden de rellen in Griekse steden aan. Winkels werden geplunderd. Jongeren en oudere jongeren kwamen in opstand. Maar waartegen?

Veel opstandelingen herkenden zich in de doodgeschoten jongen. Ze kwamen uit fijne gezinnen, hadden geld, kregen liefde. Zo op het eerste oog ontbrak het hun aan niks, maar dat is schijn, als je de film WastedYouth van Argyris Papadimitropoulos bekijkt. „We zijn op een punt aangekomen waarop we onszelf een spiegel moeten voorhouden”, zegt de filmmaker.

Papadimitropoulos’ film speelt in de zomer van 2010. De lucht trilt van de hitte en de puberhormonen. Uit de scènes spreekt leegte en teleurstelling. De teleurstelling van volwassenen in hun kinderen die geen plan hebben, alleen lol. En de leegte van kinderen als gevolg van het consumentisme van hun ouders.

Een van de twee hoofdpersonen is een politieagent die in de hete julimaand nachtdiensten draait. Als hij ’s ochtends thuiskomt, gloeit de flat al in de zon. Hij loopt naar de ijskast, legt een fles water in zijn nek, neemt een koude douche en kruipt naast zijn vrouw. Ze ligt zonder lakens op bed. Ze proberen te neuken, maar elke beweging is te veel. Slapen lukt evenmin. Zijn inwonende dementerende moeder zet de tv op vol volume. Een puberdochter, de oordopjes van de iPod in, negeert hem straal. Ze ziet niet hoe hard hij werkt om haar het beste te kunnen geven.

Gouden kooien

De meeste eigentijdse Griekse films zijn op hun eigen manier een evaluatie van de Griekse familie. Ouders hebben fouten gemaakt, zegt Papadimitropoulos (34), ze hebben gouden kooien gecreëerd. „Maar het was niet expres. We houden van elkaar.” Mijn ouders, zegt hij, zijn geboren tijdens de Duitse bezetting. „Daarna was hier een burgeroorlog. Niet lang daarop volgde de dictatuur. Mijn ouders stelden alles in het werk om te voorkomen dat hun kinderen hetzelfde moesten meemaken. Steunen, steunen, steunen. De kinderen werden er apathisch van.”

In de liefde en in het genieten van geld zijn de gezinnen doorgeschoten, zegt de filmmaker. Zo bekeken lijkt de huidige crisis een gevolg van doen alsof geld aan de bomen groeit en doen alsof alle problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen met een beroep op familiebanden.

Zoals filmmakers het gezin als uitgangspunt nemen, gebruikt architect Panos Dragotis de wijk Gazi als microkosmos voor het verhaal van Griekenland. De wijk lig aan de weg van Athene naar de havens van Piraeus. Wat in de jaren negentig nog alternatief en avant-gardistisch was, liefdevol, spannend en creatief, is de laatste tien jaar doorgeschoten. Gazi maakte niet de geleidelijke overgang van arme migrantenbuurt naar geslaagde wijk voor kapitaalkrachtige dertigers, maar werd, zegt Dragotis „mainstream, populistisch”. Wat ontbrak was niet het potentieel of geld van projectontwikkelaars, maar goed bestuur om de ontwikkelingen te begeleiden. „Je kunt hier nu niet meer wonen, iedereen ís hier. Er is te veel lawaai. Niemand is gelukkig.”

Sinds de Olympische Spelen in 2004 ontbeerde Griekenland in de ogen van de architect bovendien Een Groot Idee. Dragotis: „De laatste maanden voor de Spelen was de stad anders. Mensen voelden dat we moesten samenwerken. Wat volgde was een gat. Er was niets wat mensen deed geloven dat de collectiviteit kon worden voortgezet. Infrastructuur voor de Spelen werd gebruikt voor grote winkelcentra, niet voor de gemeenschap.”

Na 2004 was voelbaar dat het verval had ingezet, beaamt schrijver Alexis Stamatis. Hij begon op de dag van de laatste verkiezingen, zondag 4 oktober 2009, aan zijn laatste roman Kiriaki (in vertaling: Zondag). Het was druk in de stad, een beetje feestelijk zoals wel vaker bij verkiezingen. ’s Avonds kroop hij voor de tv om de uitslagen en discussies te bekijken en het was alsof een drama zich ontvouwde, vertelt hij.

Het kost hem moeite uit te leggen waarom de overwinning van de socialistische partij Pasok onder leiding van George Papandreou op de conservatievere Nieuwe Democraten (ND) indruk maakte. De ND-regeerperiode had zeven jaar geduurd en bevatte ook het topjaar 2004, dat werd beleefd als een roes. Er waren Olympische Spelen en Griekenland won het Eurovisiesongfestival en het Europees kampioenschap voetbal. De slogan voor de campagnes van het toeristenbureau was profetisch: ‘Leef je mythe in Griekenland’.

Daarna sloeg de euforie om in leegte en desillusie. Grote visies ontbraken, corruptieschandalen kwamen aan het licht. „Premier Kostas Karamanlis kwam uitgeblust over, vooral geïnteresseerd in zijn Playstation. Ik keek naar Karamanlis die aftrad en naar de viering van Pasok. ‘En nu een nieuwe dag voor Griekenland’, klonk het. Maar we wisten dat het niet zo kon zijn. Daarvoor was de nieuwe regering meer van het oude.”

De roman speelt op die verkiezingsdag. Een 19-jarige jongen met opgekropte emoties vanwege de zelfmoord van zijn vader, trekt op met een teleurgestelde vijftiger, een journalist die net is verlaten door zijn jongere vrouw. De zelfmoord van de vader had mogelijk te maken met een kredietverstrekker die hem 30.000 euro heeft geleend, blijkt uit het subplot. De eerste versie van de roman was af maanden voor Griekenland de miljardenlening van het IMF en de EU nodig had. Pas later vielen de parallellen op, tussen de verhalen over wurgende kredieten en lege politieke beloftes. „Het leek een allegorie op de schuldencrisis. Ik kreeg er zelf de rillingen van”, zegt Stamatis, die geldt als een toonaangevende hedendaagse auteur in Griekenland.

Het gekke is, zegt hij, „nu al voelt het boek achterhaald als tijdsdocument”. Binnen een paar maanden is het van een documentaire tot een historische roman verworden. De ontwikkelingen, het politieke drama, de externe druk, de maatschappelijke reacties gaan zo snel dat het is alsof de scripts van vijf films in elkaar worden geschoven.

De vredige demonstratie op Syntagma, het plein van de grondwet, waarbij wordt samengewerkt, gediscussieerd en naar elkaar geluisterd, was een jaar geleden niet mogelijk geweest. Toen overheerste de woede, nu is er ruimte voor analyse. „Ik had nooit verwacht een tijd mee te maken waarin het tempo van geschiedenis zo hoog ligt. Inspirerend zeker, maar hoe kunnen de kunsten dit bijbenen?”

Medeplichtig

Als de geschiedenis zich te snel ontvouwt om haar te vangen in tekst of beeld, ligt het in Griekenland voor de hand om terug te grijpen op de Oudheid. Dat doet Stamatis Kraounakis het meest expliciet. De artiest geniet een mythische reputatie in Griekenland, waar liedjesschrijvers en componisten net zoveel bekendheid genieten als de vertolkers van muziek. Kraounakis is alle drie tegelijk en wordt op handen gedragen. Hij neemt geen blad voor de mond. Zwijgen maakt medeplichtig, vindt hij.

Een jaar geleden schreef hij het lied Katsarola (een diepe pan) voor een vriend met een restaurant. Het is nu uitgegroeid tot hét crisislied, en werd op het plein voor het parlement gezongen door demonstranten. Zwarte rivier. Armoe en ravijn./ De planeet aarde bloedt weer, / Kookt in de potten. Er zit een scheur / In de apparaten. Slaven en bazen / Zoeken naar leningen. Ellende in de havens./ Kom op, laat de crisis de stappen tellen / Kom op, ook de rijken hebben vreselijke problemen

Het stuk Aristophanes 11 dat vorige week in première ging, is nog explicieter. Het is een spektakel vol grappen over seks en politiek, opgevoerd door de groep Spira Spira. Bijen steken corrupte rechters, parlementariërs doen een wedstrijd wie het meest kan eten, de prostituee van de premier raadt hem yoga aan.

Als Kraounakis zelf het podium op komt, een catwalk in de open lucht op de binnenplaats van het museum voor de Griekse Wereld in Athene, zingzegt hij dat hij de mensen over de droevige dingen moet vertellen. De reden voor de oorlog zijn de drie prostituees, zingt hij. Het publiek begrijpt dat daarmee de drie politieke dynastieën worden bedoeld, die Griekenland sinds de Tweede Wereldoorlog hebben bestuurd. De families Papandreaou, Karamanlis en Mitsotakis.

Voor boodschappen over vandaag is het beter om terug te gaan naar de bron, vindt Kraounakis. „Het lijkt alsof niets is veranderd sinds Aristophanes zijn komedies schreef. Vervang het woord ‘oorlog’ door ‘economische oorlog’ en lees in plaats van wapenhandelaar Cleon het hedendaagse ‘reder’ of ‘scheepsbouwer’.” Zij zijn nu de rijksten in Griekenland. Hun bedrijven betalen vrijwel geen belasting, omdat politici bang zijn hen uit Griekenland te verjagen.

Zo’n klein land, zoveel bloed, verzucht de artiest en draagt voor: „My name is Greece, I need some peace!” Zijn voorstel is praktisch. „Voor de drieduizend jaar cultuur die wij de wereld hebben gegeven, betaalt Europa nu de auteursrechten.”